Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BA7519

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-06-2007
Datum publicatie
19-06-2007
Zaaknummer
747/2006
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming voor geslachtsnaamswijziging kind ingeval van gezamenlijk ouderlijk gezag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2007, 98
JIN 2007/340
JIN 2007/391
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 juni 2007

Familiekamer

Rekestnummer 747/2006

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Beschikking

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster, verder te noemen “de moeder”,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder, verder te noemen “de vader”.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikkingen van de rechtbank Zutphen sector civiel van 28 december 2005 uitgesproken onder zaaknummer 73731 FA RK 05 2029 en van de rechtbank Zutphen sector kanton locatie Harderwijk van 25 april 2006, uitgesproken onder zaaknummer 263911 VG 06-3.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 25 juli 2006, is de moeder in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking van 25 april 2006. De moeder verzoekt het hof, voor zover rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, die beschikking te vernietigen en haar verzoek om een vervangende machtiging voor de ontbrekende instemming van de vader te verlenen zodat de moeder namens de hierna onder 3.1 genoemde “[de dochter]” het verzoekschrift strekkende tot geslachtsnaamwijziging bij het Ministerie van Justitie kan indienen, alsnog toe te wijzen.

2.2 De vader heeft binnen de gestelde termijn geen verweerschrift ingediend.

2.3 De mondelinge behandeling heeft op 10 mei 2007 plaatsgevonden. De moeder is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. N.D. Wassink, advocaat te Zoetermeer. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen niet verschenen.

2.4 De minderjarige [de dochter] is buiten aanwezigheid van de moeder en haar advocaat door het hof gehoord.

3 De vaststaande feiten

Ten aanzien van partijen

3.1 Partijen hebben tot begin 1995 een relatie met elkaar gehad. Uit de relatie van partijen is op [geboortedatum] 1992 [de dochter] geboren. De vader heeft [de dochter] met toestemming van de moeder erkend. Blijkens de aantekening in het gezagregister van 2 november 1992 oefenen de moeder en de vader gezamenlijk het gezag uit over [de dochter]. Sinds het feitelijk uiteengaan van partijen heeft [de dochter] haar gewone verblijfplaats bij de moeder.

3.2 Bij beslissing van 12 juli 2005 heeft het Ministerie van Justitie het verzoek (van [de dochter] en de moeder) om wijziging van de geslachtsnaam van [geslachtsnaam vader] in [geslachtsnaam moeder] afgewezen. In deze beslissing heeft het Ministerie aan de moeder gemeld dat: “Zolang u niet alleen het gezag over uw kind heeft kan ik uw verzoek niet voor inwilliging in aanmerking doen komen.”

3.3 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Zutphen op 31 oktober 2005, heeft de moeder verzocht de vader te bevelen zijn medewerking te verlenen aan indiening van het verzoekschrift strekkende tot wijziging van de geslachtsnaam van [geslachtsnaam vader], althans om de moeder een vervangende machtiging te verlenen voor de ontbrekende instemming van de vader, zodat de moeder namens [de dochter] zelfstandig het verzoekschrift strekkende tot geslachtsnaamwijziging bij het Ministerie van Justitie kan indienen.

3.4 Bij beschikking van 28 december 2005 heeft de rechtbank Zutphen zich onbevoegd verklaard van het verzoek kennis te nemen en de zaak, in de stand waarin die zich bevindt, ter behandeling verwezen naar de kantonrechter te Harderwijk.

3.5 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank Zutphen, sector kanton locatie Harderwijk, het verzoek van de moeder afgewezen.

4 De motivering van de beslissing

4.1 Het hof beoordeelt het voorgelegde geschil op grond van artikel 1:253a BW dat bepaalt dat ingeval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders hieromtrent op verzoek van beiden of een van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd.

4.2 De moeder verzoekt om een vervangende machtiging voor de ontbrekende instemming van de vader te verlenen zodat een verzoek tot geslachtsnaamwijziging alsnog kan worden ingediend. De moeder voert aan dat de kantonrechter in de bestreden beschikking ten onrechte de belangen van de vader boven die van [de dochter] heeft laten prevaleren, nu uit de bepalingen van Titel 1.2 BW en het Besluit geslachtsnaamwijziging volgt dat de keuze/instemming van de minderjarige van doorslaggevende betekenis is.

4.3 [de dochter] heeft tijdens haar verhoor door het hof aangevoerd dat de vader haar niet accepteert zoals zij is. Sinds zij een eigen mening heeft accepteert de vader die mening niet en kunnen zij niet over die meningsverschillen communiceren. De vader stelt zich op het standpunt dat zij slechts de mening van de moeder of haar therapeut weergeeft en heeft sindsdien, medio 2004, geen interesse meer in [de dochter] getoond. Ook heeft de vader haar niet bezocht toen zij ziek was. Op een enkele keer na heeft [de dochter] sinds 2004 geen contact meer met de vader gehad. Hierdoor is [de dochter] zeer teleurgesteld in de vader. Nadat [de dochter] bij therapie had vernomen dat de mogelijkheid bestond om een geslachtnaamswijziging te verzoeken, met welk idee zij al langer rond liep, heeft zij de moeder verzocht een dergelijk verzoek in te dienen. [de dochter] heeft tijdens haar verhoor door het hof volhard bij haar standpunt dat zij haar geslachtsnaam van de vader, [geslachtsnaam vader], gewijzigd wil zien in de geslachtsnaam van de moeder, [geslachtsnaam moeder].

4.4 Op grond van het bepaalde in artikel 1:5 lid 2 BW heeft [de dochter] de geslachtsnaam van de vader. Artikel 1:7 lid 1 BW bepaalt dat de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek, of op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger, door de Koning kan worden gewijzigd.

Lid 5 van dit artikel bepaalt onder meer dat bij algemene maatregel van bestuur regelen worden gesteld betreffende de gronden waarop de geslachtsnaamwijziging kan worden verleend, de wijze van indiening en behandeling van verzoeken als in het eerste lid.

4.5 Deze algemene maatregel van bestuur is vanaf 1 januari 1998 het Besluit houdende Regels voor de geslachtsnaamwijziging, verder te noemen “het besluit”. Dit besluit is bij besluit van 29 oktober 2002 (Stb 2002, 463) gewijzigd. Bij besluit van 21 februari 2004 is dit besluit wederom gewijzigd (Stb 2004, 100).

4.6 Artikel 3 van het besluit bepaalt onder lid 1 dat:

“Op eensluidend verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger en van degene wiens geslachtsnaam ten behoeve van de minderjarige wordt verzocht,(…) wordt de geslachtsnaam van een minderjarige van twaalf jaren of ouder gewijzigd:

a. in de geslachtsnaam van de ouder wiens naam het kind niet heeft, indien deze ouder na de ontbinding van het huwelijk of de verbreking van de buitenhuwelijkse samenleving met de andere ouder gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek de minderjarige heeft verzorgd en opgevoed.”

Lid 4 van artikel 3 van het besluit bepaalt voor zover hier van belang dat:

“Het verzoek wordt afgewezen, indien:

a. de minderjarige al een op grond van dit artikel gewijzigde geslachtsnaam heeft;

b. de minderjarige van twaalf jaar of ouder niet instemt met de verzochte geslachtsnaamswijziging;

c. een ouder weigert in te stemmen met de verzochte geslachtsnaamswijziging van de minderjarige van twaalf jaren of ouder, tenzij deze minderjarige bij zijn instemming blijft.”

4.7 De nota van toelichting bij besluit van 21 februari 2004, houdende wijziging van geslachtsnaamswijziging in verband met wijziging gronden geslachtsnaamswijziging voor minderjarigen, vermeldt het volgende:

“Algemeen:

Het Besluit geslachtsnaamswijziging maakt het onder meer mogelijk de geslachtsnaam van minderjarigen te wijzigen in die van de verzorgende ouder, nieuwe partner van de verzorgende ouder of pleegouder. Dit is geregeld in artikel 3. Deze regeling is nu gewijzigd vanuit de gedachte dat de geslachtsnaam slechts in zeer bijzondere omstandigheden kan worden gewijzigd. Met name indien het gaat om kinderen jonger dan twaalf jaar is het nodig terughoudend met geslachtsnaamswijziging om te gaan, opdat wordt voorkomen dat hun naam - waaraan zij een deel van hun identiteit ontlenen - gewijzigd wordt zonder dat daar goede redenen aan ten grondslag liggen (…)

Het nieuwe beleid houdt in dat bij minderjarigen jonger dan twaalf jaar de mogelijkheden tot wijziging van de geslachtsnaam zijn beperkt. (…)

Voor kinderen van twaalf jaar en ouder is bepaald dat wanneer het kind instemt met de wijziging van zijn geslachtsnaam, de wijziging wordt toegestaan. Weigert een ouder in te stemmen met de verzochte wijziging dan wordt de geslachtsnaamswijziging alleen toegewezen wanneer het kind bij zijn instemming blijft. Omdat het hier kinderen van twaalf jaar en ouder betreft, is het verantwoord om de naamswijziging met hun instemming wel toe te staan”.

4.8 Gelet op de inhoud van het gewijzigde besluit en de inhoud van de nota van toelichting is het hof met de moeder van oordeel dat de wens van de minderjarige, indien die ouder dan twaalf jaar is, prevaleert als een ouder niet instemt met het verzoek van die minderjarige tot geslachtsnaamswijziging. [de dochter] heeft tijdens haar verhoor door het hof voldoende aannemelijk gemaakt dat zij bij het door de moeder mede namens haar ingediende verzoek tot geslachtsnaamswijziging blijft. Zij wil niet steeds geconfronteerd worden met de naam van de vader in wie zij teleurgesteld is en door wie zij zich afgewezen voelt.

4.9 Het hof beveelt de vader zijn medewerking te verlenen aan indiening van het verzoekschrift tot wijziging van de geslachtsnaam van [de dochter] zoals door de moeder in prima verzocht. Voor zover de vader die medewerking niet binnen één maand na betekening van deze beschikking verleent, verleent het hof de moeder vervangende machtiging voor de ontbrekende instemming van de vader, zodat de moeder namens [de dochter] zelfstandig het verzoekschrift tot wijziging van de geslachtsnaam van [de dochter] bij het Ministerie van Justitie kan indienen.

5 De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, te vernietigen.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Zutphen van 25 april 2006, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:

beveelt de vader zijn medewerking te verlenen aan indiening van het verzoekschrift tot wijziging van de geslachtsnaam van [de dochter], en voor zover dit niet binnen één maand na betekening van deze beschikking is geschied, verleent aan de moeder vervangende machtiging voor de ontbrekende instemming van de vader, zodat de moeder namens [de dochter] zelfstandig het verzoekschrift tot wijziging van de geslachtsnaam van [de dochter] bij het Ministerie van Justitie kan indienen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Ter Veer, Fokker en Van Gelder en is op 12 juni 2007 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.