Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BA7278

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-05-2007
Datum publicatie
14-06-2007
Zaaknummer
06-00504
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting.

Verwijzingsprocedue HR 8 december 2006, nr. 40.929. Overdracht van basisaftrek is niet mogelijk, nu aanslag van zoon reeds onherroepelijk vaststaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2007-1146
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

tweede meervoudige belastingkamer

nummer 06/00504

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X

te : Z

verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst te P

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2000

nummer : 00.H06

mondelinge behandeling : op 15 mei 2007 te Arnhem

waarbij verschenen : de Inspecteur

waarbij niet verschenen : belanghebbende, met kennisgeving aan het Hof

gronden:

1. De Hoge Raad heeft bij arrest van 8 december 2006, nr. 40.929 (hierna: het arrest) de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 18 juni 2004, nr. BK 1754/02 vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest.

2. De Hoge Raad heeft in het arrest onder meer geoordeeld dat een verzoek tot overdracht van de basisaftrek kon worden gedaan tot het moment waarop de aan belanghebbende opgelegde aanslag dan wel een eventueel aan haar zoon over hetzelfde jaar opgelegde aanslag onherroepelijk zou worden.

3. De Inspecteur heeft onweersproken gesteld dat de aan de zoon van belanghebbende opgelegde aanslag voor het onderhavige jaar (2000) op 13 september 2001 onherroepelijk is geworden. Een verzoek tot overdracht kon derhalve tot dat tijdstip worden gedaan.

4. Ook als belanghebbende na verwijzing een nieuw, mede door haar zoon ondertekend, verzoek tot overdracht van de basisaftrek had overgelegd dan wel in dezen zou komen vast te staan dat een door belanghebbende en haar zoon op 17 februari 2004 gedateerd verzoek tot overdracht van de basisaftrek bij Hof Leeuwarden is ingekomen, dan zou dat verzoek in dezen geen effect meer kunnen sorteren. Een onderzoek naar de vraag of aannemelijk is dat een zodanig verzoek bij Hof Leeuwarden is ingekomen, kan derhalve achterwege blijven.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan op 29 mei 2007 door mr. C.M. Ettema, voorzitter, mr. J.W. Zwemmer en mr. R.F.C. Spek, raadsheren.

De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter,

(J.L.M. Egberts) (C.M. Ettema)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 31 mei 2007.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

Postbus 20303,

2500 EH Den Haag.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.