Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AY9771

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-09-2006
Datum publicatie
10-10-2006
Zaaknummer
VI 14/05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering tot het achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling: Gelet op het feit dat de zaak met betrekking tot het nieuwe strafbare feit, die ten grondslag is gelegd aan de vordering tot het achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling, is geseponeerd met als code 02 (= geen wettig bewijs), is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

VI-nummer: 14/05

Uitspraak: 13 september 2006

Gerechtshof te Arnhem

Kamer als bedoeld in artikel 67 van de wet op de rechterlijke organisatie.

Het hof heeft te beslissen op de op 28 december 2005 ingekomen vordering van de advocaat-generaal te Den Haag van 21 december 2005, strekkende tot het achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling van:

[VEROORDEELDE],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Het hof heeft ter openbare terechtzitting van 13 september 2006 gehoord de veroordeelde en de raadsman van veroordeelde, mr R. van den Boogert, advocaat te Amsterdam, alsmede de advocaat-generaal bij dit hof, die heeft geconcludeerd de vordering van de officier van justitie strekkende tot het achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling af te wijzen.

Overwegingen

De vordering strekt ertoe dat de vervroegde invrijheidstelling met betrekking tot de bij arrest van 28 april 2004 van het gerechtshof te 's-Gravenhage opgelegde gevangenisstraf van zes jaren onvoorwaardelijk, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, achterwege zal blijven.

Aan de vordering is ten grondslag gelegd dat veroordeelde zich na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zeer ernstig heeft misdragen, zoals bedoeld in artikel 15a, eerste lid aanhef en sub c van het Wetboek van Strafrecht. Veroordeelde zou zich opnieuw schuldig hebben gemaakt aan een nieuw strafbaar feit.

Gelet op het feit dat de zaak met betrekking tot het nieuwe strafbare feit, die ten grondslag is gelegd aan de vordering tot het achterwege blijven van de vervroegde invrijheidstelling, is geseponeerd met als code 02 (= geen wettig bewijs), is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.

Toegepaste wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 15a, 15b en 15c van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

Het hof:

- Wijst de vordering van de officier van justitie te Den Haag af.

Aldus gewezen door:

mr J.W.P. Verheugt, voorzitter

mrs J.A.W. Lensing en H.G.W. Stikkelbroeck, raadsheren

in tegenwoordigheid van mr N.M.H. van Ek, griffier

en op 13 september 2006 ter openbare terechtzitting uitgesproken.