Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AZ0365

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-09-2006
Datum publicatie
18-10-2006
Zaaknummer
2006/463
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Met inachtneming van het voorgaande concludeert het hof dat de auto, gelet op de terugname daarvan door de fabrikant tegen de aankoopprijs en het grote aantal daaraan uitgevoerde reparaties, structurele gebreken had. Mede gelet op de hoge koopprijs van de auto, de in de advertentie opgenomen tekst dat de auto van de eerste eigenaar afkomstig was en de enkele mededeling van [appellante] daaromtrent dat de auto eerder was gebruikt als demonstatie-auto, hoefde [geïntimeerde] geen rekening te houden met de aanwezigheid van dergelijke gebreken. Op grond daarvan is het hof dan ook van oordeel dat de gekochte auto niet de eigenschappen en kwaliteiten bezat die [geïntimeerde] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten, zodat hij de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden op grond van artikel 6:265 BW. Toestemming van de wederpartij is daarvoor geen vereiste, zodat de stelling van [appellante] dat zij niet heeft ingestemd met die ontbinding niet tot een ander oordeel kan leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 509
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

12 september 2006

eerste civiele kamer

rolnummer 2006/463

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

de vennootschap onder firma

[de vof],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

procureur: mr. J.F.E. van Halder,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

procureur: mr. H. van Ravenhorst.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van de vonnissen van 7 december 2005 en 15 maart 2006 die de rechtbank te Arnhem tussen appellante (hierna ook te noemen: [appellante]) als eiseres en geïntimeerde (hierna ook te noemen: [geïntimeerde]) als gedaagde heeft gewezen; van die vonnissen is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 [appellante] heeft bij exploot van 21 april 2006 aangezegd van het vonnis van 15 maart 2006 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.

2.2 In de appeldagvaarding heeft [appellante] twee grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht en vier producties in het geding gebracht. Zij heeft gevorderd dat het hof het bestreden vonnis, bij arrest voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, haar vordering alsnog volledig en integraal zal toewijzen met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide intstanties.

2.3 Op de dienende dag heeft [appellante] van eis gediend overeenkomstig voornoemd exploot.

2.4 Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden, heeft hij bewijs aangeboden en drie producties in het geding gebracht. Hij heeft geconcludeerd dat het hof, bij arrest zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [appellante] niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vordering in appel;

II. het bestreden vonnis zal bekrachtigen;

III. [appellante] zal veroordelen in de kosten van [het hof leest:] het hoger beroep.

2.5 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

De rechtbank heeft in haar vonnis van 15 maart 2006 onder 2 feiten vastgesteld. Aangezien daartegen geen grieven zijn aangevoerd of bezwaren zijn geuit, zal het hof in hoger beroep ook van die feiten uitgaan.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1 [appellante] vordert in het onderhavige geding betaling van een bedrag van € 13.200,- in hoofdsom door [geïntimeerde]. Voornoemd bedrag betreft 15% van de koopprijs van een Volkswagen Touareg, die [geïntimeerde] van [appellante] heeft gekocht. [appellante] stelt dat die auto ten tijde van de verkoop in goede staat verkeerde en dat [geïntimeerde] de koopovereenkomst eenzijdig heeft geannuleerd op grond van artikel 7 van de algemene voorwaarden behorend bij de koopovereenkomst. Ingevolge dat artikel is [geïntimeerde] volgens [appellante] een vergoeding aan haar verschuldigd ten bedrage van 15% van de koopsom.

4.2 [geïntimeerde] heeft daartegen gemotiveerd verweer gevoerd en stelt primair dat de overeenkomst op grond van artikel 6:265 BW met wederzijds goedvinden is ontbonden. Subsidiair betoogt hij dat de bewuste auto niet de kwaliteiten bezat die hij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten en aldus dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordde (artikel 7:17 lid 1 en 2 BW). De auto had volgens [geïntimeerde] reeds ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst ernstige gebreken vertoond, waardoor sprake was van een reparatieverleden dat hem op dat moment niet bekend was en dat [appellante] hem ook niet heeft meegedeeld. Verder was de auto geen demonstratie-auto, maar een tweedehands auto en was de auto drie maanden ouder dan [appellante] hem had meegedeeld. Meer subsidiair stelt [geïntimeerde] dat de koopovereenkomst vernietigbaar is op grond van dwaling. Indien [appellante] hem juist zou hebben geïnformeerd over de leeftijd, het reparatieverleden en de eerdere eigenaars van de auto, had hij de koopovereenkomst niet gesloten. Ten slotte heeft [appellante] aangevoerd dat, voor zover hij gehouden zou zijn enige schade aan [appellante] te vergoeden, die schade minder bedraagt dan de vastgestelde 15% van de koopsom.

4.3 Het hof stelt voorop dat kennelijk sprake is van een koopovereenkomst als bedoeld in artikel 7:5 lid 1 BW (consumentenkoop) en overweegt verder dat ingevolge artikel 6:265 lid 1 BW iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Alvorens dus kan worden beoordeeld of [geïntimeerde] aan [appellante] een vergoeding verschuldigd is, dient eerst te worden vastgesteld of [appellante] is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen en derhalve of de auto waarop de koopovereenkomst betrekking had niet de eigenschappen bezat die [geïntimeerde] op basis van die overeenkomst mocht verwachten. Bij de beantwoording van die vraag moet worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval.

4.4 Bij zijn oordeel neemt het hof het volgende in aanmerking. In de advertentie waarin [appellante] de desbetreffende auto te koop had aangeboden stond vermeld dat de auto van de eerste eigenaar was. Uit het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden bij de rechtbank blijkt dat [appellante] heeft verklaard dat zij aan [geïntimeerde] heeft meegedeeld dat de desbetreffende auto afkomstig was van een andere garage die de auto als demonstratie-auto had gebruikt en dat zij omtrent andere eigenaars geen mededelingen heeft gedaan. Met inachtneming daarvan mocht [geïntimeerde] er naar het oordeel van het hof van uitgaan dat met de aanduiding ‘eerste eigenaar’ de desbetreffende garage werd bedoeld. Hij hoefde niet te begrijpen dat met ‘eerste eigenaar’ een eerdere eigenaar werd bedoeld en dat nadien een garagebedrijf de auto als demonstratie-auto had gebruikt.

4.5 Verder is van belang dat [appellante] voorafgaand aan de koopovereenkomst geen mededelingen heeft gedaan omtrent het reparatieverleden van de auto, hetgeen onder meer blijkt uit voornoemd proces-verbaal. [appellante] heeft immers verklaard dat hij ten tijde van de verkoop het reparatieverleden van de auto niet kende. [geïntimeerde] is pas na aankoop van de auto – door eigen onderzoek – op de hoogte geraakt van dat reparatieverleden. Hij heeft bovendien onweersproken gesteld dat hij een en ander niet voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst kon onderzoeken, omdat [appellante] hem had meegedeeld dat alle papieren ten behoeve van de inklaring van de auto aan de douane waren afgegeven.

4.6 Hoewel [appellante] stelt dat hij niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, omdat de auto in goede staat verkeerde en omdat de uitgevoerde reparaties slechts kleinigheden betroffen, staat als onweersproken vast dat fabrikant Volkswagen de gebreken aan de auto zodanig ernstig heeft gevonden dat zij de auto van de eerste eigenaar heeft teruggekocht en die eigenaar volledig schadeloos heeft gesteld.

4.7 Met inachtneming van het voorgaande concludeert het hof dat de auto, gelet op de terugname daarvan door de fabrikant tegen de aankoopprijs en het grote aantal daaraan uitgevoerde reparaties, structurele gebreken had. Mede gelet op de hoge koopprijs van de auto, de in de advertentie opgenomen tekst dat de auto van de eerste eigenaar afkomstig was en de enkele mededeling van [appellante] daaromtrent dat de auto eerder was gebruikt als demonstatie-auto, hoefde [geïntimeerde] geen rekening te houden met de aanwezigheid van dergelijke gebreken. Op grond daarvan is het hof dan ook van oordeel dat de gekochte auto niet de eigenschappen en kwaliteiten bezat die [geïntimeerde] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten, zodat hij de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden op grond van artikel 6:265 BW. Toestemming van de wederpartij is daarvoor geen vereiste, zodat de stelling van [appellante] dat zij niet heeft ingestemd met die ontbinding niet tot een ander oordeel kan leiden.

5 Slotsom

Uit het voorgaande volgt dat de grieven vergeefs zijn voorgesteld, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd. [appellante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.

6 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 15 maart 2006;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 894,- voor salaris van de procureur en op € 455,- voor verschotten.

Dit arrest is gewezen door mrs. Rijken, Smeeïng-van Hees en Van den Brink en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2006.