Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BB1348

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
06-08-2007
Datum publicatie
08-08-2007
Zaaknummer
21-006626-04
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZLY:2004:AR5737, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BJ8617, Bekrachtiging/bevestiging
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2010:BJ8617
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De praktijken waarvoor verdachte medeverantwoordelijkheid droeg, zijn van corruptieve aard en daarmee hangt samen dat zich vaak meerdere met elkaar samenhangende misdrijven voordoen.

24 maanden gevangenisstraf. Hoger beroep van AR5737.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 21-006626-04

Uitspraak d.d.: 6 augustus 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 16 november 2004 in de strafzaak tegen

[VERDACHTE],

geboren te [plaats] op [...]1939,

wonende te [woonadres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van onderscheidenlijk 31 augustus 2005, 15 maart 2007, 5 en 6 juli 2007, en 23 juli 2007 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen nu het deels tot andere beslissingen komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode

januari 1996 tot en met december 2000, in de gemeente Havelte en/of te

Havelte, in de gemeente Westerveld, en/of (elders) in Nederland,

(telkens) na te noemen of een of meer van na te noemen facturen

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen -, te weten:

a) een factuur, gedateerd 23 december 1995 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 23.500,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 163 en 178)

en/of

b) een factuur, gedateerd 23 december 1995 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 8.812,50 (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 164 en 178)

en/of

c) een factuur, gedateerd 13 mei 1996 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

[verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 24.205,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 165 en 178)

en/of

d) een factuur, gedateerd 17 september 1996 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 20.000,-;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 166 en 178)

en/of

e) een factuur, gedateerd 29 oktober 1996 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 27.000,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 166 en 178)

en/of

f) een factuur, gedateerd 27 januari 1997 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 39.362,50 (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 168 en 178)

en/of

h) een factuur, gedateerd 1 juli 1997 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

[verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 5.875,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlage 169)

en/of

i) een factuur, gedateerd 30 september 1997 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 5.875,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 170 en 178)

en/of

j) een factuur, gedateerd 10 december 1997 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 5.875,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlage 171)

en/of

k) een factuur, gedateerd 7 februari 1998 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 17.625,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 172 en 179)

en/of

l) een factuur, gedateerd 13 april 1998 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

[verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 5.875,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 173 en 178)

en/of

m) een factuur, gedateerd 30 juni 1998 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

[verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 17.625,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 174 en 179)

en/of

n) een factuur, gedateerd 10 september 1998 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 29.375,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 175 en 179)

en/of

o) een factuur, gedateerd 1 juni 1999 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

[verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 7.637,50 (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 176 en 178)

en/of

p) een factuur, gedateerd 30 juni 1998 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo. [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 11.162,50 (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 177 en 179)

valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen/factuur als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

bestaande dat valselijk opmaken (telkens) hierin, dat die facturen/factuur

(telkens) (deels) fictief waren/was, althans dat de in die facturen/factuur

(telkens) een hoger bedrag werd vermeld dan waarvoor in werkelijkheid advies

was uitgebracht;

2:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 1 april 1996 tot en

met 31 december 2000, in de gemeente Zwolle(n) en/of Meppel en/of (elders) in

Nederland,

anders dan als ambtenaar, namelijk als chef projectbureau en/of Hoofd

technische dienst en/of manager bijzondere projecten, (respectievelijk) in

dienstbetrekking werkzaam zijnde bij de Stichting Woningbeheer Zwolle en/of de

Samenwerkende Woningbouwvereniging Zwolle,

naar aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking had gedaan of

nagelaten dan wel zou doen of nalaten,

een of meer giften, te weten:

a) het verschil tussen de door hem, verdachte, betaalde prijs en de reële

kostprijs of gangbare commerciële prijs voor de bouwwerkzaamheden van een

garage bij zijn, verdachtes, woning aan de [adres verdachte] en/of het

leveren van bouwmaterialen daartoe en/of verbouwingswerkzaamheden aan genoemde

woning van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 8 t/m 29 en blz. 42 tot en met 47 en

bijlagen 35,36, 40 tot en met 43 en 107 van dat dossier)

en/of

b) schilderswerkzaamheden aan zijn, verdachtes, woning aan de [adres verdachte] en/of de daarbij gebouwde garage als hierbovenomschreven van

Schildersbedrijf [bedrijf 3];

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 29 tot en met 33 en blz. 48 tot en met

53 en bijlage 84 van dat dossier)

en/of

c) installatiewerkzaamheden betreffende zijn, verdachtes, woning aan de

[adres verdachte] en/of de daarbij gebouwde garage als bovenomschreven

en/of installatiematerialen en/of sanitair van Installatiebedrijf [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 33 tot en met 38 en bijlagen 86, 87, 93

en 94 van dat dossier)

en/of

d) bestratingswerkzaamheden en/of –materialen betreffende zijn, verdachtes,

woning en/of garage aan de [adres verdachte] van Aannemersbedrijf [bedrijf 5] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 38 tot en met 41 en bijlagen 98 tot en

met 101 van dat dossier)

en/of

e) gordijnen en/of een houten vloer en/of het leggen van die vloer van .

[bedrijf 6] Wonen BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 53 tot en met 58, en bijlagen 114, 116 en

118 van dat dossier)

en/of

f) een keuken van [bedrijf 7] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 58 tot en met 66 en bijlagen 119 tot

en met 130 en 135 tot en met 140 van dat dossier)

en/of

g) 4 verwarmingsradiatoren of –convectors en/of de installatiewerkzaamheden

daarvan van [bedrijf 8] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 66 tot en met 69 en bijlage 141)

en/of

h) een airco en/of de inbouwkosten daarvan in een auto van verdachte van

Installatiebedrijf T. [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 70 tot en met 74, en bijlagen 145, 148

en 149 van dat dossier)

en/of

i) een of meer geldbedragen van Installatiebedrijf T. [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 75 tot en met 78)

en/of

j) een reis naar Berlijn en/of verblijfkosten aldaar en/of (telkens) een of

meer bezoeken aan (privé-) clubs in België en/of Nederland;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 79 tot en met 85 en bijlagen 153 en

156 van dat dossier)

en/of

k) een of meer bezoeken aan (privé-)clubs in Ommen en/of Nijeveen van [bedrijf 1]

betontechnieken BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 85 tot en met 88)

en/of

l) een of meer geldbedragen van [bedrijf 1] betontechnieken BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 89 tot en met 119, en bijlagen 163 t/m

186, 190 t/m 196, 198 en 200a)

en/of

m) een gasfornuis, kookplaat, afzuigkamp en/of wasmachine ten behoeve van

mevrouw [naam A] te [plaats] van Installatiebedrijf Installatiebedrijf [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 120 t/m 122, en bijlagen 201, 2002 en 199)

en/of

n) installatiewerkzaamheden in de woning van verdachtes zoon aan [adres te plaats] van Installatiebedrijf [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 122 tot en met 125, en bijlagen 204 t/m

207)

en/of

o) een of meer hoeveelheden verf van [bedrijf 9] Verf BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 125 t/m 128, en bijlagen 209 t/m 214 en

215 en 216 van dat dossier)

en/of

p) schilderwerkzaamheden aan de (flat-)woning van zijn, verdachtes, zoon te

X en/of aan de (flat-)woningen van zijn, verdachtes, dochter te Y

Van Schildersbedrijf [bedrijf 3];

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 128 en 129)

(telkens) heeft aangenomen en dit aannemen (telkens) in strijd met de goede

trouw heeft verzwegen tegenover zijn, verdachtes, werkgever(s) bovengenoemd;

3.

hij op of omstreeks 6 oktober 1997 en/of 2 juni 1998, althans op een of meer

verschillende tijdstippen in de periode oktober 1997 tot en met juni 1998, in

de gemeente Emmen en/of elders in Nederland,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n)

voor de inkomstenbelasting over de/het ja(a)r(en) 1996 en/of 1997,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Ondernemingen Emmen,

terwijl daarvan (telkens) het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting

zou kunnen worden geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens)hierin bestaan, dat in

die aangiftebiljetten/dat aangiftebiljet betreffende die jaren/dat jaar

(telkens) een te laag belastbaar inkomen werd vermeld;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz.1 t/m 174, en bijlagen 270 en 275)

4.

hij op of omstreeks 2 december 1999 en/of 28 maart 2001 en/of 1 november 2001

en/of 10 april 2002, althans op een of meer verschillende tijdstippen in de

periode december 1999 tot en met april 2002, in de gemeente Emmen en/of elders

in Nederland,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een)aangifte(n)

voor de inkomstenbelasting over de/het ja(a)r(en) 1998, 1999, 2000 en/of 2001,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Ondernemingen Emmen,

terwijl die feiten/dat feit er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig

belasting wordt geheven;

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in

die aangiftebiljetten/dat aangiftebiljet betreffende die jaren/dat jaar

(telkens) een te laag belastbaar inkomen werd vermeld;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz.1 t/m 174, en bijlagen 271 tot en met

274)

5.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 1 januari 1997 tot

en met 31 december 2000, in de gemeente Zwolle,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer

rechtspersonen, althans alleen,

na te noemen of een of meer van na te noemen projectadministraties, welke

projectadministratie(s) onderdeel uit maakte(n) van de bedrijfsadministratie

van de Stichting Woningbeheer Zwolle en/of de Samenwerkende

Woningbouwvereniging Zwolle en/of de stichting SWZ Woningcorporatie, te weten:

A) de projectadministratie betreffende Hang- en sluitwerk

Haringvliet/Dollard;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 11 t/m 29, 42 t/m 47 en 138 t/m

148, en het proces-verbaal van bevindingen, bijlage 240 van dat

dossier)

en/of

B) de projectadministratie betreffende schoorstenen Minervalaan e.o.;

(zie proces-verbaal/dossier [ondertekenaar B], blz. 11 t/m 29, 42 t/m 47 en 138

t/m 148, en het proces-verbaal van bevindingen, bijlage 243 van dat

dossier)

en/of

C) de projectadministratie betreffende bouwkundige onderhoudswerkzaamheden

woningen Goudsbloemstraat e.o.;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz.11 t/m 29, 42 t/m 47 en 138 t/m

148 en het proces-verbaal van bevindingen, bijlage 244 van dat dossier)

- (elk) zijnde een samenstel van geschriften, welke in onderlinge samenhang

bestemd waren/was om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde, althans van

enig feit-

(telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die/dat geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan:

A) dat in de projectadministratie betreffende Hang- en sluitwerk

Haringvliet/Dollard:

1) een opdrachtverstrekking, gedagtekend 11 december 1997,

afkomstig van Stichting Woningbeheer Zwolle/SWZ,

geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een (opdracht-)

bedrag van f. 86.250,-, in welke bedrag (een) bedrag(en) waren/was

ingecalculeerd, welke in werkelijkheid geen betrekking had(den)

op genoemd project;

(vindplaats document: bijlage 241-4)

en/of

2) een (meerwerk-)factuur, gedagtekend 14 mei 1998, geadresseerd

aan SWZ, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV,

factuurnummer 2980504, met een factuurbedrag van f.18.189,93,

waarin een (geheel) fictieve hoeveelheid (meer-)werk

was vermeld;

(vindplaats document: bijlage 241-6)

en/of

3) een (eind-)factuur gedagtekend 25 mei 1998, geadresseerd aan

SWZ, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, factuurnummer

2980512, betreffende een aanneemsom van f. 86.250,- en met een

(restant) factuurbedrag van f. 4.100,-, waarin (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, welke in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project,

(vindplaats document, bijlage 241-5)

werd(en) opgenomen;

B) dat in de projectadministratie betreffende Schoorstenen Minervalaan e.o.

1) een zogenaamde meerwerkfactuur, gedagtekend 15 juni 2000,

factuurnummer 2000446, geadresseerd aan SWZ Woningcorporatie,

afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een factuurbedrag van

f. 28.730,-, waarin een (geheel) fictieve hoeveelheid meerwerk was

vermeld;

(vindplaats document: onderdeel van bijlage 243-7)

en/of

2) een (eind-)factuur, gedagtekend 20 maart 2000, geadresseerd aan SWZ

Woningcorporatie, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, betreffende

een aanneemsom f. 520.938,- met een (restant-)factuurbedrag van

f. 60.134,-, waarin (een) bedrag(en) waren/was ingecalculeerd,

welke in werkelijkheid geen betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document: bijlage 243-7)

en/of

3) een opdrachtverstrekking, gedagtekend 10 mei 1999, afkomstig

van SWZ woningcorporatie, geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf

BV met een bedrag van f. 520.938,- (exclusief BTW), in welk bedrag

(een) bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, welke in werkelijkheid

geen betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document, bijlage 243-6)

werd(en) opgenomen;

C) dat in de projectadministratie betreffende bouwkundige onderhouds-

werkzaamheden woningen Goudsbloemstraat e.o:.

1) een opdrachtverstrekking, gedagtekend 26 november 1997,

afkomstig van SWZ Stichting Woningbeheer Zwolle,

geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV met een bedrag

van f. 958.485,- (exlusief BTW), in welk bedrag (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, welke in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document: onderdeel van bijlage 245-5)

en/of

2) een of twee (eind-)facturen, gedagtekend (respectievelijk) 12

oktober 2000 en/of 18 oktober 2000, geadresseerd aan SWZ

Woningcorporatie, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een

reeds gefactureerd bedrag van ongeveer f. 857.228,01 en een

(restant-) factuurbedrag van ongeveer f. 85.429,99, waarin (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd,welke in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats documenten: onderdeel bijlage 245-7 en 245-22)

en/of

3) een proces-verbaal van oplevering en/of een (daarbij

behorende) Afronding Projecten Financieel, gedagtekend 18

oktober 2000, ondertekend door [ondertekenaar A], namens [bedrijf 2]

Bouwbedrijf BV en/of door [ondertekenaar B] namens SWZ

Woningcorporatie, waarin een te laag bedrag aan

minderwerk was vermeld;

(vindplaats document, bijlage 245-10)

werd(en) opgenomen;

6.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 11 januari 2001 tot

en met 5 april 2002 te Havelte, in de gemeente Westerveld, in elk geval in

Nederland,

(telkens) een (zogenaamd) werkbriefje in gebruik bij (respectievelijk) Gak

Nederland BV en/of UWV Gak in het kader van de uitvoering van de

werkloosheidswet, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende die valsheid (telkens) hierin bestaan, dat in die werkbriefjes/dat

werkbriefje (telkens) werd vermeld, dat hij, verdachte, in de periode waarop

die werkbriefjes/dat werkbriefje betrekking had(den), niet had gewerkt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Ter terechtzitting is door de raadsman namens verdachte aangevoerd, zoals weergegeven in de pleitaantekeningen, dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn strafvervolging, nu berechting van verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM. Van één en ander blijkt uit het tijdsverloop gelegen tussen 17 april 2002, de datum dat verdachte is aanhouden en verhoord, en de datum van behandeling van de zaak in eerste aanleg door de rechtbank Zwolle, 5 november 2004, en van het tijdsverloop gelegen tussen de datum van het instellen van het hoger beroep, 26 november 2004, en de inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep op 5 en 6 juli 2007.

Uit de stukken van de zaak is het navolgende gebleken:

- op 17 april 2002 is verdachte voor de onderhavige zaak aangehouden en in verzekering gesteld en verhoord;

- op 22 juni 2002 is het opgemaakte proces-verbaal van de FIOD gesloten;

- op 22 juni 2004 is verdachte gedagvaard voor de zitting van de rechtbank Zwolle op 5 november 2004;

- op 16 november 2004 is door de rechtbank het vonnis gewezen;

- op 18 november 2004 is door verdachte hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis en op 26 november 2004 is hoger beroep ingesteld door de officier van justitie;

- op 2 maart 2005 is de zaak ingekomen bij de griffie van het hof;

- op 31 augustus 2005 is de zaak pro-forma door het hof behandeld en is het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de zaak gelijktijdig met die van de medeverdachte [medeverdachte] te kunnen behandelen (de zaak van de medeverdachte werd op verzoek van de verdediging verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van getuigen);

- op 15 maart 2007 is de zaak van verdachte door het hof aangehouden omdat in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte] nog getuigen gehoord moesten worden door de rechter-commissaris;

- op 5 en 6 juli 2007 is de zaak van verdachte inhoudelijk behandeld door het hof.

Tussen de datum van het eerste verhoor van verdachte en de datum van behandeling van de zaak in eerste aanleg ligt een periode van bijna twee jaar en zeven maanden. Het hof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat bij het bepalen van de redelijkheid van de duur van de termijn rekening moet worden gehouden met de omvang en complexiteit van de zaak en het feit dat er sprake is van een groot aantal verdachten.

Het hof is van oordeel, dat, gelet op die fatoren, wel vastgesteld moet worden, dat in eerste aanleg de redelijke termijn van berechting is overschreden, maar dat die overschrijding zo gering is, dat volstaan kan worden met de constatering ervan, zonder dat verdere consequenties daaraan worden verbonden.

Tussen de datum van het instellen van het hoger beroep en het wijzen van het arrest ligt wederom een periode van ongeveer twee jaar en zeven maanden. De vertraging tussen 31 augustus 2005 en 5 juli 2007 is gelegen in het feit dat op verzoek van de verdediging van de medeverdachte [medeverdachte] in die periode vele getuigen door de rechter-commissaris zijn gehoord. Bij de voortzetting van de behandeling is de zaak wederom verwezen naar de rechter-commissaris om een aantal getuigen nader te horen.

Reeds bij de pro-forma behandeling op 31 augustus 2005 heeft het hof om proces-economische redenen en met name vanwege een goede rechtspleging besloten de zaak van verdachte en de zaak van de medeverdachte gelijktijdig te behandelen. Het hof is van oordeel dat onder voormelde omstandigheden het tijdsverloop niet onredelijk lang is geweest in deze complexe zaak.

Overigens zijn op verzoek van de verdediging de ambtshandelingen, de processen-verbaal van verhoor van de getuigen in de zaak [medeverdachte], aan het dossier van verdachte toegevoegd.

Met betrekking tot het totale tijdsverloop is het hof van oordeel dat dit lang is geweest en dat er in het tijdsverloop bij de rechtbank sprake is geweest van een geringe schending van de redelijke termijn, zoals hiervoor overwogen. Het totale tijdsverloop is echter onder de vorenom-schreven omstandigheden niet zodanig lang dat er sprake is van schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM.

Derhalve is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte en dat er geen grond is voor strafvermindering ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het 1, 2, 3, 4, 5, en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode

januari 1996 tot en met december 2000, in de gemeente Havelte en/of te

Havelte, in de gemeente Westerveld, en/of (elders) in Nederland,

(telkens) na te noemen of een of meer van na te noemen facturen

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen -, te weten:

a) een factuur, gedateerd 23 december 1995 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 23.500,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 163 en 178)

en/of

b) een factuur, gedateerd 23 december 1995 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo H.J. [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 8.812,50 (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 164 en 178)

en/of

c) een factuur, gedateerd 13 mei 1996 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

. [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 24.205,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 165 en 178)

en/of

d) een factuur, gedateerd 17 september 1996 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo. [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 20.000,-;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 166 en 178)

en/of

e) een factuur, gedateerd 29 oktober 1996 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 27.000,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 166 en 178)

en/of

f) een factuur, gedateerd 27 januari 1997 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 39.362,50 (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 168 en 178)

en/of

h) een factuur, gedateerd 1 juli 1997 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

[verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 5.875,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlage 169)

en/of

i) een factuur, gedateerd 30 september 1997 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 5.875,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 170 en 178)

en/of

j) een factuur, gedateerd 10 december 1997 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 5.875,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlage 171)

en/of

k) een factuur, gedateerd 7 februari 1998 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 17.625,- (inclusief BTW)

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 172 en 179)

en/of

l) een factuur, gedateerd 13 april 1998 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

[verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 5.875,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 173 en 178)

en/of

m) een factuur, gedateerd 30 juni 1998 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

[verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 17.625,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 174 en 179)

en/of

n) een factuur, gedateerd 10 september 1998 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 29.375,- (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 175 en 179)

en/of

o) een factuur, gedateerd 1 juni 1999 afkomstig van Bouwtechnisch adviesburo

H. J. [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een factuurbedrag van

f 7.637,50 (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 176 en 178)

en/of

p) een factuur, gedateerd 30 juni 1998 afkomstig van Bouwtechnisch

adviesburo [verdachte], en gericht aan [bedrijf 1] Betontechnieken BV met een

factuurbedrag van f 11.162,50 (inclusief BTW);

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], bijlagen 177 en 179)

valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen/factuur als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

bestaande dat valselijk opmaken (telkens) hierin, dat die facturen/factuur

(telkens) (deels) fictief waren/was, althans dat de in die facturen/factuur

(telkens) een hoger bedrag werd vermeld dan waarvoor in werkelijkheid advies

was uitgebracht;

2:

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 1 april 1996 tot en

met 31 december 2000, in de gemeente Zwolle(n) en/of Meppel en/of (elders) in

Nederland,

anders dan als ambtenaar, namelijk als chef projectbureau en/of Hoofd

technische dienst en/of manager bijzondere projecten, (respectievelijk) in

dienstbetrekking werkzaam zijnde bij de Stichting Woningbeheer Zwolle en/of de

Samenwerkende Woningbouwvereniging Zwolle,

naar aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking had gedaan of

nagelaten dan wel zou doen of nalaten,

een of meer giften, te weten:

a) het verschil tussen de door hem, verdachte, betaalde prijs en de reële

kostprijs of gangbare commerciële prijs voor de bouwwerkzaamheden van een

garage bij zijn, verdachtes, woning aan de [adres verdachte] en/of het

leveren van bouwmaterialen daartoe en/of verbouwingswerkzaamheden aan genoemde

woning van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 8 t/m 29 en blz. 42 tot en met 47 en

bijlagen 35,36, 40 tot en met 43 en 107 van dat dossier)

en/of

b) schilderswerkzaamheden aan zijn, verdachtes, woning aan de [adres verdachte] en/of de daarbij gebouwde garage als hierbovenomschreven van

Schildersbedrijf [bedrijf 3];

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 29 tot en met 33 en blz. 48 tot en met

53 en bijlage 84 van dat dossier)

en/of

c) installatiewerkzaamheden betreffende zijn, verdachtes, woning aan de

[adres verdachte] en/of de daarbij gebouwde garage als bovenomschreven

en/of installatiematerialen en/of sanitair van Installatiebedrijf [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 33 tot en met 38 en bijlagen 86, 87, 93

en 94 van dat dossier)

en/of

d) bestratingswerkzaamheden en/of –materialen betreffende zijn, verdachtes,

woning en/of garage aan de [adres verdachte] van Aannemersbedrijf .

[bedrijf 5] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 38 tot en met 41 en bijlagen 98 tot en

met 101 van dat dossier)

en/of

e) gordijnen en/of een houten vloer en/of het leggen van die vloer van

[bedrijf 6] Wonen BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 53 tot en met 58, en bijlagen 114, 116 en

118 van dat dossier)

en/of

f) een keuken van [bedrijf 7] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 58 tot en met 66 en bijlagen 119 tot

en met 130 en 135 tot en met 140 van dat dossier)

en/of

g) 4 verwarmingsradiatoren of –convectors en/of de installatiewerkzaamheden

daarvan van [bedrijf 8] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 66 tot en met 69 en bijlage 141)

en/of

h) een airco en/of de inbouwkosten daarvan in een auto van verdachte van

Installatiebedrijf T. [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 70 tot en met 74, en bijlagen 145, 148

en 149 van dat dossier)

en/of

i) een of meer geldbedragen van Installatiebedrijf [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 75 tot en met 78)

en/of

j) een reis naar Berlijn en/of verblijfkosten aldaar en/of (telkens) een of

meer bezoeken aan (privé-)clubs in België en/of Nederland;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 79 tot en met 85 en bijlagen 153 en

156 van dat dossier)

en/of

k) een of meer bezoeken aan (privé-)clubs in Ommen en/of Nijeveen van [bedrijf 1]

betontechnieken BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 85 tot en met 88)

en/of

l) een of meer geldbedragen van [bedrijf 1] betontechnieken BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 89 tot en met 119, en bijlagen 163 t/m

186, 190 t/m 196, 198 en 200a)

en/of

m) een gasfornuis, kookplaat, afzuigkamp en/of wasmachine ten behoeve van

mevrouw [naam A] te [plaats] van Installatiebedrijf Installatiebedrijf [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 120 t/m 122, en bijlagen 201, 2002 en 199)

en/of

n) installatiewerkzaamheden in de woning van verdachtes zoon aan [adres zoon] van Installatiebedrijf [bedrijf 4] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 122 tot en met 125, en bijlagen 204 t/m

207)

en/of

o) een of meer hoeveelheden verf van [bedrijf 9] Verf BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 125 t/m 128, en bijlagen 209 t/m 214 en

215 en 216 van dat dossier)

en/of

p) schilderwerkzaamheden aan de (flat-)woning van zijn, verdachtes, zoon te

X en/of aan de (flat-)woningen van zijn, verdachtes, dochter te Y

Van Schildersbedrijf [bedrijf 3];

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 128 en 129)

(telkens) heeft aangenomen en dit aannemen (telkens) in strijd met de goede

trouw heeft verzwegen tegenover zijn, verdachtes, werkgever(s) bovengenoemd;

3.

hij op of omstreeks 6 oktober 1997 en/of 2 juni 1998, althans op een of meer

verschillende tijdstippen in de periode oktober 1997 tot en met juni 1998, in

de gemeente Emmen en/of elders in Nederland,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n)

voor de inkomstenbelasting over de/het ja(a)r(en) 1996 en/of 1997,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Ondernemingen Emmen,

terwijl daarvan (telkens) het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting

zou kunnen worden geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in

die aangiftebiljetten/dat aangiftebiljet betreffende die jaren/dat jaar

(telkens) een te laag belastbaar inkomen werd vermeld;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz.1 t/m 174, en bijlagen 270 en 275)

4.

hij op of omstreeks 2 december 1999 en/of 28 maart 2001 en/of 1 november 2001

en/of 10 april 2002, althans op een of meer verschillende tijdstippen in de

periode december 1999 tot en met april 2002, in de gemeente Emmen en/of elders

in Nederland,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een)aangifte(n)

voor de inkomstenbelasting over de/het ja(a)r(en) 1998, 1999, 2000 en/of 2001,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Ondernemingen Emmen,

terwijl die feiten/dat feit er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig

belasting wordt geheven;

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in

die aangiftebiljetten/dat aangiftebiljet betreffende die jaren/dat jaar

(telkens) een te laag belastbaar inkomen werd vermeld;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz.1 t/m 174, en bijlagen 271 tot en met

274)

5.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 1 januari 1997 tot

en met 31 december 2000, in de gemeente Zwolle,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer

rechtspersonen, althans alleen,

na te noemen of een of meer van na te noemen projectadministraties, welke

projectadministratie(s) onderdeel uit maakte(n) van de bedrijfsadministratie

van de Stichting Woningbeheer Zwolle en/of de Samenwerkende

Woningbouwvereniging Zwolle en/of de stichting SWZ Woningcorporatie, te weten:

A) de projectadministratie betreffende Hang- en sluitwerk

Haringvliet/Dollard;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 11 t/m 29, 42 t/m 47 en 138 t/m

148, en het proces-verbaal van bevindingen, bijlage 240 van dat

dossier)

en/of

B) de projectadministratie betreffende schoorstenen Minervalaan e.o.;

(zie proces-verbaal/dossier [ondertekenaar B], blz. 11 t/m 29, 42 t/m 47 en 138

t/m 148, en het proces-verbaal van bevindingen, bijlage 243 van dat

dossier)

en/of

C) de projectadministratie betreffende bouwkundige onderhoudswerkzaamheden

woningen Goudsbloemstraat e.o.;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz.11 t/m 29, 42 t/m 47 en 138 t/m

148 en het proces-verbaal van bevindingen, bijlage 244 van dat dossier)

- (elk) zijnde een samenstel van geschriften, welke in onderlinge samenhang

bestemd waren/was om te dienen tot bewijs van het daarin gestelde, althans van

enig feit-

(telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die/dat geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan:

A) dat in de projectadministratie betreffende Hang- en sluitwerk

Haringvliet/Dollard:

1. een opdrachtverstrekking, gedagtekend 11 december 1997,

afkomstig van Stichting Woningbeheer Zwolle/SWZ,

geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een (opdracht-)

bedrag van f. 86.250,-, in welke bedrag (een) bedrag(en) waren/was

ingecalculeerd, dat in werkelijkheid geen betrekking had(den)

op genoemd project;

(vindplaats document: bijlage 241-4)

en/of

2. een (meerwerk-)factuur, gedagtekend 14 mei 1998, geadresseerd

aan SWZ, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV,

factuurnummer 2980504, met een factuurbedrag van f.18.189,93,

waarin een (geheel) fictieve hoeveelheid (meer-)werk

was vermeld;

(vindplaats document: bijlage 241-6)

en/of

3. een (eind-)factuur gedagtekend 25 mei 1998, geadresseerd aan

SWZ, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, factuurnummer

2980512, betreffende een aanneemsom van f. 86.250,- en met een

(restant) factuurbedrag van f. 4.100,-, waarin (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, dat in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project,

(vindplaats document, bijlage 241-5)

werd(en) opgenomen;

B) dat in de projectadministratie betreffende Schoorstenen Minervalaan e.o.

1. een zogenaamde meerwerkfactuur, gedagtekend 15 juni 2000,

factuurnummer 2000446, geadresseerd aan SWZ Woningcorporatie,

afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een factuurbedrag van

f. 28.730,-, waarin een (geheel) fictieve hoeveelheid meerwerk was

vermeld;

(vindplaats document: onderdeel van bijlage 243-7)

en/of

2. een (eind-)factuur, gedagtekend 20 maart 2000, geadresseerd aan SWZ

Woningcorporatie, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, betreffende

een aanneemsom f. 520.938,- met een (restant-)factuurbedrag van

f. 60.134,-, waarin (een) bedrag(en) waren/was ingecalculeerd,

welke in werkelijkheid geen betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document: bijlage 243-7)

en/of

3. een opdrachtverstrekking, gedagtekend 10 mei 1999, afkomstig

van SWZ woningcorporatie, geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf

BV met een bedrag van f. 520.938,- (exclusief BTW), in welk bedrag

(een) bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, welke in werkelijkheid

geen betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document, bijlage 243-6)

werd(en) opgenomen;

C) dat in de projectadministratie betreffende bouwkundige onderhouds-

werkzaamheden woningen Goudsbloemstraat e.o:.

1. een opdrachtverstrekking, gedagtekend 26 november 1997,

afkomstig van SWZ Stichting Woningbeheer Zwolle,

geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV met een bedrag

van f. 958.485,- (exlusief BTW), in welk bedrag (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, dat in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document: onderdeel van bijlage 245-5)

en/of

2. een of twee (eind-)facturen, gedagtekend (respectievelijk) 12

oktober 2000 en/of 18 oktober 2000, geadresseerd aan SWZ

Woningcorporatie, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een

reeds gefactureerd bedrag van ongeveer f. 857.228,01 en een

(restant-) factuurbedrag van ongeveer f. 85.429,99, waarin (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, dat in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats documenten: onderdeel bijlage 245-7 en 245-22)

en/of

3. een proces-verbaal van oplevering en/of een (daarbij

behorende) Afronding Projecten Financieel, gedagtekend 18

oktober 2000, ondertekend door K. [ondertekenaar A], namens [bedrijf 2]

Bouwbedrijf BV en/of door D. [ondertekenaar B] namens SWZ

Woningcorporatie, waarin een te laag bedrag aan

minderwerk was vermeld;

(vindplaats document, bijlage 245-10)

werd(en) opgenomen;

6.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 11 januari 2001 tot

en met 5 april 2002 te Havelte, in de gemeente Westerveld, in elk geval in

Nederland,

(telkens) een (zogenaamd) werkbriefje in gebruik bij (respectievelijk) Gak

Nederland BV en/of UWV Gak in het kader van de uitvoering van de

werkloosheidswet, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende die valsheid (telkens) hierin bestaan, dat in die werkbriefjes/dat

werkbriefje (telkens) werd vermeld, dat hij, verdachte, in de periode waarop

die werkbriefjes/dat werkbriefje betrekking had(den), niet had gewerkt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door de verdediging is (niet onbegrijpelijk) gedetailleerd ingegaan op de zeer overvloedig aanwezige bewijsmiddelen die ten grondslag worden gelegd aan de tenlastelegging, die een zeer groot aantal beschuldigingen bevat.

Het hof is van oordeel dat de door verdachte en de raadsman bepleite vrijspraak voor de onder 1 tot en met 5 bewezenverklaarde feiten wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Er bestaat geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte en de raadsman afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof zal dan ook thans niet ingaan op elk van de onderdelen van dit verweer met uitzondering van het navolgende.

Voor het bewijs van het onder 1 bewezenverklaarde heeft het hof - onder meer - het navolgende in aanmerking genomen.

Door “PriceWaterhouseCoopers” (PwC) is op 10 april 2002 in opdracht van SWZ een rapport opgemaakt. Uit het rapport blijkt van een relatie tussen [bedrijf 1] Betontechnieken en Bouwtechnisch Adviesburo [verdachte].

[bedrijf 1], directeur van [bedrijf 1] Betontechnieken B.V. verklaarde onder meer: “Ik was al langere tijd bevriend met de heer [verdachte]. Op een gegeven moment begon de heer [verdachte] ook om geld te vragen. Ik weet niet meer wie er op het idee kwam om dit via facturen van adviesbureau [verdachte] te laten lopen. Ik wilde gewoon dekking hebben in mijn boekhouding. Het is niet zo dat alle facturen van [voornaam] [verdachte] volkomen nergens op slaan. Hij gaf ook wel eens werkelijk een advies. Als ik over de laatste vijf/zes jaar moet schatten dan schat ik dat de facturen van [voornaam] [verdachte] voor 10 à 20% werkelijke werkzaamheden van [verdachte] betreffen. Het overige is gewoon een betaling aan [voornaam] [verdachte] voor de relatie die we met [voornaam] [verdachte] als medewerker van SWZ hadden. Elke factuur die ik van [verdachte] kreeg, was te hoog. In ruil stelde [voornaam] [verdachte] mij af en toe wel eens voor om een offerte van SWZ wat hoger uit te brengen. Verder heb ik van [voornaam] [verdachte] een overzicht gehad met budgetten van SWZ. Op deze manier was het natuurlijk een stuk eenvoudiger calculeren”.

[getuige 1], directeur van Installatiebedrijf [bedrijf 4] B.V. verklaarde onder meer: “Ik heb u verklaard dat ik op advies van [bedrijf 1] geld ben gaan betalen aan [voornaam] [verdachte] omdat ik met [bedrijf 4] Installatiebedrijf graag klant wilde blijven werken voor SWZ. Ik weet van betalingen door [bedrijf 1] aan [verdachte]. [bedrijf 1] heeft mij verteld dat hij geen zwart potje had maar dat hij geld overmaakte naar het adviesbureau van [verdachte]. Hij vertelde nog dat het nadeel was dat [verdachte] daar nog wel belasting over moest betalen. Gezien dit verhaal moeten er dus door [verdachte] facturen zijn verstuurd aan [bedrijf 1]. Ik heb tegen [bedrijf 1] aangegeven dat ik het niet zo zou kunnen doen, omdat ik geen facturen van adviesbureaus kan verwerken in mijn bedrijf”.

Uit ondermeer deze verklaringen blijkt dat verdachte gebruik heeft gemaakt van valse facturen en daarnaast sluit deze handelwijze aan bij het onder 2 bewezenverklaarde.

Het hof heeft vastgesteld dat er, met betrekking tot het onder 2 en 5 bewezenverklaarde, een grote mate van overeenstemming bestaat in de verklaringen van onder meer [bedrijf 1] (van [bedrijf 1] Betontechnieken), [getuige 1] (van Installatiebedrijf [bedrijf 4] B.V.), [ondertekenaar A] (van [bedrijf 2] Bouwbedrijf), [bedrijf 3] (van Schildersbedrijf [bedrijf 3]) en [ondertekenaar B] (SWZ), die met elkaar een volstrekt overtuigend beeld oproepen: er bestond bij SWZ op grote schaal corruptie, er werden werken uitgevoerd voor privé-personen die niet of slechts zeer ten dele betaald werden, vervolgens werden de leveranciers daarvoor gehonoreerd door bewust de gelegenheid te bieden om hogere bedragen, die niets uitstaande hadden met het desbetreffende project van SWZ, te verschrijven op die projecten of om hoger in te schrijven op die projecten om op die wijze de kosten ten behoeve van de privé-projecten te verrekenen.

Een en ander vindt voor een deel bevestiging in de verklaring van [ondertekenaar B]. Hij verklaarde bij één van zijn verhoren als volgt: “Door het aannemersbedrijf [bedrijf 10] ben ik concreet benaderd om f. 125.000,- aan hem te betalen omdat [bedrijf 10] privé werkzaamheden had verricht voor [verdachte]. Het bleek dat [verdachte] niet aan [bedrijf 10] wilde betalen zodat [bedrijf 10] bij mij kwam om toch een betaling te regelen. Ik heb [bedrijf 10] te kennen gegeven hem niet te willen helpen. Ik heb niet meegewerkt aan de vraag van [bedrijf 10]. Het was wel zo dat [bedrijf 10] gewoon was hoog in te schrijven. SWZ wist dat en controleerde de offertes scherp. Vervolgens werd ik ontboden in de kamer van [medeverdachte]. Ik kreeg opdracht om een bedrag van f. 104.000,--, [verdachte] had zelf namelijk f. 25.000,-- betaald, weg te schrijven op projecten. Deze actie werd mij opgedragen door [medeverdachte] en [ T ]. U vraagt mij waarom ik hieraan heb meegewerkt. Ik kan hierop zeggen dat ik bij deze situatie [ U ] voor ogen had, die door [medeverdachte] de laan was uitgestuurd. Ik was zelf bang voor mijn eigen positie. Ik realiseerde mij ook dat [medeverdachte] mij dingen opdroeg die niets te maken hadden met projecten. Ik ging echter ook af op de toezegging van [medeverdachte] dat hij schoon schip wilde maken. [medeverdachte] deelde mij ook nog letterlijk mee: ‘Ik ben verantwoordelijk hiervoor’”.

Bij het onder 5 bewezenverklaarde neemt het hof in aanmerking dat tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte de inhoud van een papierversnipperaar in beslag is genomen. Door medewerkers van de FIOD-ECD zijn de stroken van de papierversnipperaar tot één document gereconstrueerd en bij het dossier gevoegd (bijlage 67). In dit gereconstrueerde document staan handgeschreven aantekeningen met betrekking tot de kosten van de verbouwing van de woning van verdachte en halverwege dat document is met de hand geschreven: “Compensatie”, “sloten H.vliet/Dollard f. 21.650,-“ en “Goudsbl.str. f. 103.000,-“. De bedragen die in dit document zijn opgenomen onder dit kopje “Compensatie, betreffen zowel privé-bedragen als bedragen met betrekking tot SWZ volgens verdachte. Deze bedragen zijn bij elkaar geteld en onderaan het document staat een totaaltelling exclusief BTW en inclusief BTW. Nadat dit document bij de behandeling van de zaak aan verdachte is voorgehouden, heeft verdachte geen enkele aanneembare verklaring voor dit document en voor de optelling van de bedragen kunnen geven.

Uit de inhoud van dit document leidt het hof af dat verdachte wetenschap heeft gehad van het wegschrijven van privé werkzaamheden op projecten bij de SWZ.

Voorts heeft de raadsman over een groot aantal feiten betoogd, dat daarvoor telkens slechts één verklaring van één getuige zou bestaan. In elk van de gevallen waarin dit verweer is gevoerd, en waarbij het hof tot bewezenverklaring komt, maakt het hof bij een eventueel op te maken aanvulling op dit arrest gebruik van hetzij schriftelijk bewijs, hetzij andere verklaringen die de door de raadsman bedoelde verklaring voldoende ondersteunen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift aannemen en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven (oud), meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

- geldende voor de periode tot en met 31 december 2000 -

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvollledig doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven (oud);

en

- geldende voor de periode vanaf 1 januari 2001 -

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde:

Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die

verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte ten aanzien van het onder 2 tot en met 6 tenlastegelegde veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf met aftrek.

De verdachte en de officier van justitie zijn in hoger beroep gekomen van deze veroordeling.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte ten aanzien van het onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot vierentwintig maanden gevangenisstraf, met aftrek, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Ook voor de straftoemeting is van belang dat het hof, anders dan de rechtbank, wel komt tot bewezenverklaring van een aantal frauduleuze handelingen onder 1 ten laste gelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf ten aanzien van het onder 1 tot en met 6 bewezenverklaarde bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft gedurende een groot aantal jaren zijn leidinggevende positie bij SWZ misbruikt om zich privé te bevoordelen/verrijken.

Het hof beoordeelt de bewezenverklaarde feiten als hoogst ernstig. De praktijken bij SWZ, waarvoor verdachte medeverantwoordelijkheid droeg, zijn van corruptieve aard en daarmee hangt samen dat zich vaak meerdere met elkaar samenhangende misdrijven voordoen. Het hof merkt op dat corruptie van bestuurders/leidinggevenden van ondernemingen in het algemeen met zich brengt, dat medewerkers van die ondernemingen moeten mee doen aan de knoeierij en in de administratie gaan frauderen. Ook bedrijven die zich gedwongen zien om mee te gaan in de corruptie, of dat vrijwillig doen, zullen op hun beurt weer moeten knoeien in hun administratie of moeten met zwart geld werken. Aldus verbreidt het kwaad zich als een olievlek.

De bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden binnen een organisatie die zich bezig houdt met sociale woningbouw.

Aannemelijk is dat door de handelwijze van verdachte en zijn medeverdachten de SWZ benadeeld is en dat mogelijk huurders van woningen van de SWZ het gelag, in de vorm van huurverhogingen, moeten betalen voor de “voor wat hoort wat” cultuur.

Het hof is van oordeel dat voor feiten als de onderhavige slechts van oplegging van een gevoelige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf de nodige generaal-preventieve werking uitgaat. Voorts stelt het hof vast dat verdachte, na zijn vertrek bij SWZ, de onder 6 bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd en derhalve ook nadien de Nederlandse samenleving heeft benadeeld door geen opgave te doen van werkzaamheden als gevolg waarvan hij een (te hoge) uitkering heeft ontvangen.

Gelet op de aard, de ernst en de duur van de bewezenverklaarde feiten is het hof van oordeel dat aan verdachte een zwaardere straf moet worden opgelegd dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof ziet geen redenen aanwezig een deel van de overwogen gevangenisstraf voorwaardelijk aan verdachte op te leggen. Het hof heeft zich gerealiseerd, dat verdachte van gevorderde leeftijd is, en een zo goed als blanco strafblad heeft.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat, zoals subsidiair door de raadsman van verdachte is bepleit, oplegging van een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf en/of oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, geen passende sanctie voor afdoening van deze zaak is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 225 en 328ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 (oud) en 69 (oud) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen .

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het 1, 2, 3, 4, 5, en 6 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenis-straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr J.M.J. Denie, voorzitter,

mr H.W. Koksma en mr R. de Groot, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G. Heeres, griffier,

en op 6 augustus 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.