Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BA5452

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-04-2007
Datum publicatie
23-05-2007
Zaaknummer
2006/1136
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

De geheimhoudingsverplichting in onderhavige zaak heeft veeleer een beperkte strekking in die zin dat bij de eventuele ontwikkeling van een pillenschouwmachine voor een derde geen gebruik mag worden gemaakt van de door Global Factories verstrekte vertrouwelijke informatie. Dat dat bij de vervaardiging van de pillenschouwmachine voor [A.] is gebeurd, heeft Global Factories naar het voorlopig oordeel van het hof, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door [geïntimeerden] en op haar eigen concentratie op wat in feite een non-concurrentiebeding zou zijn, onvoldoende aangetoond. Voor verdere bewijslevering is in het kader van dit kort geding geen plaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

24 april 2007

eerste civiele kamer

rolnummer 2006/1136 KG

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Global Factories B.V. ,

gevestigd te ´s-Gravenhage,

appellante,

procureur: mr J.M. Bosnak,

tegen:

1. [geïntimeerde sub 1],

2. [geïntimeerde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Axoll B.V.,

gevestigd te Putten,

geïntimeerden,

procureur: mr H. van Ravenhorst.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van het vonnis van 19 september 2006 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Zutphen tussen appellante (hierna ook te noemen: Global Factories) als eiseres en geïntimeerden (hierna onderscheidenlijk ook te noemen: [geïntimeerde sub 1], [geïntimeerde sub 2] en Axoll, dan wel gezamenlijk [geïntimeerden]) als gedaagden in kort geding heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Global Factories heeft bij exploot van 16 oktober 2006, gevolgd door een herstelexploot van 6 november 2006, aangezegd van het voornoemde vonnis van 19 september 2006 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerden] voor dit hof.

2.2 Bij memorie van grieven heeft Global Factories tien grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht, heeft zij bewijs aangeboden en producties in het geding gebracht. Zij heeft gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard arrest :

1. - [geïntimeerden] met onmiddellijke ingang zal verbieden gegevens (waaronder al dan niet op schriftelijke of elektronische gegevensdragers vastgelegde technische en niet-technische know-how) met betrekking tot de door Global Factories ontwikkelde MDM-machine of onderdelen daarvan, in welke vorm of hoedanigheid ook, aan derden te openbaren althans derden in staat te stellen daarvan ten behoeve van zichzelf en/of anderen gebruik te (laten) maken;

- [geïntimeerden] zal veroordelen tot onmiddellijke afgifte aan de raadsman van Global Factories op een door hem te bepalen locatie, van alle schriftelijke of electronische gegevensdragers waarop deze gegevens zijn vastgelegd;

beide op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,- voor elke overtreding van deze respectieve verboden en € 5.000,- per dag dat de overtreding voortduurt;

- [geïntimeerden] zal veroordelen aan Global Factories bij wijze van voorschot op de door haar als gevolg van hun handelwijze als in het lichaam van deze memorie omschreven, geleden en nog te lijden schade, te voldoen een bedrag van € 50.000,- ;

2. [geïntimeerden] zal veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties, zulks onder gelijktijdige veroordeling tot terugbetaling van de door Global Factories reeds voldane proceskostenveroordeling.

2.3 Bij memorie van antwoord hebben [geïntimeerden] verweer gevoerd, bewijs aangeboden en producties in het geding gebracht. Zij hebben geconcludeerd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van Global Factories in de kosten van (het hof leest :) het hoger beroep.

2.4 Ter zitting van 12 maart 2007 hebben partijen de zaak doen bepleiten, Global Factories door mr E.J. Heijnen, advocaat te Rotterdam, en [geïntimeerden] door mr K.V.A.J.M.M. Schobben, advocaat te ´s-Hertogenbosch; beiden hebben daarbij pleitnotities in het geding gebracht. Aan Global Factories is akte verleend van het in het geding brengen van een aantal, eerder aan [geïntimeerden] en het hof toegezonden, producties, gevoegd bij brieven van mr Heijnen van 5 maart, 6 maart en 9 maart 2007.

2.5 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd.

3 De vaststaande feiten

De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 19 september 2006 onder 2.1 tot en met 2.8 feiten vastgesteld. Aangezien daartegen geen grieven zijn aangevoerd of bezwaren zijn geuit, zal het hof in hoger beroep ook van die feiten uitgaan. Aan de feiten (onder 2.8) kan verder nog worden toegevoegd dat [A.] de, in samenwerking met Axoll vervaardigde pillenschouwmachine, op de Expopharmbeurs, die van 21 tot en met 24 september 2006 te München plaatsvond, heeft gepresenteerd.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1 Het geschil dat partijen verdeeld houdt betreft de vraag of [geïntimeerden] de tussen Artec B.V. (zijnde de voorganger van Axoll) en Global Factories tot stand gekomen Samenwerkingsovereenkomst/Geheimhoudingsovereenkomst (in het bijzonder art. 2 ervan) hebben geschonden. Volgens Global Factories is dit het geval. [geïntimeerden] zouden vertrouwelijke informatie, die zij hebben verkregen en gebruikt bij de bouw van de pillenschouwmachine voor Global Factories, hebben aangewend ten behoeve van de ontwikkeling van een pillenschouwmachine voor [A.].

4.2 Met de grieven 5 en 7 legt Global Factories de kern van het geschil bloot. Grief 5 richt zich tegen het oordeel van de rechtbank dat voorshands onvoldoende aannemelijk is dat ten behoeve van de pillenschouwmachine van [A.] de door Global Factories gehanteerde methode van modelherkenning wordt toegepast. Met grief 7 klaagt Global Factories erover dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de wens van [A.] en/of [geïntimeerden] om de pillenschouwmachine op basis van modelherkenning te vervaardigen, onvoldoende grond vormt voor de conclusie dat [A.] en/of [geïntimeerde sub 1] bij de ontwikkeling daarvan gebruik hebben gemaakt van vertrouwelijke informatie.

4.3 In de eerste plaats dient onderzocht te worden of het Global Factories is geweest die informatie over de te bouwen pillenschouwmachine aan [geïntimeerden] heeft verstrekt zodat laatstgenoemde de “ontvangende partij” is geweest – of juist het omgekeerde het geval is, is voor deze procedure niet relevant - , en zo ja of die informatie als “Vertrouwelijk” in de zin van art. 2 van voormelde Samenwerkingsovereekomst/Geheimhoudingsovereenkomst kan worden aangemerkt.

4.4 Partijen twisten niet zozeer over de vraag óf de verstrekte informatie een vertrouwelijk karakter heeft maar veeleer wie als “ontvangende partij” als bedoeld in bovengenoemd artikel dient te worden aangemerkt. Global Factories meent dat dat [geïntimeerden] zijn omdat zij degenen zijn aan wie de kennis en know how over de te bouwen pillenschouwmachine is verstrekt. [geïntimeerden] menen op hun beurt dat niet zij maar Global Factories de “ontvangende partij” is, aangezien Artec de partij was die de pillenschouwmachine daadwerkelijk ontwikkelde en daarvoor de kennis in huis had.

4.5 In het kader van deze procedure is alleen van belang of [geïntimeerden] vertrouwelijke informatie van Global Factories hebben ontvangen en daarmee als ontvangende partij in de zin van de voormelde Samenwerkingsovereenkomst/Geheimhoudingsovereenkomst kunnen worden aangemerkt. Naar het oordeel van het hof is dat in een bepaald opzicht het geval. Ter zitting heeft de raadsman van Global Factories op een aantal brieven gewezen dat in het kader van de bouw van de pillenschouwmachine aan [geïntimeerde sub 1] is gestuurd. Deze brieven zijn als productie 5 bij inleidende dagvaarding en producties 1, 2, 3 en 4 bij memorie van grieven overgelegd. Uit deze brieven blijkt dat Global Factories aan [geïntimeerden] met name informatie heeft gegeven over de eisen waaraan de te bouwen pillenschouwmachine heeft te voldoen. Ten aanzien van deze brieven is verder niet gebleken dat zij door middel van een geschrift als niet – vertrouwelijk zijn aangeduid, zodat er voorshands van moet worden uitgegaan dat Global Factories aan [geïntimeerden] over de te bouwen pillenschouwmachine te dezer zake vertrouwelijke informatie heeft verstrekt en dat laatstgenoemde op dit punt derhalve als ontvangende partij als bedoeld in art 2 van de Samenwerkingsovereenkomst /Geheimhoudingsovereenkomst moet worden beschouwd.

4.6 Vervolgens is de vraag aan de orde of [geïntimeerden] die vertrouwelijke informatie hebben gebruikt ten behoeve van de ontwikkeling van de pillenschouwmachine voor [A.]. Global Factories voert daartoe het volgende aan. De in rechtsoverweging 4.5 gememoreerde brieven omvatten volgens Global Factories de specifiek door haar ontwikkelde conceptuele schematische tekening van een pillenschouwmachine waarbij van A tot Z wordt aangegeven aan welke eisen een dergelijke machine moet kunnen voldoen. Het gebruik van deze vertrouwelijke informatie zou met name hieruit blijken dat [A.] dezelfde methode van vormherkenning van de pillen als Global Factories hanteert, welke methode gebaseerd is op het innovatieve concept van Global Factories (scheiden van de pillen, visiontechniek en gegevensverwerking). Daarnaast gebruikt [A.] voor haar pillenschouwmachine een specifiek voor Global Factories gemodelleerd en gemodificeerd stickerapparaat, aldus Global Factories . Ten slotte voert Global Factories aan dat [A.] al geruime tijd vruchteloos bezig is geweest een pillenschouwmachine op de markt te brengen en pas na inschakeling van Axoll een goed werkende pillenschouwmachine kon leveren, en dat nog wel binnen een tijdsbestek van 3 maanden. Hieruit zou blijken dat [geïntimeerden] de kennis die zij hadden opgedaan in het Artec- tijdperk, voor de bouw van de machine van [A.] hebben aangewend.

4.7 [geïntimeerden] hebben deze vermeende schending gemotiveerd betwist. Volgens hen wijkt het systeem van modelherkenning dat thans door Axoll voor [A.] wordt ontwikkeld op aanzienlijke wijze af van het systeem zoals dat door Global Factories wordt gehanteerd. Bij het systeem van Global Factories wordt gebruik gemaakt van een foto uit de database, die over elke separate pil wordt gepast, terwijl in het systeem van [A.] rekenkundige formules worden toegepast. Het systeem van [A.] kent, anders dan dat van Global Factories, dus geen grafische elementen, omdat het inlezen van de pillen niet geschiedt via het maken van een foto maar door het hanteren van rekenkundige formules, welke formules aan de hand van diverse snijlijnen worden bepaald. Ten aanzien van de etiketteermachine stellen [geïntimeerden] zich op het standpunt dat voor de pillenschouwmachine van [A.] generieke etiketten worden gebruikt. Ten slotte betwisten zij de juistheid van de stelling dat [A.] nu al een goed werkende pillenschouwmachine kan leveren. Dat kan [A.] nog niet, aangezien met name de vision – software nog niet is uitontwikkeld.

4.8 Het hof oordeelt dienaangaande als volgt. Global Factories maakt (terecht) aanspraak op bescherming van de door haar verstrekte vertrouwelijke informatie. Blijkens het door haar ter zitting ingenomen standpunt is zij echter van mening dat het door haar gewenste en tot stand gebrachte concept door:

? het spreiden van de pillen;

? het inlezen ervan;

? het verwerken van de aldus verkregen gegevens door vergelijking met in een bibliotheek opgeslagen voorgeprogrammeerde gegevens;

onder de geheimhoudingsverplichting valt, zodat [geïntimeerden] zich na de beëindiging van de overeenkomst met Global Factories nooit meer voor een ander zou mogen bezighouden met het vervaardigen van een pillenschouwmachine die op welke manier dan ook deze werking heeft. Aan artikel 2 van de Samenwerkingsovereenkomst/Geheimhoudingsovereenkomst kan die reikwijdte echter niet worden toegekend. Dat strookt niet met de bewoordingen van de overeenkomst en kan er evenmin anderszins uit worden afgeleid.Artikel 2 geeft geen non-concurrentiebeding en heeft ook niet die strekking.

4.9 Artikel 2 heeft veeleer een beperkte strekking in die zin dat bij de eventuele ontwikkeling van een pillenschouwmachine voor een derde geen gebruik mag worden gemaakt van de door Global Factories verstrekte vertrouwelijke informatie. Dat dat bij de vervaardiging van de pillenschouwmachine voor [A.] is gebeurd, heeft Global Factories naar het voorlopig oordeel van het hof, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door [geïntimeerden] en op haar eigen concentratie op wat in feite een non-concurrentiebeding zou zijn, onvoldoende aangetoond. Voor verdere bewijslevering is in het kader van dit kort geding geen plaats.

4.10 Het hierboven overwogene brengt mee dat alle grieven falen.

Slotsom

Het hoger beroep is ongegrond, zodat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Global Factories zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.

De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding:

bekrachtigt het tussen partijen in kort geding gewezen vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zutphen van 19 september 2006;

veroordeelt Global Factories in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerden] begroot op € 2.682,- voor salaris van de procureur en op € 3.000,- voor griffierecht.

Dit arrest is gewezen door mrs Mannoury, Van der Kwaak en Van Rossum en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2007.