Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BB1340

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
06-08-2007
Datum publicatie
08-08-2007
Zaaknummer
21-006597-04
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZLY:2004:AR5736, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BJ2772, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2010:BJ2772
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De praktijken bij [bedrijf], waarvoor verdachte in de periode dat hij directeur van de [bedrijf] was, de primaire verantwoordelijkheid droeg en in de periode daaraan voorafgaand medeverantwoordelijkheid droeg, zijn van corruptieve aard en daarmee hangt samen dat zich vaak meer met elkaar samenhangende misdrijven voordoen.

30 maanden gevangenisstraf. Hoger beroep van LJN AR5736.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 21-006597-04

Uitspraak d.d.: 6 augustus 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 16 november 2004 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [...] 1955,

wonende te [woonadres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van onderscheidenlijk 31 augustus 2005, 15 maart 2007, 5 en 6 juli 2007, en 23 juli 2007 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De verdachte heeft bij zijn laatste woord onder meer naar voren gebracht: “Als de genoemde getuigen (verdachte bedoelt kennelijk hiermee de getuigen [getuige A], [getuige B], [getuige C], [getuige D] en [getuige E]) een belangrijke bijdrage zouden moeten leveren tot het wel dan niet bewezen verklaren van één of meerdere feiten, lijkt het mij reëel indien die getuigen door uw college aan de tand zullen worden gevoeld opdat uw college een betere indruk kan krijgen omtrent hun betrouwbaarheid”.

Het hof zal het verzoek van verdachte verstaan als een verzoek tot aanhouding om op een nadere terechtzitting de bedoelde getuigen alsnog te horen.

Het hof stelt voorop dat in beginsel op het verzoek van verdachte niet gerespondeerd behoeft te worden aangezien het verzoek ontijdig/te laat is gedaan en mede gelet op de omstandigheid dat verdachte voorzien was van rechtskundige bijstand en het in de rede had gelegen een dergelijk verzoek op een eerder tijdstip te doen en niet pas bij gelegenheid van het laatste woord, zodat ook de advocaat-generaal in de gelegenheid zou zijn geweest hierop te reageren.

Overigens acht het hof zich gelet op de stukken van het dossier, waaronder de nadere verhoren door de rechter-commissaris van voornoemde getuigen, voldoende ingelicht en is het van oordeel dat het horen van de door verdachte genoemde getuigen niet noodzakelijk is.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen nu het deels tot andere beslissingen komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 april 2002, op een of meer verschillende tijdstippen

in de periode 1 januari 1997 tot en met 11 maart 2002, in de gemeente

Zwolle,

(telkens) opzettelijk voorhanden heeft gehad na te noemen of een of meer van

na te noemen vals(e) facturen

- zijnde (telkens) (een)geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs

van enig feit te dienen -, te weten:

a) een factuur, gedateerd 21 november 1997, afkomstig van Installatiebedrijf

[bedrijf 1] BV en gericht aan hem, verdachte, met een factuurbedrag van f 763,75

inclusief BTW;

en/of

b) een factuur, gedateerd 17 april 1998, afkomstig van Installatiebedrijf

[bedrijf 1] BV en gericht aan hem, verdachte, met een factuurbedrag van f 763,75

inclusief BTW;

en/of

c) een factuur, gedateerd 5 juni 1998, afkomstig van Installatiebedrijf

[bedrijf 1] BV en gericht aan hem, verdachte, met een factuurbedrag van f 6.462,50

inclusief BTW;

en/of

d) een of twee facturen, (respectievelijk) 19 februari 1998 en/of 10 april

1998, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf en gericht aan hem, verdachte, met

(respectievelijk) een factuurbedrag f 2.428,98 en/of f 5.952,43 (elk)

inclusief BTW;

en/of

e) een factuur, gedateerd 16 april 1998, afkomstig van Schildersbedrijf

[bedrijf 3] en gericht aan hem, verdachte, met een factuur bedrag van f 528,75

inclusief BTW;

en/of

f) een factuur, gedateerd 9 mei 2000, afkomstig van Talen Apeldoorn BV en

gericht aan hem, verdachte, met een factuurbedrag van f 1.337,74;

terwijl hij (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die

geschriften/dit geschrift bestemd waren/was voor gebruik als ware zij/het

(telkens) echt en onvervalst,

bestaande valse (telkens) hierin:

- dat dit facturen/factuur afkomstig van Installatiebedrijf [bedrijf 1] BV

fictief waren/was, althans dat de daarop vermelde factuurbedragen/-bedrag

lager waren/was dan in werkelijkheid had moeten zijn vermeld;

en/of

- dat op die facturen/factuur afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV (telkens)

een lager aantal arbeidsuren dan het werkelijke aantal arbeidsuren was vermeld

en/of dat de daarop vermelde factuurbedragen/-bedrag lager waren/was dan in

werkelijkheid had moeten zijn vermeld;

en/of

- dat op die factuur afkomstig van Schildersbedrijf [bedrijf 3] een lager

factuurbedrag was vermeld dan in werkelijkheid had moeten zijn vermeld;

en/of

- dat op die factuur afkomstig van Talen Apeldoorn BV een lager factuurbedrag

was vermeld dan in werkelijkheid had moeten zijn vermeld;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 40 t/m 60, en bijlagen 104, 107,

122 en 128 van dat dossier)

2.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 1 januari 1997 tot

en met 02 september 2001, in de gemeente Zwolle,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer

rechtspersonen, althans alleen,

na te noemen of een of meer van na te noemen projectadministraties, welke

projectadministratie(s) onderdeel uit maakte(n) van de bedrijfsadministratie

van de Stichting Woningbeheer Zwolle en/of de Samenwerkende

Woningbouwvereniging Zwolle en/of de stichting SWZ Woningcorporatie, te weten:

A) de projectadministratie betreffende Hang- en sluitwerk

Haringvliet/Dollard;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 105 t/m 122, proces-verbaal

van bevindingen, bijlage 198 van het dossier [verdachte], en documenten,

bijlagen 199 van dat dossier)

en/of

B) de projectadministratie betreffende schoorstenen Minervalaan e.o.;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 105 t/m 122,

proces-verbaal van bevindingen, bijlage 200 van het dossier [verdachte]

en documenten, bijlagen 201 van dat dossier)

en/of

C) de projectadministratie betreffende bouwkundige onderhoudswerkzaamheden

woningen Goudsbloemstraat e.o.;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz.105 t/m 122,

proces-verbaal van bevindingen, bijlage 202 van het dossier [verdachte]

en documenten, bijlagen 203 van dat dossier)

- (elk) zijnde een samenstel van geschriften, welke in onderlinge samenhang

bestemd waren/was om te dienen tot bewijs van het daaringestelde, althans van

enig feit-

(telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die/dat geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan:

A) dat in de projectadministratie betreffende Hang- en sluitwerk

Haringvliet/Dollard:

1) een opdrachtverstrekking, gedagtekend 11 december 1997,

afkomstig van Stichting Woningbeheer Zwolle/SWZ,

geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een (opdracht-)

bedrag van f. 86.250,-, in welke bedrag (een) bedrag(en) waren/was

ingecalculeerd, welke in werkelijkheid geen betrekking had(den)

op genoemd project;

(vindplaats document: bijlage 199-4 van dossier [verdachte])

en/of

2) een (meerwerk-)factuur, gedagtekend 14 mei 1998, geadresseerd

aan SWZ, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV,

factuurnummer 2980504, met een factuurbedrag van f.18.189,93,

waarin een (geheel) fictieve hoeveelheid (meer-)werk

was vermeld;

(vindplaats document: bijlage 199-6 van dossier [verdachte])

en/of

3) een (eind-)factuur gedagtekend 25 mei 1998, geadresseerd aan

SWZ, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, factuurnummer

2980512, betreffende een aanneemsom van f. 86.250,- en met een

(restant) factuurbedrag van f. 4.100,-, waarin (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, welke in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project,

(vindplaats document, bijlage 199-5 van dossier [verdachte])

werd(en) opgenomen;

B) dat in de projectadministratie betreffende Schoorstenen Minervalaan e.o.

1) een zogenaamde meerwerkfactuur, gedagtekend 15 juni 2000,

factuurnummer 2000446, geadresseerd aan SWZ Woningcorporatie,

afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een factuurbedrag van

f. 28.730,-, waarin een (geheel) fictieve hoeveelheid meerwerk was

vermeld;

(vindplaats document: onderdeel bijlage 201-7 van dossier

[verdachte])

en/of

2) een (eind-)factuur, gedagtekend 20 maart 2000, geadresseerd aan SWZ

Woningcorporatie, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, betreffende

een aanneemsom f. 520.938,- met een (restant-)factuurbedrag van

f. 60.134,-, waarin (een) bedrag(en) waren/was ingecalculeerd,

welke in werkelijkheid geen betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document: onderdeel bijlage 201-7 van dossier

[verdachte])

en/of

3) een opdrachtverstrekking, gedagtekend 10 mei 1999, afkomstig

van SWZ woningcorporatie, geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf

BV met een bedrag van f. 520.938,- (exclusief BTW), in welk bedrag

(een) bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, welke in werkelijkheid

geen betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document: onderdeel bijlage 201-6 van

dossier [verdachte])

werd(en) opgenomen;

C) dat in de projectadministratie betreffende bouwkundige onderhouds-

werkzaamheden woningen Goudsbloemstraat e.o:.

1) een opdrachtverstrekking, gedagtekend 26 november 1997,

afkomstig van SWZ Stichting Woningbeheer Zwolle,

geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV met een bedrag

van f. 958.485,- (exlusief BTW), in welk bedrag (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd, welke in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats document: bijlage 203-5 van dossier [verdachte])

en/of

2) een of twee (eind-)facturen, gedagtekend (respectievelijk) 12

oktober 2000 en/of 18 oktober 2000, geadresseerd aan SWZ

Woningcorporatie, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een

reeds gefactureerd bedrag van ongeveer f. 857.228,01 en een

(restant-) factuurbedrag van ongeveer f. 85.430,-, waarin (een)

bedrag(en) waren/was ingecalculeerd,welke in werkelijkheid geen

betrekking had(den) op genoemd project;

(vindplaats documenten: bijlage 203-22 van dossier [verdachte])

en/of

3) een proces-verbaal van oplevering en/of een (daarbij

behorende) Afronding Projecten Financieel, gedagtekend 18

oktober 2000, ondertekend door [getuige C], namens [bedrijf 2]

Bouwbedrijf BV en/of door [getuige A] namens SWZ

Woningcorporatie, waarin een te laag bedrag aan

minderwerk was vermeld;

(vindplaats document, bijlage 203-10 van dossier [verdachte])

werd(en) opgenomen;

3.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 1 april 1996 tot en

met 4 september 2001, in de gemeente Zwolle en/of (elders) in Nederland,

anders dan als ambtenaar, namelijk als Hoofd technische zaken uitvoering

en/of als Hoofd technische zaken en/of als adjunct-directeur Verhuur,

Ontwikkeling en Beheer en/of als directeur (respectievelijk) in

dienstbetrekking werkzaam zijnde bij de Stichting Woningbeheer Zwolle en/of de

Samenwerkende Woningbouwvereniging Zwolle en/of bij SWZ Woningcorporatie, naar

aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking had gedaan of nagelaten

dan wel zou doen of nalaten, na te noemen of een of meer van na te noemen

giften, te weten:

a) de huurkosten van een loods of het gebruik van die loods om niet of

nagenoeg om niet ten behoeve van de bouw van een stacaravan/chalet en/of een

centrale verwarmingsinstallatie en/of sanitair en/of een electrische

installatie en/of de installatie- en/of aanlegwerkzaamheden daarvan ten

behoeve van die stacaravan/dat chalet om niet of nagenoeg om niet van

Installatiebedrijf T. [bedrijf 1] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 40 t/m 47 en bijlagen 104 en 107

van dat dossier)

en/of

b) het verschil tussen de door hem, verdachte, betaalde prijs en de reële

kostprijs of gangbare commerciële prijs voor (timmer-)werkzaamheden en/of

(timmer-)materiaal ten behoeve van de bouw van een stacaravan/chalet van

[bedrijf 2] Bouwbedrijf BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 47 t/m 55 en bijlage 111 van dat

dossier)

en/of

c) het verschil tussen de door hem, verdachte, betaalde prijs en de reële

kostprijs of gangbare commerciële prijs voor schilderwerkzaamheden ten behoeve

van een stacaravan/chalet van Schildersbedrijf [bedrijf 3];

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 55 t/m 58 en bijlage 122 van dat

dossier)

en/of

d) het verschil tussen de door hem, verdachte, betaalde prijs en de reële

kostprijs of gangbare commerciële prijs voor schilderwerkzaamheden ten behoeve

van een stacaravan/chalet van Schildersbedrijf Talen Apeldoorn BV;

(zie proces-verbaal/dossier, blz. 58 en 60 en bijlage 128 van dat dossier)

en/of

e) (telkens) een hoeveelheid verf van [bedrijf 4] Verf BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 60 t/m 63)

en/of

f) een serre danwel een of meer kozijnen en/of (daarboven) een electrisch

bedienbaar uitvalscherm (als dak) en/of de plaatsingswerkzaamheden daarvan van

[bedrijf 2] Bouwbedrijf BV:

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 70 t/m 72)

en/of

g) (telkens) een of meer geldbedragen van [getuige E] Betontechnieken BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 73 t/m 78 en bijlagen 147 en 148 van dat

dossier)

en/of

h) een bedrag van f 2.000,-, althans een geldbedrag van Installatiebedrijf T.

[bedrijf 1] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 79 t/m 81)

en/of

i) een reis naar Berlijn en/of verblijfkosten aldaar en/of een reis naar

Praag en/of verblijfkosten aldaar en/of een hotelaccomodatie te Hannover en/of

(telkens) een of meer bezoeken aan (privé-)clubs in België en/of Nederland van

Installatiebedrijf [bedrijf 1] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 84 t/m 89 en bijlagen 156 t/m 159 van dat

dossier)

en/of

j) (telkens) een of meer bezoeken aan (privé-)clubs in Ommen en/of Nijeveen

van [getuige E] Betontechnieken BV;

(zie proces- verbaal/dossier [verdachte], blz. 89 en 90)

en/of

k) een videocamera en/of (telkens) een of meer verlichtingsartikelen van

Installatiebedrijf T. [bedrijf 1] BV;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 95 t/m 101 en bijlagen 169, 171,

173 en 174 van dat dossier)

(telkens) heeft aangenomen en dit aannemen (telkens) in strijd met de goede

trouw heeft verzwegen tegenover zijn, verdachtes, werkgever(s) bovengenoemd;

4.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode maart 1995 tot en

met maart 1998, in de gemeente Zwolle en/of elders in Nederland,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n)

voor de inkomstenbelasting over de/het ja(a)r(en) 1994, 1995, 1996 en/of 1997,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Particulieren Hoogeveen, vestiging Zwolle te

Zwolle,

terwijl, daarvan (telkens) het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting

zou kunnen worden geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in

de aangiftebiljetten/dat aangiftebiljet betreffende die jaren/dat jaar

(telkens) een te laag belastbaar inkomen werd vermeld;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz. 8 t/m 104 en bijlagen 206 t/m 208

en 213 van dat dossier)

5.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode maart 1999 tot en

met maart 2002, in de gemeente Zwolle en/of elders in Nederland,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n)

voor de inkomstenbelasting over het/de jaar/jaren 1998, 1999, 2000 en/of 2001,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de

Belastingdienst/Particilieren Hengelo, vestiging Zwolle,

terwijl die feiten/dat feit er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig

belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan, dat in

de aangifte(n) betreffende die jaren/dat jaar (telkens) een te laag

belastbaar inkomen werd vermeld;

(zie proces-verbaal/dossier [verdachte], blz.8 t/m 104 en bijlagen 209 t/m 212

van dat dossier)

6.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 1 december 2000 tot

en met 30 september 2001, in de gemeente Zwolle,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) de (financiële) administratie, in ieder geval de

bedrijfsadministratie van de Samenwerkende Woningbouwvereniging Zwolle en/of de

Woningstichting SWZ, - zijnde een samenstel van geschriften, welke in

onderlinge samenhang bestemd was om te dienen tot bewijs van het

daaringestelde, althans van enig feit-

valselijk heeft opgemaakt of heeft doen opmaken met het oogmerk om die/dat

geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken,

bestaande dat valselijk opmaken of doen opmaken (telkens) hierin, dat in die

administratie (telkens) een bate van f 6.815,- en/of f 952,- en/of f 5007,46,

althans een of meer baten niet in die administratie werden vermeld of niet

werden doen vermeld in die administratie.

(zie proces-verbaal/dossier Althof, blz.57 t/m 61 en documenten, bijlagen 67,

68 en 70 van dat dossier)

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 6 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode 1 januari 1997 tot en met 11 maart 2002, in de gemeente Zwolle,

telkens opzettelijk voorhanden heeft gehad na te noemen valse facturen

- zijnde telkens geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, te weten:

a) een factuur, gedateerd 21 november 1997, afkomstig van Installatiebedrijf

T. [bedrijf 1] BV en gericht aan hem, verdachte, met een factuurbedrag van f 763,75

inclusief BTW;

en

b) een factuur, gedateerd 17 april 1998, afkomstig van Installatiebedrijf

[bedrijf 1] BV en gericht aan hem, verdachte, met een factuurbedrag van f 763,75

inclusief BTW;

en

c) een factuur, gedateerd 5 juni 1998, afkomstig van Installatiebedrijf T.

[bedrijf 1] BV en gericht aan hem, verdachte, met een factuurbedrag van f 6.462,50

inclusief BTW;

en

d) twee facturen, (respectievelijk) 19 februari 1998 en 10 april

1998, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf en gericht aan hem, verdachte, met

(respectievelijk) een factuurbedrag f 2.428,98 en f 5.952,43 elk

inclusief BTW;

en

e) een factuur, gedateerd 16 april 1998, afkomstig van Schildersbedrijf

[bedrijf 3] en gericht aan hem, verdachte, met een factuur bedrag van f 528,75

inclusief BTW;

en

f) een factuur, gedateerd 9 mei 2000, afkomstig van Talen Apeldoorn BV en

gericht aan hem, verdachte, met een factuurbedrag van f 1.337,74;

terwijl hij telkens wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die

geschriften bestemd waren voor gebruik als waren zij

echt en onvervalst,

bestaande die valsheid telkens hierin

- dat de op de facturen afkomstig van Installatiebedrijf T. [bedrijf 1] BV

vermelde factuurbedragenlager warendan in werkelijkheid had moeten zijn vermeld;

en

- dat op die facturen afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV telkens

een lager aantal arbeidsuren dan het werkelijke aantal arbeidsuren was vermeld

en dat de daarop vermelde factuurbedragen lager waren dan in

werkelijkheid had moeten zijn vermeld;

en

- dat op de factuur afkomstig van Schildersbedrijf [bedrijf 3] een lager

factuurbedrag was vermeld dan in werkelijkheid had moeten zijn vermeld;

en

- dat op de factuur afkomstig van Talen Apeldoorn BV een lager factuurbedrag

was vermeld dan in werkelijkheid had moeten zijn vermeld;

2.

hij op tijdstippen in de periode 1 januari 1997 tot

en met 2 september 2001, in de gemeente Zwolle,

tezamen en in vereniging met anderen ,

na te noemen projectadministraties, welke

projectadministratie(s) onderdeel uit maakten van de bedrijfsadministratie

van de Stichting Woningbeheer Zwolle en/of de Samenwerkende

Woningbouwvereniging Zwolle en/of de stichting SWZ Woningcorporatie, te weten:

A) de projectadministratie betreffende Hang- en sluitwerk

Haringvliet/Dollard;

enB) de projectadministratie betreffende schoorstenen Minervalaan e.o.;

en

C) de projectadministratie betreffende bouwkundige onderhoudswerkzaamheden

woningen Goudsbloemstraat e.o.;

- elk zijnde een samenstel van geschriften, welke

bestemd waren om te dienen tot bewijs van enig feit-

telkens valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die geschriften

als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan:

A) dat in de projectadministratie betreffende Hang- en sluitwerk

Haringvliet/Dollard:

1. een opdrachtverstrekking, gedagtekend 11 december 1997,

afkomstig van Stichting Woningbeheer Zwolle/SWZ,

geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een opdracht-

bedrag van f. 86.250,-, in welke bedrag een bedrag was

ingecalculeerd, dat in werkelijkheid geen betrekking hadden

op genoemd project;

en

2. een meerwerk-factuur, gedagtekend 14 mei 1998, geadresseerd

aan SWZ, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV,

factuurnummer 2980504, met een factuurbedrag van f.18.189,93,

waarin een fictieve hoeveelheid meer-werk

was vermeld;

en

3. een -factuur gedagtekend 25 mei 1998, geadresseerd aan

SWZ, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, factuurnummer

2980512, betreffende een aanneemsom van f. 86.250,- en met een

restant factuurbedrag van f. 4.100,-, waarin een

bedrag was ingecalculeerd, dat in werkelijkheid geen

betrekking had op genoemd project,

werden opgenomen;

B) dat in de projectadministratie betreffende Schoorstenen Minervalaan e.o.

1. een zogenaamde meerwerkfactuur, gedagtekend 15 juni 2000,

factuurnummer 2000446, geadresseerd aan SWZ Woningcorporatie,

afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een factuurbedrag van

f. 28.730,-, waarin een fictieve hoeveelheid meerwerk was

vermeld;

en

2. een factuur, gedagtekend 20 maart 2000, geadresseerd aan SWZ

Woningcorporatie, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, betreffende

een aanneemsom f. 520.938,- met een restant-factuurbedrag van

f. 60.134,-, waarin een bedrag was ingecalculeerd,

dat in werkelijkheid geen betrekking had op genoemd project;

en

3. een opdrachtverstrekking, gedagtekend 10 mei 1999, afkomstig

van SWZ woningcorporatie, geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf

BV met een bedrag van f. 520.938,- (exclusief BTW), in welk bedrag

een bedrag was ingecalculeerd, dat in werkelijkheid

geen betrekking had op genoemd project;

werden opgenomen;

C) dat in de projectadministratie betreffende bouwkundige onderhouds-

werkzaamheden woningen Goudsbloemstraat e.o:.

1. een opdrachtverstrekking, gedagtekend 26 november 1997,

afkomstig van SWZ Stichting Woningbeheer Zwolle,

geadresseerd aan [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV met een bedrag

van f. 958.485,- (exlusief BTW), in welk bedrag een

bedrag was ingecalculeerd, dat in werkelijkheid geen

betrekking had op genoemd project;

en

2. twee facturen, gedagtekend (respectievelijk) 12

oktober 2000 en 18 oktober 2000, geadresseerd aan SWZ

Woningcorporatie, afkomstig van [bedrijf 2] Bouwbedrijf BV, met een

reeds gefactureerd bedrag van ongeveer f. 857.228,01 en een

restant- factuurbedrag van ongeveer f. 85.430,-, waarin een

bedrag was ingecalculeerd, dat in werkelijkheid geen

betrekking had op genoemd project;

en

3. een proces-verbaal van oplevering en een daarbij

behorende Afronding Projecten Financieel, gedagtekend 18

oktober 2000, ondertekend door [getuige C], namens [bedrijf 2]

Bouwbedrijf BV en door [getuige A] namens SWZ

Woningcorporatie, waarin een te laag bedrag aan

minderwerk was vermeld;

werden opgenomen;

3.

hij op tijdstippen in de periode 1 april 1996 tot en

met 4 september 2001, in de gemeente Zwolle en/of elders in Nederland,

anders dan als ambtenaar, namelijk als Hoofd technische zaken uitvoering

of als Hoofd technische zaken of als adjunct-directeur Verhuur,

Ontwikkeling en Beheer of als directeur in

dienstbetrekking werkzaam zijnde bij de Stichting Woningbeheer Zwolle of de

Samenwerkende Woningbouwvereniging Zwolle of bij SWZ Woningcorporatie, naar

aanleiding van hetgeen hij in zijn dienstbetrekking had gedaan of nagelaten

dan wel zou doen of nalaten, na te noemen

giften, te weten:

a) de huurkosten van een loods of het gebruik van die loods om niet of

nagenoeg om niet ten behoeve van de bouw van een stacaravan/chalet en een

centrale verwarmingsinstallatie en sanitair en een electrische

installatie en/of de installatie- en/of aanlegwerkzaamheden daarvan ten

behoeve van die stacaravan/dat chalet om niet of nagenoeg om niet van

Installatiebedrijf T. [bedrijf 1] BV;

en

b) het verschil tussen de door hem, verdachte, betaalde prijs en de reële

kostprijs of gangbare commerciële prijs voor (timmer-)werkzaamheden en

(timmer-)materiaal ten behoeve van de bouw van een stacaravan/chalet van

[bedrijf 2] Bouwbedrijf BV;

en

c) het verschil tussen de door hem, verdachte, betaalde prijs en de reële

kostprijs of gangbare commerciële prijs voor schilderwerkzaamheden ten behoeve

van een stacaravan/chalet van Schildersbedrijf [bedrijf 3];

en

d) het verschil tussen de door hem, verdachte, betaalde prijs en de reële

kostprijs of gangbare commerciële prijs voor schilderwerkzaamheden ten behoeve

van een stacaravan/chalet van Schildersbedrijf Talen Apeldoorn BV;

enf) een serre en een electrisch

bedienbaar uitvalscherm en de plaatsingswerkzaamheden daarvan van

[bedrijf 2] Bouwbedrijf B;

en

g) geldbedragen van [getuige E] Betontechnieken BV;

en

h) een bedrag van f 2.000,- van Installatiebedrijf T.

[bedrijf 1] BV;

en

i) een reis naar Berlijn en verblijfkosten aldaar en een reis naar

Praag en verblijfkosten aldaar en een hotelaccomodatie te Hannover en

bezoeken aan (privé-)clubs in België en Nederland van

Installatiebedrijf T. [bedrijf 1] BV;

en

j) bezoeken aan (privé-)clubs in Ommen en Nijeveen

van [getuige E] Betontechnieken BV;

en

telkens heeft aangenomen en dit aannemen in strijd met te goeder

trouw heeft verwegen tegenover zijn, verdachtes, werkgevers bovengenoemd;

4.

hij op tijdstippen in de periode maart 1995 tot en

met maart 1998, in de gemeente Zwolle ,

telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften

voor de inkomstenbelasting over de jaren 1994, 1995, 1996 en/of 1997,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der

belastingen/Belastingdienst/Particulieren Hoogeveen, vestiging Zwolle te

Zwolle,

terwijl, daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting

zou kunnen worden geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid telkens hierin bestaan, dat in

de aangiftebiljetten betreffende die jaren

een te laag belastbaar inkomen werd vermeld;

5.

hij op tijdstippen in de periode maart 1999 tot en

met maart 2002, in de gemeente Zwolle ,

telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als

bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften

voor de inkomstenbelasting over de jaren 1998, 1999, 2000 en/of 2001,

onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/de

Belastingdienst/Particilieren Hengelo, vestiging Zwolle,

terwijl dat feit er telkens toe strekte dat te weinig

belasting wordt geheven,

hebbende die onjuistheid of onvolledigheid telkens hierin bestaan, dat in

de aangiften betreffende die jaren een te laag

belastbaar inkomen werd vermeld.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Door de verdediging is (niet onbegrijpelijk) zeer gedetailleerd ingegaan op de zeer overvloedig aanwezige bewijsmiddelen die ten grondslag worden gelegd aan de tenlastelegging, die een zeer groot aantal beschuldigingen bevat.

Het hof is van oordeel dat de door verdachte en de raadsman bepleite vrijspraak wordt weersproken door de bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Er bestaat geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte en de raadsman afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof zal dan ook thans niet ingaan op elk van de onderdelen van dit verweer met uitzondering van het navolgende.

Het hof heeft vastgesteld dat er met betrekking tot het onder 2 en 3 bewezenverklaarde een grote mate van overeenstemming bestaat in de verklaringen van ondermeer [getuige E] (van [getuige E] Betontechnieken), [getuige B] (van Installatiebedrijf [bedrijf 1] B.V.), [getuige C] (van [bedrijf 2] Bouwbedrijf), [bedrijf 3] (van Schildersbedrijf [bedrijf 3]) en [getuige A] (SWZ), die met elkaar een volstrekt overtuigend beeld oproepen: er bestond bij SWZ op grote schaal corruptie, er werden werken uitgevoerd voor privé-personen die niet of slechts zeer ten dele betaald werden, vervolgens werden de leveranciers daarvoor gehonoreerd door hen bewust de gelegenheid te bieden om hogere bedragen, die niets uitstaande hadden met het desbetreffende project van SWZ, te verschrijven op die projecten of om hoger in te schrijven op die projecten om op die wijze de kosten ten behoeve van de privé-projecten te verrekenen.

Een en ander vindt voor een deel bevestiging in de verklaring van [getuige A]. Hij verklaarde bij één van zijn verhoren als volgt: “Door het aannemersbedrijf [bedrijf 2] ben ik concreet benaderd om f. 125.000,- aan hem te betalen omdat [bedrijf 2] privé werkzaamheden had verricht voor [medeverdachte]. Het bleek dat [medeverdachte] niet aan [bedrijf 2] wilde betalen zodat [bedrijf 2] bij mij kwam om toch een betaling te regelen. Ik heb [bedrijf 2] te kennen gegeven hem niet te willen helpen. Ik heb niet meegewerkt aan de vraag van [bedrijf 2]. Het was wel zo dat [bedrijf 2] gewoon was hoog in te schrijven. SWZ wist dat en controleerde de offertes scherp. Vervolgens werd ik ontboden in de kamer van [verdachte]. Ik kreeg opdracht om een bedrag van f. 104.000,--, [medeverdachte] had zelf namelijk f. 21.000,-- betaald, weg te schrijven op projecten. Deze actie werd mij opgedragen door [verdachte] en [naam A]. U vraagt mij waarom ik hieraan heb meegewerkt. Ik kan hierop zeggen dat ik bij deze situatie [naam B] voor ogen had, die door [verdachte] de laan was uitgestuurd. Ik was zelf bang voor mijn eigen positie. Ik realiseerde mij ook dat [verdachte] mij dingen opdroeg die niets te maken hadden met projecten. Ik ging echter ook af op de toezegging van [verdachte] dat hij schoon schip wilde maken. [verdachte] deelde mij ook nog letterlijk mee: ‘Ik ben verantwoordelijk hiervoor’”.

Voorts heeft de raadsman over een groot aantal feiten betoogd, dat daarvoor telkens slechts één verklaring van één getuige zou bestaan. In elk van de gevallen waarin dit verweer is gevoerd, en waarbij het hof tot bewezenverklaring komt, maakt het hof bij een eventueel op te maken aanvulling op dit arrest gebruik van hetzij schriftelijk bewijs, hetzij andere verklaringen die de door de raadsman bedoelde verklaring voldoende ondersteunen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Anders dan als ambtenaar, werkzaam zijnde in dienstbetrekking, naar aanleiding van hetgeen hij in zijn betrekking heeft gedaan of nagelaten dan wel zal doen of nalaten, een gift aannemen en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn werkgever, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen,

terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven (oud), meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

- geldende voor de periode tot en met 31 december 2000 -

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl daarvan het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven (oud);

en

- geldende voor de periode vanaf 1 januari 2001 -.

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft verdachte ten aanzien van het onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, met aftrek, waarvan één jaar gevangenisstraf voorwaardelijk met ene proeftijd van twee jaar.

De verdachte en de officier van justitie zijn in hoger beroep gekomen van deze veroordeling.

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte ten aanzien van het onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf, met aftrek, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf ten aanzien van het onder 1 tot en met 5 bewezenverklaarde bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft gedurende een groot aantal jaren zijn leidinggevende positie bij SWZ misbruikt om zich privé te bevoordelen/verrijken.

Het hof beoordeelt de bewezenverklaarde feiten als hoogst ernstig. De praktijken bij SWZ, waarvoor verdachte in de periode dat hij directeur van de SWZ was, de primaire verantwoordelijkheid droeg en in de periode daaraan voorafgaand medeverantwoordelijkheid droeg, zijn van corruptieve aard en daarmee hangt samen dat zich vaak meer met elkaar samenhangende misdrijven voordoen. Het hof merkt op dat corruptie van bestuurders/ leidinggevenden van ondernemingen in het algemeen met zich brengt, dat medewerkers van die ondernemingen moeten meegaan in de knoeierij en in de administratie gaan frauderen. Ook bedrijven die zich gedwongen zien om mee te gaan in de corruptie, of dat vrijwillig doen, zullen op hun beurt ook weer moeten knoeien in hun administratie of moeten met zwart geld werken. Aldus verbreidt het kwaad zich als een olievlek.

De bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden binnen een organisatie zie zich bezig houdt met sociale woningbouw.

Aannemelijk is dat door de handelwijze van verdachte en zijn medeverdachten de SWZ benadeeld is en dat mogelijk huurders van woningen van de SWZ het gelag, in de vorm van huurverhogingen, moeten betalen voor de “voor wat hoort wat” cultuur.

Het hof is van oordeel dat voor feiten als de onderhavige slechts van oplegging van een gevoelige onvoorwaardelijke vrijheidsstraf de nodige generaal-preventieve werking uitgaat.

Gelet op de aard, de ernst en de duur van de bewezenverklaarde feiten is het hof van oordeel dat aan verdachte een zwaardere straf moet worden opgelegd dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof ziet geen redenen aanwezig een deel van de overwogen gevangenisstraf voorwaardelijk aan verdachte op te leggen. Daaraan staat niet in de weg dat voor het (relatief geringe) feit 6 wordt vrijgesproken.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat, zoals subsidiair door de raadsman van verdachte is bepleit, oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, geen passende sanctie voor afdoening van deze zaak is.

De vordering van de benadeelde partij Woningstichting SWZ

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 54.814,13 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De vordering is naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 225 en 328ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 (oud) en 69 (oud) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen .

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 6 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenis-straf geheel in mindering zal worden gebracht.

de aan Woningstichting SWZ toegebrachte schade

Verklaart de benadeelde partij, Woningstichting SWZ, in haar vordering niet ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door

mr J.M.J. Denie, voorzitter,

mr H.W. Koksma en mr R. de Groot, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G. Heeres, griffier,

en op 6 augustus 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.