Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BA0797

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-02-2007
Datum publicatie
16-03-2007
Zaaknummer
2006/933
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2006:AY5345, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

n dit geding stelt Vacansoleil – dat sinds 2000 kampeervakanties aanbiedt onder de naam Vacansoleil Camping Holidays – dat geïntimeerde inbreuk maakt op Vacansoleils handelsnaamrechten althans onrechtmatig handelt doordat geïntimeerde de naam ‘Campingholidays-vvo Nederland’ voert en de internetdomeinnaam ‘campingholidays-vvo.nl’ gebruikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 februari 2007

eerste civiele kamer

rolnummer 2006/933KG

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vacansoleil B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

procureur: mr L. Paulus,

tegen:

[geïntimeerde], handelend onder de naam

Campingholidays-vvo Nederland.nl,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

procureur: mr J.M. Bosnak.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van het vonnis van 1 augustus 2006 dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen in kort geding tussen principaal appellante, incidenteel geïntimeerde (hierna ook te noemen: Vacansoleil) als eiseres en principaal geïntimeerde, incidenteel appellante (hierna ook te noemen: [geïntimeerde]) als gedaagde heeft gewezen; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Vacansoleil heeft bij exploot van 18 augustus 2006 aangezegd van voornoemd vonnis van 1 augustus 2006 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.

2.2 Bij memorie van grieven heeft Vacansoleil vier grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en nieuwe producties in het geding gebracht. Zij heeft gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, de vorderingen van Vacansoleil zoals geformuleerd in eerste aanleg alsnog zal toewijzen, al dan niet onder aanvulling van gronden, met veroordeling van [geïntimeerde] in de volledige proceskosten van beide instanties op grond van richtlijnconforme uitleg van art. 237 Rv.

2.3 Bij memorie van antwoord in principaal appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden en nieuwe producties in het geding gebracht. Bij dezelfde memorie heeft [geïntimeerde] incidenteel beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis, en heeft zij daartegen een grief aangevoerd en toegelicht. Zij heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen, doch uitsluitend ten aanzien van de veroordeling in de proceskosten, en in zoverre opnieuw recht doende, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, Vacansoleil zal veroordelen in de volledige kosten van het geding in eerste instantie, met veroordeling van Vacansoleil in de volledige kosten van het geding in hoger beroep.

2.4 Bij memorie van antwoord in het incidenteel beroep heeft Vacansoleil zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.

2.5 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1, 2.2 en 4.2 (1e alinea) feiten vastgesteld. Aangezien daartegen geen grieven zijn aangevoerd of bezwaren zijn geuit, zal het hof in hoger beroep ook van die feiten uitgaan.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1 In dit geding stelt Vacansoleil – dat sinds 2000 kampeervakanties aanbiedt onder de naam Vacansoleil Camping Holidays – dat [geïntimeerde] inbreuk maakt op Vacansoleils handelsnaamrechten althans onrechtmatig handelt doordat [geïntimeerde] de naam ‘Campingholidays-vvo Nederland’ voert en de internetdomeinnaam ‘campingholidays-vvo.nl’ gebruikt. De voorzieningenrechter heeft de op die stelling gebaseerde vorderingen afgewezen omdat zij, kort gezegd, van oordeel was dat de woorden ‘camping holidays’ louter beschrijvend waren voor de aard van de ondernemingen van partijen, en dat deze woorden niet met een beroep op art. 5 Hnw gemonopoliseerd konden worden. Grief 3 klaagt over dit oordeel, terwijl de grieven 1, 2 en 4 er in wezen toe strekken dat het hof alle (overige) door Vacansoleil in eerste aanleg gepresenteerde stellingen (alsnog) beoordeelt. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

4.2 In dit geding staat vast dat beide partijen zich bezighouden met het aanbieden van kampeervakanties. Voorts heeft Vacansoleil – terecht – geen grief geformuleerd tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat de woorden ‘camping holidays’ niet meer zijn dan een letterlijke vertaling van het woord kampeervakanties. Aldus heeft Vacansoleil, door in de handelsnaam waaronder zij haar kampeervakanties aanbiedt de woorden ‘camping holidays’ op te nemen, zelf het risico genomen dat andere marktpartijen bij het aanbieden van hun kampeervakanties gebruik maken van een in de handelsnaam van Vacansoleil voorkomende term. In dat verband is van belang dat het gebruik van Engelstalige aanduidingen van aangeboden zaken en diensten in Nederland bepaald niet ongebruikelijk is, zeker niet in de reisbranche. Het enkele feit dat Vacansoleil in haar handelsnaam niet de productaanduiding kampeervakanties maar het Engelse ‘camping holidays’ gebruikt, kan derhalve niet met zich meebrengen dat Vacansoleil een exclusief gebruik van die – aldus als algemeen gebruikelijk te kwalificeren – term kan bewerkstelligen. Een en ander mondt uit in het oordeel dat Vacansoleil niet met een beroep op art. 5 Hnw andere aanbieders van kampeerreizen het gebruik van de woorden ‘camping holidays’ kan verbieden en op die manier die aanduiding kan monopoliseren. Dat wordt niet anders door het gegeven dat Vacansoleil uitgebreide (reclame)inspanningen heeft gedaan teneinde de bekendheid van haar handelsnaam ‘Vacansoleil camping holidays’ te vergroten. Tot een beschermenswaardige ‘inburgering’ van de woorden ‘camping holidays’ (zonder het voorvoegsel ‘Vacansoleil’) kunnen die inspanningen niet leiden.

4.3 Het voorgaande impliceert dus dat voor zover het door Vacansoleil gestelde verwarringsgevaar voortvloeit uit het gegeven dat beide partijen in hun handelsnaam de woorden ‘camping holidays’ hebben opgenomen, Vacansoleil die eventuele verwarring niet aan [geïntimeerde] kan verwijten, daar de oorsprong van die verwarring schuilt in de keuze van Vacansoleil die – niet-monopoliseerbare – productaanduiding in haar handelsnaam op te nemen. Voor zover [geïntimeerde] het ontstaan van enige verwarring kan worden tegengeworpen, zou die verwarring dus het gevolg moeten zijn van een grote mate van overeenstemming van de handelsnamen van partijen buiten de productaanduiding ‘camping holidays’. Gelet op het grote verschil tussen enerzijds het voorvoegsel ‘Vacansoleil’ en anderzijds de uitgang ‘vvo’ kan van een dergelijke – aan [geïntimeerde] te verwijten – verwarring geen sprake zijn. Voor het overige is gesteld noch gebleken dat een van partijen de aanduiding ‘camping holidays’ ook zonder het voorvoegsel ‘Vacansoleil’ respectievelijk de toevoeging ‘vvo’ als handelsnaam gebruikt. De stelling van Vacansoleil dat de enkele aanduiding ‘camping holidays’ of ‘campingholidays’ door het publiek wordt gebruikt als zoekterm op internet (met als resultaat verwijzingen naar de sites van hetzij Vacansoleil hetzij [geïntimeerde]) onderstreept met name dat het hier inderdaad gaat om een algemeen gebruikelijke aanduiding voor de door partijen aangeboden producten. Op zichzelf kan die stelling echter niet leiden tot het oordeel dat de gestelde verwarring die daarvan het gevolg is, aan [geïntimeerde] moet worden verweten.

4.4 Uit deze beschouwingen volgt naar het voorlopig oordeel van het hof niet alleen dat Vacansoleil [geïntimeerde] het gebruik van de namen ‘Campingholidays-vvo Nederland’ en ‘campingholidays-vvo.nl’ niet kan verbieden met een beroep op art. 5 Hnw, maar ook dat [geïntimeerde] niet in strijd met art. 5b Hnw of anderszins onrechtmatig handelt door die namen te gebruiken bij het aanbieden van kampeerreizen. Gelet op het – afgezien van de niet-monopoliseerbare aanduiding ‘camping holidays’ – grote verschil tussen de door partijen gebruikte handelsnamen, is het gestelde of gebleken handelen van [geïntimeerde] niet te kwalificeren als slaafse nabootsing, noch is sprake van misleiding of onrechtmatig aanhaken.

4.5 Een en ander impliceert dat de in het principaal appel voorgedragen grieven moeten worden verworpen.

4.6 In het incidenteel appel betoogt [geïntimeerde] dat de voorzieningenrechter Vacansoleil niet in de geliquideerde, maar in de volledige proceskosten had moeten veroordelen. Daartoe beroept [geïntimeerde] zich op art. 14 van richtlijn 2004/48/EG (richtlijn van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten), althans op de verplichting van de nationale rechter om het Nederlandse recht (met name art. 237 e.v. Rv) richtlijnconform uit te leggen.

4.7 Gelet op de verstreken uiterste datum voor implementatie van de richtlijnbepalingen, 29 april 2006, en het gegeven dat het Nederlandse recht geen dwingende voorschriften bevat die tot toepassing van het zogeheten liquidatietarief dwingen, komen in een geding als het onderhavige alle ‘redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt’ voor vergoeding in aanmerking. Vacansoleil heeft zich op zichzelf niet verweerd tegen toewijzing van de door [geïntimeerde] in dit verband gevorderde kosten. Ook anderszins is niet gebleken dat deze kosten niet aan voornoemd criterium voldoen.

4.8 Het incidenteel beroep moet dus leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis op het punt van de proceskosten, en toewijzing van het in dit verband gevorderde bedrag van € 6.417,05, zijnde de werkelijke kosten van rechtsbijstand voor het geding in eerste aanleg (te vermeerderen met het ook door de voorzieningenrechter toegewezen vastrecht ad € 248,--).

4.9 Als de in het ongelijk gestelde partij zal Vacansoleil daarnaast in de kosten van zowel het principaal als het incidenteel hoger beroep worden veroordeeld. Ook in hoger beroep heeft [geïntimeerde] aanspraak gemaakt op vergoeding van de werkelijk door haar gemaakte kosten van rechtsbijstand ad € 2.904,69. Gelet op het onder 4.7 overwogene, en op het feit dat ook van deze kosten niet is gebleken dat zij niet aan voornoemd criterium voldoen, zal het hof ook deze kosten toewijzen.

De beslissing

Het hof, recht doende in kort geding in hoger beroep:

in het principaal en het incidenteel beroep:

bekrachtigt het tussen partijen in kort geding gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van rechtbank Zutphen van 1 augustus 2006, behoudens voor zover Vacansoleil daarin is veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op een bedrag van in totaal 1.064,--, dit vonnis in zoverre vernietigend, en doet opnieuw recht:

veroordeelt Vacansoleil in de proceskosten in eerste aanleg, tot aan de uitspraak in eerste aanleg aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 6.665,05;

veroordeelt Vacansoleil in de kosten van het principaal hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 2.904,69 voor salaris van de procureur en op € 296,-- voor griffierecht, alsmede in de kosten van het incidenteel hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op nihil;

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs Smeeïng-van Hees, Van der Kwaak en Van den Brink en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2007.