Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BA5947

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-05-2007
Datum publicatie
30-05-2007
Zaaknummer
2007/315
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging WSNP. Schuldenaar niet in staat zonder hulp van hulpverleningsinstanties aan verplichtingen WSNP te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

3 mei 2007

eerste civiele kamer

rekestnummer 2007/315

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

procureur: mr. P.A.M. de Jong.

1 Het geding in eerste aanleg

1.1 Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 29 mei 2006 is ten aanzien van appellante (hierna te noemen: [appellante]) de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken. Hierbij is tot rechter-commissaris benoemd mr. J.A. Verspui en tot bewindvoerder mr. M.C.C. Ording.

1.2 Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 15 maart 2007 is de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellante] beëindigd. In het faillissement, waarin zij van rechtswege zal komen te verkeren met ingang van de datum dat dit vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, is tot rechter-commissaris benoemd mr. J.A. Verspui en tot curator mr. M.C.C. Ording.

1.3 Het hof verwijst naar laatstgenoemd vonnis, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij ter griffie van het hof op 23 maart 2007 per fax en op 27 maart 2007 per gewone post ingekomen verzoekschrift is [appellante] in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis van 15 maart 2007 en heeft zij het hof verzocht dit vonnis te vernietigen.

2.2 Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift en de daarbij behorende stukken, van de brieven met bijlagen van 29 maart 2007 en 4 april 2007 van de procureur, alsmede van de brief met bijlagen van 30 maart 2007 van de bewindvoerder.

2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 april 2007, waarbij [appellante] is verschenen in persoon, bijgestaan door haar procureur. Namens de bewindvoerder is verschenen [...]. Voorts is verschenen de tolk in de Marokkaanse taal, M. Chibiane, die in handen van de voorzitter de voorgeschreven belofte heeft afgelegd.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellante] tussentijds beëindigd omdat [appellante], kort gezegd, ondanks herhaalde verzoeken van de bewindvoerder en een schriftelijke waarschuwing van de rechter-commissaris, haar informatie- en sollicitatieplicht niet naar behoren is nagekomen. Dat [appellante] momenteel een re-integratietraject volgt maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.

3.2 [appellante] kan zich met het vonnis van de rechtbank niet verenigen. Zij stelt daartoe dat zij niet kan aantonen dat zij voldoende solliciteert omdat zij niet in staat is een brief in de Nederlandse taal te schrijven. Zij heeft om die reden uitsluitend telefonisch gesolliciteerd, mede omdat schoonmaakbedrijven geen schriftelijke sollicitaties wensen. Hierdoor is het niet mogelijk om haar sollicitaties aan te tonen en schriftelijk te reageren op de brieven van de bewindvoerder. Ter zitting heeft [appellante] nog verklaard dat zij soms last heeft van haar reumatische aandoening en dan niet tot werken in staat is. Op de dagen dat zij hiervan geen last heeft is zij bereid en in staat om schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, maar zij kon in de omgeving van [woonplaats] geen werk vinden. In de periode van augustus 2006 tot de tweede week van oktober 2006 heeft zij gedurende 20 uur per week schoonmaakwerkzaamheden verricht bij [...]. De thuiswonende kinderen geven [appellante] weinig steun omdat zij zelf in de problemen zitten. De van de bewindvoerder ontvangen brieven heeft [appellante] door een derde laten voorlezen, maar zij heeft hieruit niet begrepen dat zij moest reageren.

3.3 Het hof is van oordeel dat ook in hoger beroep is komen vast te staan dat [appellante] haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende informatie- en sollicitatieverplichting niet naar behoren is nagekomen en dat de schuldsaneringsregeling op deze grond tussentijds dient te worden beëindigd. Uit de houding van [appellante] ter zitting en uit hetgeen zij ter zitting heeft verklaard, leidt het hof af dat [appellante] niet begrijpt wat in het kader van de schuldsaneringsregeling van haar wordt verlangd en wat de rol van de bewindvoerder en de budgetbeheerder hierin is. Naar het oordeel van het hof is [appellante] zonder hulp van hulpverleningsinstanties niet in staat aan de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen te voldoen. Zij dient zich eerst van goede hulpverlening te voorzien alvorens zij bij de rechtbank een hernieuwd verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kan indienen.

3.4 Alles overziende is het hof van oordeel dat het hoger beroep faalt. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het verzoek desondanks zou moeten worden toegewezen is onvoldoende gebleken. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.

3.5 De omstandigheid dat [appellante] bij beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in staat van faillissement zal komen te verkeren, is voor het hof geen reden om anders te oordelen.

4 De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Arnhem van 15 maart 2007.

Dit arrest is gewezen door mrs. Smeeïng-van Hees, Lamens en Van der Weij en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 mei 2007.