Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2007:AZ6688

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-01-2007
Datum publicatie
23-01-2007
Zaaknummer
21-001331-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft een man vrijgesproken, die op vrijdagavond 22 juli 2005 tijdens de ter gelegenheid van de Nijmeegse Vierdaagse gehouden Zomerfeesten te Nijmegen, met het 112-alarmnummer heeft gebeld. De verdachte zei vervolgens: “Met de hofstadgroep. We leggen een bom onder de vierdaagse”. Het hof heeft overwogen, dat voor een veroordeling terzake van bedreiging is vereist, dat de bedreiging – in dit geval met een terroristisch misdrijf – van dien aard is en onder zulke omstandigheden gedaan, dat deze in het algemeen vrees kan opwekken, dat de geuite bedreiging zich zal kunnen realiseren. Naar het oordeel van het hof zijn de door verdachte geuite woorden daartoe in beginsel wel geschikt, doch zijn zij in dit specifieke geval onder dusdanige omstandigheden gedaan, dat het voor de politie kennelijk aanstonds duidelijk was, dat er van een serieuze bedreiging geen sprake was. Zo heeft de politie gerelateerd dat er na de melding geen onmiddellijke actie is ondernomen daar de melding te algemeen was. Voorts is er bij het (later) afluisteren van de melding geconstateerd dat de melder – zakelijk weergegeven – onder invloed was. Het hof heeft verdachte wel veroordeeld voor het opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten, te weten het 112-nummer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2007, 164
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-001331-06

Uitspraak d.d.: 23 januari 2007

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Arnhem van 27 maart 2006 in de strafzaak tegen

verdachte,

geboren te (geboorteplaats) op (datum),

wonende te (adres).

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van

9 januari 2007 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep, vernietigen nu het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, zoals deze tenlastelegging in eerste aanleg en in hoger beroep is gewijzigd, dat:

1 primair:

hij op of omstreeks 22 juli 2005 te Nijmegen en/of te Groesbeek en/of te Driebergen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen deelnemers en/of organisatoren en/of bezoekers van en/of aan de Nijmeegse Vierdaagse, telefonisch met een terroristisch misdrijf heeft bedreigd, immers heeft verdachte het alarmnummer

112 gebeld en vervolgens de tekst "Met de Hofstadgroep, we leggen een bom

onder de vierdaagse" uitgesproken;

art 285 lid 3 Wetboek van Strafrecht

1 subsidiair:

hij op of omstreeks 22 juli 2005 te Nijmegen en/of te Groesbeek en/of te Driebergen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, deelnemers en/of organisatoren en/of bezoekers van en/of aan de Nijmeegse Vierdaagse te bedreigen met een terroristisch misdrijf, het

alarmnummer 112 heeft gebeld en vervolgens de tekst "Met de Hofstadgroep, we

leggen een bom onder de vierdaagse" heeft uitgesproken, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 285 lid 3 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 meer subsidiair:

hij op of omstreeks 22 juli 2005 te Nijmegen en/of te Groesbeek en/of te Driebergen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, deelnemers en/of organisatoren en/of bezoekers van en/of aan de Nijmeegse Vierdaagse, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk

dreigend het alarmnummer 112 gebeld en vervolgens de tekst "Met de

Hofstadgroep, we leggen een bom onder de vierdaagse" uitgesproken;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2:

hij op of omstreeks 22 juli 2005 te Nijmegen en/of te Groesbeek en/of te Driebergen, opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112;

art 142 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Geldigheid van de dagvaarding

Namens de verdachte is, zakelijk weergegeven, betoogd dat de tenlastelegging van feit 1 primair en feit 1 subsidiair nietig is, omdat daarin niet is omschreven met welk van de misdrijven als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht is gedreigd.

Het hof verwerpt dit verweer. Naar het oordeel van het hof is de tenlastelegging op dit onderdeel voldoende duidelijk en concreet. Er kan geen enkel misverstand bestaan over welk verwijt aan de verdachte wordt gemaakt. Het enkele toevoegen van één van de artikelen uit artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht maakt de tenlastelegging overigens niet (nog) duidelijker en/of concreter. Het gaat er naar het oordeel van het hof om, dat de in de tenlastelegging omschreven gedraging onder één van de in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven kan worden gebracht. De in het feitelijk deel van de tenlastelegging omschreven gedraging slaat onmiskenbaar op één van die misdrijven, te weten artikel 157, onder 3º, van het Wetboek van Strafrecht.

Namens de verdachte is voorts, zakelijk weergegeven, betoogd dat de tenlastelegging van feit 1 primair en feit 1 subsidiair nietig is, omdat daarin niet is opgenomen dat sprake moet zijn van een terroristisch oogmerk en omdat daardoor niet nader omschreven is waaruit het terroristisch oogmerk heeft bestaan.

Het hof verwerpt dit verweer. Zo al tot het oordeel zou moeten worden gekomen, dat in de tenlastelegging verzuimd is op te nemen dat het misdrijf is begaan met een terroristisch oogmerk, dan zou dit niet leiden tot een nietige tenlastelegging op dit onderdeel, doch zou het hooguit - na een bewezenverklaring - leiden tot niet-strafbaarheid van het feit.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof heeft hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De feiten

Op 22 juli 2005, omstreeks 22:30 uur, is er bij de 112 alarmcentrale te Driebergen een telefonische melding binnengekomen. De tekst van de melding was als volgt:

“Met de Hofstadgroep. We leggen een bom onder de vierdaagse”.

Door nummerherkenning bleek met welk nummer de beller had gebeld. Het ging om een prepaid nummer. Vervolgens is er geen onmiddellijke actie ondernomen daar de melding te algemeen was, aldus de verbalisant.

In het onderzoek dat volgde, is gezocht in de BPS bestanden van de politie. Daaruit bleek dat het bewuste telefoonnummer stond vermeld in een mutatie en dat het was gekoppeld aan verdachte.

Door de 112 alarmcentrale te Driebergen is vervolgens een CD-ROM ter beschikking gesteld met daarop de opgenomen melding van 22 juli 2005. Bij het afluisteren van de CD-ROM was, aldus de verbalisant, duidelijk hoorbaar dat de melding was gedaan door een manspersoon, waarbij die persoon klonk alsof hij sprak terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde.

Verdachte is vervolgens op 2 augustus 2005, ruim anderhalve week na het incident, aangehouden door een aanhoudingseenheid (een AT).

De beoordeling

Voor een veroordeling terzake van bedreiging is vereist, dat de bedreiging – in dit geval met een terroristisch misdrijf – van dien aard is en onder zulke omstandigheden gedaan, dat deze in het algemeen vrees kan opwekken, dat de geuite bedreiging zich zal kunnen realiseren.

Naar het oordeel van het hof zijn de door verdachte geuite woorden daartoe in beginsel wel geschikt, doch zijn zij in dit specifieke geval onder dusdanige omstandigheden gedaan, dat het voor de politie kennelijk aanstonds duidelijk was, dat er van een serieuze bedreiging geen sprake was. Zo heeft de politie gerelateerd dat er na de melding geen onmiddellijke actie is ondernomen daar de melding te algemeen was. Voorts is er bij het (later) afluisteren van de melding geconstateerd dat de melder – zakelijk weergegeven – onder invloed was.

Alles in aanmerking nemende kan daarom niet geoordeeld worden, dat er sprake is geweest van een serieuze bedreiging, dan wel een poging daartoe, gelet op de omstandigheden waaronder de, op zichzelf wél bedreigende, woorden zijn geuit.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2:

hij op 22 juli 2005 te Driebergen opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een alarmnummer voor publieke diensten, namelijk van het nummer 112.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Het opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een alarmnummer voor publieke diensten.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te melden duur, passend en geboden is.

Verdachte heeft door het bellen met het “112-nummer” onnodig en op hinderlijke wijze de rust verstoord bij de alarmcentrale van de KLPD in Driebergen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63 en 142 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat bij de uitvoering van de taakstraf 2 (twee) uren in mindering worden gebracht wegens de tijd door verdachte in verzekering doorgebracht, te weten totaal 1 (één) dag.

Aldus gewezen door

mr H. Abbink, voorzitter,

mr M.L.H.E. Roessingh-Bakels en mr G. Mintjes, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr M.J. Ouweneel, griffier,

en op 23 januari 2007 ter openbare terechtzitting uitgesproken.