Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AZ2369

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
17-10-2006
Datum publicatie
17-11-2006
Zaaknummer
2006/531
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof beantwoordt de vraag of bij de bovengenoemde op zichzelf staande elementen sprake is van auteursrecht voorshands ontkennend. Toepassing van driehoekige vlakken in het tentdoek van tentramen is bij vouwwagens niet uniek. In dit verband kan worden verwezen naar de Travel Sleeper uit 1964/1971 (productie 2 en 3 in eerste aanleg van Gerjak) en de Camplet (productie 12 in eerste aanleg van [appellanten]). Dat bij de modellen van [appellanten] sprake is van (bovendien) een raam en/of raamluifel met een driehoekvorm en een iets andere positionering van de driehoeken op het tentdoek dan bij voornoemde voorbeelden, acht het hof niet een zodanig verschil uitmaken dat daardoor bij deze elementen wel sprake zou zijn van een werk met een eigen oorspronkelijk karakter dat het persoonlijk stempel van de maker draagt.

Het hof neemt voorshands aan dat aan de drie verschillende (in rov. 4.2 bedoelde) patronen - met in elk geval twee tegenover elkaar geplaatste driehoeken, al dan niet omkaderd door banden in contrasterende kleuren - bij elk van de drie in rov. 4.1 genoemde modellen wel auteursrechtelijke bescherming toekomt. In dat verband dient vervolgens te worden nagegaan of het totaalbeeld van elk van deze drie modellen zodanig gelijkend is met het totaalbeeld van de Tago Settler, dat met dit laatste model inbreuk op het auteursrecht van [appellanten] wordt gemaakt.

Het hof verwerpt de stelling van [appellanten] dat het bij de beantwoording van deze vraag niet zou mogen uitgaan van een vergelijking van de totaalindrukken van de verschillende tenten met de totaalindruk van de Tago Settler (vgl. HR 29 -12-1995, NJ 1996, 546, HR 29-11-2002, NJ 2003, 17 en HR 11-7-2003, LJN: AF7528, C02/069HR).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

17 oktober 2006

eerste civiele kamer

rolnummer 2006/531 KG

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

1 [appellant sub 1],

wonende te [woonplaats],

2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant sub 2],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellanten,

procureur: mr. F.J. Boom,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Gerjak B.V.,

gevestigd te Harfsen, gemeente Lochem,

geïntimeerde,

procureur: mr. J.C.N.B. Kaal.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van het vonnis van 11 april 2006 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Zutphen in kort geding heeft gewezen tussen appellanten (hierna te noemen: [appellanten]) als eisers en geïntimeerde (hierna te noemen: Gerjak) als gedaagde; van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 [appellanten] hebben bij exploot van 9 mei 2006 aangezegd van voormeld vonnis in hoger beroep te komen, met dagvaarding van Gerjak voor dit hof.

Zij hebben in dit exploot zeven grieven met toelichting geformuleerd onder overlegging van nieuwe producties, bewijs aangeboden en aangekondigd te zullen eis doen en concluderen dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende hun vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van Gerjak in de kosten van de procedure in beide instanties, een en ander voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

2.2 Op de dienende dag hebben [appellanten] mondeling van eis gediend conform de inhoud van voornoemd exploot.

2.3 Gerjak heeft bij memorie van antwoord verweer gevoerd, nieuwe producties in het geding gebracht en geconcludeerd dat het hof bij arrest voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad het bestreden arrest zal bekrachtigen, met veroordeling van [appellanten] in de kosten van de procedure in hoger beroep.

2.4 Partijen hebben vervolgens ter zitting van het hof van 3 juli 2006 hun zaak doen bepleiten, [appellanten] bij monde van mr. A.J. Kronenberg, advocaat te Arnhem en Gerjak bij monde van mrs. F.V.B.M. Mutsaerts en mr. T. Berendsen, beiden advocaat te 's-Hertogenbosch. Daarbij heeft men zich van beide zijden van pleitnotities bediend, die aan het hof zijn overgelegd.

2.5 Daarna hebben partijen de stukken aan het hof overgelegd voor het wijzen van arrest.

3 De vaststaande feiten

Tegen de door de voorzieningenrechter in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.7 vastgestelde feiten zijn geen grieven of bezwaren gericht, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

4 De beoordeling in hoger beroep

4.1 De grieven leggen het geschil in volle omvang aan het hof voor.

[appellanten] stellen zich op het standpunt dat ten aanzien van de drie in het geding zijnde Holtkamper tenttrailers (respectievelijk de Holtkamper Astro model1992, de Holtkamper Cocoon 1997 en de Holtkamper Astro Membrane Airco 2004) sprake is van een unieke en karakteristieke vormgeving met betrekking tot de (nader te noemen onderdelen van de) uitvouwbare tent van elk van deze vouwwagenmodellen. Gerjak maakt volgens hen met haar tenttrailer model Tago Settler (model 2005) inbreuk op de auteursrechtelijk beschermde trekken van de tenten van voornoemde tenttrailers van [appellanten] Tevens handelt Gerjak volgens [appellanten] in dit verband onrechtmatig. Zij heeft de kenmerkende vormgeving van de tenten van de Cocoon en de Astro (modellen 1992 en 2004) overgenomen en sticht bij het publiek onnodig verwarring over de herkomst van de Tago Settler, wat slaafse nabootsing oplevert. [appellanten] vorderen - kort weergegeven - onder meer dat Gerjak deze inbreuk en/of de ongeoorloofde nabootsing staakt.

4.2 [appellanten] voeren aan dat voor de drie modellen driehoekige tentramen en driehoekige luifels, die op een bepaald manier zijn gepositioneerd en geaccentueerd, kenmerkend zijn. Deze - voor tenttrailers ongebruikelijke - elementen en de patronen van de combi-naties daarvan zijn volgens haar auteursrechtelijk beschermd. Het gaat daarbij met name om de volgende op zichzelf staande elementen:

- driehoekige liggende ramen omkaderd door een band tentdoek met afwijkende kleur (Astro 1992 en Astro 2004);

- driehoekige ramen die met de punt naar beneden zijn gericht (Cocoon en Astro 2004);

- driehoekige raamluifels die zijn te sluiten met ritsen of op te rollen of uit te spannen via een touw aan de vrije punt van die luifel.

Voorts kent elk van de drie modellen een eigen kenmerkend patroon van driehoekige ramen en luifels over de volle zijde van de tent. In elk van die patronen zijn twee tegenover elkaar (spiegelbeeldig) geplaatste driehoekige ramen met luifels opgenomen.

4.3 Het hof beantwoordt de vraag of bij de bovengenoemde op zichzelf staande elementen sprake is van auteursrecht voorshands ontkennend. Toepassing van driehoekige vlakken in het tentdoek van tentramen is bij vouwwagens niet uniek. In dit verband kan worden verwezen naar de Travel Sleeper uit 1964/1971 (productie 2 en 3 in eerste aanleg van Gerjak) en de Camplet (productie 12 in eerste aanleg van [appellanten]). Dat bij de modellen van [appellanten] sprake is van (bovendien) een raam en/of raamluifel met een driehoekvorm en een iets andere positionering van de driehoeken op het tentdoek dan bij voornoemde voorbeelden, acht het hof niet een zodanig verschil uitmaken dat daardoor bij deze elementen wel sprake zou zijn van een werk met een eigen oorspronkelijk karakter dat het persoonlijk stempel van de maker draagt.

4.4 Het hof neemt voorshands aan dat aan de drie verschillende (in rov. 4.2 bedoelde) patronen - met in elk geval twee tegenover elkaar geplaatste driehoeken, al dan niet omkaderd door banden in contrasterende kleuren - bij elk van de drie in rov. 4.1 genoemde modellen wel auteursrechtelijke bescherming toekomt. In dat verband dient vervolgens te worden nagegaan of het totaalbeeld van elk van deze drie modellen zodanig gelijkend is met het totaalbeeld van de Tago Settler, dat met dit laatste model inbreuk op het auteursrecht van [appellanten] wordt gemaakt.

Het hof verwerpt de stelling van [appellanten] dat het bij de beantwoording van deze vraag niet zou mogen uitgaan van een vergelijking van de totaalindrukken van de verschillende tenten met de totaalindruk van de Tago Settler (vgl. HR 29 -12-1995, NJ 1996, 546, HR 29-11-2002, NJ 2003, 17 en HR 11-7-2003, LJN: AF7528, C02/069HR).

4.5 Het hof stelt vast (op basis van met name de producties 4, 5, 6,7 en 8 van [appellanten] bij dagvaarding in eerste aanleg, kleurenfoto's van de drie modellen van [appellanten] en van de Tago Settler) dat in elk geval sprake is van de volgende verschillen in totaalindruk tussen de drie genoemde modellen van [appellanten] en de Tago Settler:

- de kleurstelling van de bedoelde tentzijde bij de drie modellen van [appellanten] is geheel afwijkend van die van de Tago Settler, die anders dan bij de drie modellen van [appellanten] de hoofdkleuren blauw en grijs vertoont;

- de “spatrand” van de Tago Settler heeft witte biezen op de naad die ook doorlopen in het linkerdeel, terwijl dergelijke (witte) biezen ontbreken bij de modellen van [appellanten];

- met betrekking tot de Astro 1992: deze vertoont geen spiegeling van driehoeken in het bovenste gedeelte, terwijl dit wel het geval is bij de Tago Settler;

- met betrekking tot de Cocoon: geen spiegeling van driehoeken in het onderste gedeelte terwijl dit wel het geval is bij de Tago Settler;

De Astro 2004 vertoont wel een spiegeling van driehoeken zowel in het bovenste als het onderste gedeelte, evenals de Tago Settler, doch dit is naar het oordeel van het hof slechts van ondergeschikte betekenis, gezien de afwijkende kleurstelling van de Tago Settler, speciaal wat betreft het bovenste gedeelte. Bij de Tago Settler is daar sprake van een witte driehoek tegenover een blauwe driehoek, beide tegen een grijze achtergrond, terwijl de twee bovenste driehoeken bij de Astro 2004 identiek crèmekleurig zijn.

Het bij de Astro 1992 en de Cocoon evenals bij de Tago Settler wel aanwezige spiegelende patroon van driehoeken, respectievelijk aan de onderzijde bij de Astro 1992 en aan de bovenzijde bij de Cocoon, wordt eveneens van ondergeschikte betekenis geacht, wederom in verband met de afwijkende kleurstelling van de driehoeken van de Tago Settler.

Hetzelfde geldt ten aanzien van de omkaderingen in contrasterende kleur van het spiegelende patroon in het onderste gedeelte bij de Astro 1992 en de Astro 2004, omdat de kleurstelling en de uitvoering van de omkadering bij de Tago Settler afwijkend zijn.

De conclusie is dat, gelet op de totaalindrukken, Gerjak met betrekking tot de Tago Settler voldoende afstand heeft gehouden ten opzichte van de modellen van [appellanten] en dat dus geen sprake is van de gestelde inbreuk op het voorshands aangenomen auteursrecht van [appellanten]

4.6 Dan resteert de vraag of sprake is van slaafse nabootsing. Het hof beantwoordt ook deze vraag ontkennend. Zoals hierboven is overwogen heeft Gerjak bij de vormgeving van de Tago Settler voldoende afstand gehouden ten opzichte van de modellen van [appellanten] Onvoldoende aannemelijk is geworden dat door die vormgeving gevaar voor verwarring is ontstaan bij het daarvoor in aanmerking komende publiek, gezien de hiervoor vermelde verschillen tussen de modellen, met name de afwijkende kleurstelling van de Tago Settler. Overigens hebben [appellanten] de stelling dat sprake is van gevaar voor (herkomst)-verwarring op geen enkele wijze feitelijk onderbouwd, terwijl dit door Gerjak wel is bestreden. Bovendien zijn - zoals niet is bestreden door [appellanten] - op de tenttrailers van Gerjak de naam Gerjak en de typeaanduiding Tago Settler vermeld.

4.7 De slotsom luidt dat het hoger beroep niet slaagt. Het vonnis waarvan beroep zal, zij het deels op andere gronden, worden bekrachtigd. Appellanten dienen als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding:

bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zutphen van 11 april 2006;

veroordeelt appellanten in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerden bepaald op € 296,- aan verschotten en op € 2.682,- voor salaris van de procureur;

verklaart bovengenoemde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. Groen, Mannoury en Van der Pol en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2006.