Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AY9764

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
02-10-2006
Datum publicatie
10-10-2006
Zaaknummer
TBS 2006\155
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Er is door de RSJ nog geen beslissing op het ingestelde beroep tegen de longstay-plaatsing genomen. In de brief inhoudende recente ontwikkelingen wordt aangegeven dat, in het geval de RSJ het beroep gegrond verklaart, betrokkene zal worden heropgenomen in een behandelkliniek. Nu onvoldoende duidelijk is wat het vervolgtraject zal zijn, ziet het hof

-hoewel er geen reden is om aan te nemen dat de terbeschikkingstelling na dat jaar zal worden beëindigd- aanleiding de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, zodat bij de komende verlengingszitting bij de rechtbank de beslissing van de RSJ met betrekking tot het beroep tegen de longstay-plaatsing bekend is en derhalve meer duidelijkheid kan worden verschaft over de stand van zaken. Het hof benadrukt hierbij ten overvloede dat door betrokkene hieruit geen verwachtingen kunnen worden afgeleid ten aanzien van de duur van de terbeschikkingstelling in haar geheel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2006\155

Beslissing d.d. 2 oktober 2006

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

onder gezag van [Instituut]

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Roermond van 17 mei 2006, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Overwegingen:

? Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, gelet op artikel 509t, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, aangezien de rechtbank niet binnen twee maanden na het indienen van de verlengingsvordering van de officier van justitie haar beslissing heeft genomen en daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken.

? Het verzoek tot aanhouding om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen, omdat het hof het hiervoor te vroeg vindt. Bij betrokkene is sprake van beheersproblematiek. Hij heeft een heel duidelijke structuur nodig om te kunnen functioneren zonder uitspattingen.

? In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat.

Uit het verlengingsadvies volgt dat bij betrokkene sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke, passief-agressieve en antisociale kenmerken. Het recidiverisico is nog onverminderd aanwezig.

In de brief inhoudende de recente ontwikkelingen van betrokkene, gedateerd 4 september 2006, wordt aangegeven dat er een longstay-plaatsing was aangevraagd, doch afgewezen vanwege het gegeven dat het delict te licht werd bevonden voor een langdurig verblijf in een TBS-kliniek. Uiteindelijk is alsnog een longstay plaatsing gerealiseerd vanwege de gebleken problemen rond plaatsing in een resocialisatietraject. Betrokkene heeft beroep aangetekend tegen deze plaatsing bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). Er is nog geen beslissing op het ingestelde beroep genomen. In de brief wordt aangegeven dat, in het geval de RSJ het beroep gegrond verklaart, betrokkene zal worden heropgenomen in een behandelkliniek.

Nu onvoldoende duidelijk is wat het vervolgtraject zal zijn, ziet het hof -hoewel er geen reden is om aan te nemen dat de terbeschikkingstelling na dat jaar zal worden beëindigd- aanleiding de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, zodat bij de komende verlengingszitting bij de rechtbank de beslissing van de RSJ met betrekking tot het beroep tegen de longstay-plaatsing bekend is en derhalve meer duidelijkheid kan worden verschaft over de stand van zaken. Het hof benadrukt hierbij ten overvloede dat door betrokkene hieruit geen verwachtingen kunnen worden afgeleid ten aanzien van de duur van de terbeschikkingstelling in haar geheel.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Roermond van 17 mei 2006 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr Stikkelbroeck als voorzitter,

mrs Verheugt en Lensing als raadsheren,

en drs Van Iersel en dr Van Kordelaar als raden,

in tegenwoordigheid van mr Van Ek als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2006.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.