Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BA5868

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
22-05-2007
Datum publicatie
29-05-2007
Zaaknummer
TBS 2007\014
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Nu in de onderhavige zaak de meest voorhanden zijnde informatie meer dan een jaar oud is en ondanks verzoek daartoe door de kliniek geen informatie is verstrekt over de ontwikkelingen van betrokkene acht het hof zich onvoldoende voorgelicht te kunnen beslissen over het beroep. Het hof heropent de zaak om die reden en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2007\014

Tussenbeslissing d.d. 22 mei 2007

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[Terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Zwolle-Lelystad van 20 december 2006, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Overwegingen:

1. Het is de taak van de verlengingsrechter naar aanleiding van een vordering tot verlenging te beoordelen of de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden, omdat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen die verlenging eist. Voor de beoordeling of hiervan sprake is, is onder meer van belang of door middel van behandeling van de terbeschikkinggestelde de gevaarlijkheid van de terbeschikkinggestelde kan worden verminderd. Een redelijke toepassing van de wet brengt naar het oordeel van het hof mee dat aan de verlengingsrechter hierover informatie wordt verschaft, zoals in de praktijk standaard gebeurt bij terbeschikking- gestelden op de behandelafdeling.

2. In het geval een terbeschikkinggestelde op een longstay-afdeling is geplaatst – en dus (in beginsel) geen op resocialisatie gerichte behandeling krijgt – geldt het volgende.

Een redelijke toepassing van de wet brengt mee dat ter gelegenheid van de verlenging naast een onderbouwing van de noodzaak van het voortduren van de longstay-plaatsing voldoende recente informatie wordt verschaft over de stand van zaken met betrekking tot een eventuele (hervatting van de) behandeling van de terbeschikkinggestelde (bijvoorbeeld inspanningen van de kliniek, gesprekken tussen kliniek en terbeschikkinggestelde, aanbevelingen uit periodiek onafhankelijk onderzoek) dan wel andere mogelijkheden tot beëindiging van de terbeschikkingstelling (bijvoorbeeld overdracht van betrokkene aan de GGZ via een rechterlijke machtiging op grond van de Wet BOPZ).

3. Het hof stelt vast dat in de onderhavige zaak de meest recente voorhanden zijnde wettelijke aantekeningen de periode beslaan van 11 oktober 2005 tot 4 april 2006. Deze informatie is thans meer dan een jaar oud. Ondanks verzoek daartoe is door de kliniek geen informatie verstrekt over de ontwikkelingen van de persoon van betrokkene. Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie onvoldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door betrokkene ingestelde beroep.

4. Voor de vorming van zijn eindoordeel acht het hof het noodzakelijk dat het op zijn minst kennis kan nemen van de meest recente wettelijke aantekeningen van betrokkene. Voorts wenst het hof schriftelijke inlichtingen van de kliniek overeenkomstig hetgeen daarover hierboven onder 2 is bepaald. Ten slotte acht het hof het noodzakelijk dat de getuige-deskundige T.A.M. Deenen, klinisch psycholoog, verbonden aan [verblijfplaats] ter terechtzitting wordt gehoord.

Tussenbeslissing:

Het hof:

Heropent de behandeling van de zaak om vermelde redenen en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd.

Verzoekt de advocaat-generaal ervoor zorg te dragen dat het dossier wordt aangevuld met informatie als hierboven onder 2,3 en 4 genoemd.

Beveelt voorts de oproeping van de terbeschikkinggestelde, met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadsman, alsmede de getuige-deskundige T.A.M. Deenen, klinisch psycholoog, verbonden aan [verblijfplaats], tegen het nog nader te bepalen tijdstip.

Aldus gedaan door

mr Stikkelbroeck als voorzitter,

mrs Verheugt en Van der Herberg als raadsheren,

en drs Poll en drs Van Weers als raden,

in tegenwoordigheid van mr Bosma als griffier,

en op 22 mei 2007 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.