Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:AZ9290

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-02-2007
Datum publicatie
26-02-2007
Zaaknummer
TBS 2006\194
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 509o, tweede lid, onder 2, van het Wetboek van Strafvordering vereist dat bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde wordt overgelegd. Het ontbreken van deze recente wettelijke aantekeningen vormt een ernstige belemmering voor een zorgvuldige behandeling van de zaak door het hof. In casu geldt dit temeer, daar het verlengingsadvies en de naderhand opgestelde aanvullingen onvoldoende recente gegevens over de gesteldheid van betrokkene bevatten. Het hof acht het van groot belang dat de recente wettelijke aantekeningen in ieder geval de periode bestrijken tot twee à drie maanden vóór de bij het hof geplande zittingsdatum. Deze eis geldt ook voor zaken die betrekking hebben op terbeschikkinggestelden die op de longstay verblijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2006\194

Beslissing d.d. 26 februari 2007

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Rotterdam van 31 mei 2006, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Overwegingen:

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken en hetgeen de getuige-deskundige ter terechtzitting heeft verklaard.

De raadsman van betrokkene heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu er sprake is van een missing link met betrekking tot de wettelijke aantekeningen, nu er geen recente wettelijke aantekeningen door de kliniek zijn overgelegd.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof heeft met betrekking tot de wettelijke aantekeningen in casu met name de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking genomen:

- Bij het verlengingsadvies van Veldzicht, gedateerd 29 maart 2006, zijn de wettelijke aantekeningen tot en met 23 januari 2006 bijgevoegd;

- In reactie op het verzoek van het hof om het verlengingsadvies aan te vullen zijn per brief, gedateerd 16 oktober 2006, door Veldzicht wederom de wettelijke aantekeningen tot en met 23 januari 2006 toegestuurd, met daarbij het verslag van de Divisie Stafberaad van 1 maart 2006;

- Voor de zitting van het hof van 23 oktober 2006 zijn door de kliniek geen recente wettelijke aantekeningen overgelegd;

- Het hof heeft bij tussenbeslissing van 6 november 2006 de zaak heropend om Veldzicht alsnog in de gelegenheid te stellen de meest recente wettelijke aantekeningen omtrent betrokkene te overleggen;

- Per brief, gedateerd 1 december 2006, heeft de kliniek bericht dat er in de afgelopen periode geen wijzigingen zijn opgetreden met betrekking tot het delictgevaar van betrokkene. Tevens wordt medegedeeld dat de kliniek de opvatting van het hof, dat het hof onvoldoende voorgelicht was niet deelt;

- Per brief, gedateerd 19 januari 2007, heeft de kliniek aanvullende informatie gegeven betreffende het behandelverloop van betrokkene;

- Op 5 februari 2007 zijn per fax door de kliniek de wettelijke aantekeningen tot en met 19 juni 2006 aan het hof toegestuurd;

- Ter terechtzitting van het hof van 12 februari 2007 heeft de getuige-deskundige van de kliniek verklaard dat de wettelijke aantekeningen bij longstay-patiënten slechts eenmaal per jaar worden opgemaakt.

Artikel 509o, tweede lid, onder 2, van het Wetboek van Strafvordering vereist dat bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde wordt overgelegd. Bij het behandelen van een zaak in hoger beroep acht het hof het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk voldoende te zijn voorgelicht over de actuele stand van zaken, onder meer door middel van de meest recente wettelijke aantekeningen omtrent de betrokkene. In casu geldt dit temeer, daar het verlengingsadvies van Veldzicht en de naderhand opgestelde aanvullingen onvoldoende recente gegevens over de gesteldheid van betrokkene bevatten. Het ontbreken van de recente wettelijke aantekeningen vormt derhalve een ernstige belemmering voor een zorgvuldige behandeling van de zaak door het hof. Het kan niet zo zijn dat, zoals de getuige-deskundige Deenen namens de kliniek ter terechtzitting heeft gesteld, het hof bij zaken aangaande terbeschikkinggestelden die op de longstay-afdeling verblijven ‘geluk’ heeft als de wettelijke aantekeningen net zijn vastgesteld en ‘pech‘ heeft als dit niet het geval is. De kliniek heeft zich bij een verlengingszaak te richten naar het rooster van het hof, en niet andersom.

Het hof acht het van groot belang dat de recente wettelijke aantekeningen in ieder geval de periode bestrijken tot twee à drie maanden vóór de bij het hof geplande

zittingsdatum. Deze eis geldt ook voor zaken die betrekking hebben op terbeschikkinggestelden die op de longstay verblijven.

In casu is de kliniek ernstig te kort geschoten in de informatievoorziening omtrent betrokkene. Ter terechtzitting van 23 oktober 2006 kon het hof slechts beschikken over de wettelijke aantekeningen tot en met 23 januari 2006. Het hof heeft de zaak aangehouden om de kliniek alsnog in de gelegenheid te stellen recente wettelijke aantekeningen omtrent betrokkene te over leggen. Ter terechtzitting van 12 februari 2007 beschikte het hof ten tweede male niet over recente wettelijke aantekeningen, nu immers de wettelijke aantekeningen tot slechts 19 juni 2006 waren overgelegd.

De wet kent geen sancties voor procedurefouten als hiervoor genoemd met betrekking tot de verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen. Gelet op het voorgaande is het hof echter van oordeel dat bij de onderhavige kliniek, voor het goed functioneren van het overleggen van recente wettelijke aantekeningen, een vinger aan de pols dient te worden gehouden, temeer daar uit de wettelijke aantekeningen is gebleken dat aan de speciale team bespreking van 19 juni 2006 geen psychiater heeft deelgenomen. De getuige-deskundige Deenen heeft verklaard dat de directie en hij de afwezigheid van de psychiater bij een dergelijke bespreking, evenals het hof, hoog opnemen. De interne werkregeling in de kliniek dient niet in de weg te staan aan het gegeven dat het hof ter terechtzitting behoort te beschikken over recente wettelijke aantekeningen omtrent de gesteldheid van betrokkene.

Gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Uit het verlengingsadvies volgt dat bij betrokkene sprake is van paranoïde schizofrenie en een persoonlijkheidsstoornis met voornamelijk narcistische en antisociale kenmerken. Tevens is er sprake van afhankelijkheid van cannabis. Betrokkene weigert elk behandelcontact. Het delictgevaar wordt derhalve onveranderd hoog ingeschat.

Gelet op het onverminderd aanwezige delictgevaar en het gegeven dat betrokkene nog gedurende langere tijd structuur, zorg en begeleiding nodig heeft, is het hof van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling geïndiceerd is. Het hof acht een verlenging met een jaar aangewezen, teneinde een vinger aan de pols te houden met betrekking tot het op juiste wijze opmaken van de wettelijke aantekeningen en gelet op het feit dat aan de laatste speciale team bespreking geen psychiater heeft deelgenomen.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Rotterdam van 31 mei 2006 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr Verheugt als voorzitter,

mrs Stikkelbroeck en Van der Herberg als raadsheren,

en drs Mensing en drs Van Weers als raden,

in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2007.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.