Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:BA0443

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-03-2007
Datum publicatie
15-03-2007
Zaaknummer
21-003058-06
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2007:BA7952, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2007:BA7952
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ademanalyse verricht door een opsporingsambtenaar die niet overeenkomstig artikel 7, eerste lid van het Besluit alcoholonderzoeken is aangewezen door de korpschef: ongeldig

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 8
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 106
VR 2007, 49
JWR 2007/25 met annotatie van TvdP
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-003058-06

Uitspraak d.d.: 15 maart 2007

TEGENSPRAAK

GERECHTSHOF TE ARNHEM

militaire kamer

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de militaire politierechter in de rechtbank te Arnhem van 30 juni 2006 in de strafzaak tegen

[verdachte],

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 1 maart 2007 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen nu het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 18 maart 2006, te [plaats], gemeente [gemeentenaam],

als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd,

na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn

adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder

a van de Wegenverkeerswet 1994, 665 microgram, in elk geval hoger dan 220

microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

In zijn brief d.d. 15 februari 2007 aan “de officier van justitie in het arrondissement Arnhem” heeft verdachte verzocht te “kijken wie bij (hem) de blaastest heeft afgenomen en of deze ook bevoegd was om een blaastest af te nemen”.

De ademanalyse is, zo blijkt uit het proces-verbaal, afgenomen door de verbalisant [naam], agent van politie, korps Friesland. Navraag vanwege de advocaat-generaal bij het politiekorps Friesland leverde als informatie op dat verbalisant [naam] als gevolg van “een administratieve omissie” niet overeenkomstig artikel 7, eerste lid van het Besluit alcoholonderzoeken is aangewezen voor het bedienen van het ademanalyse-apparaat. Wel is de verbalisant [naam] in de periode tussen 1999 en 2006 opgeleid door een bevoegd kerninstructeur ademanalyse van het korps Friesland en zou hij, volgens de korpsjuriste, voldoen aan de kennis- en vaardigheidsvereisten.

De advocaat-generaal heeft betoogd dat, ondanks dat de ademanalyse is afgenomen door een niet daartoe aangewezen opsporingsambtenaar, de uitkomst van die ademanalyse toch bruikbaar is voor het bewijs van het tenlastegelegde (overtreding van artikel 8, tweede lid aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994). Belangrijker dan het formele criterium van aangewezen zijn is, naar het oordeel van de advocaat-generaal, dat de verbalisant over het vereiste kennis- en vaardigheidsniveau beschikte.

Dat de verbalisant over het vereiste kennis- en vaardigheidsniveau beschikte zal het hof als uitgangspunt van zijn beoordeling nemen. Helemaal onproblematisch is deze aanname echter niet, nu verbalisant met miskenning van de feitelijke situatie (maar ongetwijfeld te goeder trouw en mede door het werken met vaste tekstblokken op het verkeerde been gezet) met zoveel woorden heeft gerelateerd dat hij een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 7 van het Besluit alcoholonderzoeken was. Dit zou enige twijfel kunnen wekken omtrent het kennisniveau van verbalisant.

Het hof verenigt zich desondanks niet met de zienswijze van de advocaat-generaal. In zijn arrest van 20 december 1994, NJ 1995, 403 heeft de Hoge Raad met zoveel woorden uitgemaakt dat het in artikel 7 Besluit alcoholonderzoeken vervatte voorschrift behoort tot de strikte waarborgen waarmee het onderzoek als bedoeld in artikel 26, tweede lid, sub a van de voormalige Wegenverkeerswet was omkleed. De tekst van artikel 26 WVW is -voor zover relevant- gelijkluidend aan die van het huidige artikel 8 WVW 1994 en ook in de jurisprudentie van de Hoge Raad zijn geen aanwijzingen te vinden, dat thans anders geoordeeld zou moeten worden. Meer in het bijzonder is dit ook niet af te leiden uit het door de Hoge Raad op 1 april 2003 gewezen arrest (NJ 2003, 304). Uit dit arrest is niet méér af te leiden dan dat het weigeren van medewerking aan een bevolen ademanalyse óók strafbaar is als het ademanalyse-apparaat zou worden bediend door een niet aangewezen opsporingsambtenaar, tenzij de weigering juist op dit gebrek is gegrond.

Op grond van het vorenstaande komt het hof tot het oordeel dat in deze zaak niet sprake is geweest van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid onder a van de Wegenverkeerswet 1994, zodat verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Aldus gewezen door

mr R. van den Heuvel, voorzitter,

mr A. van Waarden, lid, en commodore mr S. van Groningen, militair lid,

in tegenwoordigheid van G. Heeres, griffier,

en op 15 maart 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Commodore mr S. van Groningen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.