Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AY8623

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
05-09-2006
Datum publicatie
21-09-2006
Zaaknummer
05-00358
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting

In deze verwijzingsprocedure beslist het hof dat de activiteiten van belanghebbende als vrijwillig politie-ambtenaar een bron van inkomen vormt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2006/63.1.4
FutD 2006-1757
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Eerste meervoudige belastingkamer

nummer 05/00358

U i t s p r a a k

op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur van de Belastingdienst/P (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift van belanghebbende betreffende na te melden aan hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een aanslag in de inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 8.845.

1.2. Belanghebbende heeft tegen de aanslag bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft de aanslag bij uitspraak gehandhaafd.

1.3. Belanghebbende is van de onder 1.2. bedoelde uitspraak in beroep gekomen bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, dat het beroep ongegrond heeft verklaard.

1.4. Belanghebbende heeft tegen die uitspraak van het Gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft bij arrest van 14 oktober 2005, nr. 40.244, BNB 2006/54 (hierna: het arrest) de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem, ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest.

1.5. De Inspecteur heeft, daartoe door het Hof in de gelegenheid gesteld, naar aanleiding van dit arrest een conclusie ingediend. Belanghebbende heeft, daartoe door het Hof in de gelegenheid gesteld, op de inhoud van de conclusie gereageerd.

1.6. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 17 februari 2006 te Arnhem. Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende alsmede de Inspecteur.

1.7. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt waarvan een afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

2. Feiten

2.1. Het Hof verwijst voor de feiten naar onderdeel 2 van de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch en onderdeel 3.1. van het arrest.

2.2. In zijn conclusie na verwijzing verstrekt de Inspecteur onder meer de volgende gegevens:

“1. Belanghebbende studeert in 1999 rechten, is 23 jaar en woont bij zijn ouders thuis op het adres a-straat 1 in Q en heeft enkele baantjes.

Periode inhoudingsplichtige loonheffing loon

1/1/99 tot 15/7/99 A ƒ 0 ƒ 5.011

1/1/99 tot 31/12/99 Politie B ƒ 649 ƒ 1.815

1/7/99 tot 31/8/99 C ƒ 478 ƒ 3.305

2. Belanghebbende heeft vanaf 1 maart 1997 een aanstelling als vrijwillig ambtenaar van politie bij de Politie B. Hij heeft hiervoor een akte van aanstelling gekregen van de korpsbeheerder politie B.

De rechtspositie van deze vrijwillige ambtenaren van politie is geregeld in:

Het Besluit rechtspositie vrijwillige politie van 6 april 1995.

In hoofdstuk III is in artikel 44 opgenomen dat Het Besluit dienstreizen politie van overeenkomstige toepassing is op vrijwillige ambtenaren van politie.

Belanghebbende heeft in 1999 gebruik gemaakt van deze declaratiemogelijkheid en heeft ter zake van door hem gemaakte reiskosten een vergoeding ontvangen van ƒ 453,60.

In artikel 43 is geregeld dat de vrijwillige ambtenaar een uurvergoeding ontvangt overeenkomstig de door de Minister vast te stellen regels.

In de aanschrijving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van 30 augustus 1995 met nummer EA95/U2382 wordt invulling gegeven aan de in artikel 43 genoemde regeling.

Deze regeling heet: Regeling vergoeding vrijwillige politie. In deze regeling staat dat de vrijwillige ambtenaar van politie een bruto uurvergoeding ontvangt van ƒ 7,50.

Bij deze regeling zit een toelichting waarin is opgenomen dat met de inspecteur van de Belastingdienst/Grote Ondernemingen te ’s-Gravenhage is overeengekomen dat per activiteit een gedeelte van de vergoeding belastingvrij kan worden toegekend. Dit belastingvrije bedrag is gesteld op ƒ 5,00 per activiteit (werkelijke dienst, oefening dan wel curusus).

Deze vergoeding wordt geacht onder meer de reiskosten, de extra telefoonkosten en de kosten voor studiemateriaal te dekken.

Bovengenoemde regelingen gelden in jaar 1999 nog steeds. Inhoudelijk zijn ze tot dan toe niet gewijzigd.

3. De uurvergoeding wordt per 1 juni 2000 verhoogd van ƒ 7,50 naar ƒ 12,50 per uur.

De belastingvrije vergoeding van ƒ 5,- per inzet blijft bestaan.

Per jaar komt hier een bruto onkostenvergoeding van ƒ 300,- bovenop.

De bedragen worden vanaf 1 juni 2000 geïndexeerd.

Een overzicht van de vergoedingen:

jaar uurvergoeding extra toelage per jaar incidenteel 2001

1999 ƒ 7,50 geen

2000 ƒ 12,50 ƒ 300

2001 ƒ 12,87 ƒ 309 ƒ 150

2002 € 6,02 € 144,43

2003 € 6,14 € 147,31

Belanghebbende is vrijwillig politieagent geweest tot juli 2003.

5. Belanghebbende woonde in 1999 op het adres van zijn ouders, a-straat 1 in Q.

De afstand tot het politiebureau in R bedraagt 8,3 kilometer.

vanaf 5-3-2001 staat belanghebbende ingeschreven op het adres b-straat 1 te Z. De afstand tot het politiebureau in R bedraagt dan 2,5 kilometer.

Belanghebbende declareert in de jaren 1999 t/m juni 2001 de kilometers voor woon-werkverkeer en cursussen. De gemaakte kilometers worden vergoed tegen ƒ 0,60 per kilometer. Na juni 2001 worden er geen kilometers meer gedeclareerd door belanghebbende.

4. Een overzicht van de opbrengsten die belanghebbende heeft genoten in de loop van de jaren

Jaar loonheffing bruto loon onk.Verg. Reiskosten onbelaste verg ƒ 5 per inzet (€ 2,27 per inzet) extra belaste toelage incident toelage Belast

1999 ƒ 649 ƒ 1.815 ƒ 453 ƒ 365 ƒ 0

2000 ƒ 1.357 ƒ 4.001 ƒ 672 ƒ 475 ƒ 300

2001 ƒ 975 ƒ 3.011 ƒ 385 ƒ 260 ƒ 309 ƒ 150

2002 € 848 € 1.188 € 0 € 95 € 144,43

2003 € 480 € 660 € 0 € 45 € 73,66 (Tijdsgelang)

Toelichting, voorbeeld:

In het jaar 2000 heeft belanghebbende in totaal netto ontvangen:

Netto loon ƒ 4.001 -/- ƒ 1.357 = ƒ 2.644

Reiskosten vergoeding (aantal km x ƒ 0,60) ƒ 672

Onbelaste vergoeding ƒ 5 per inzet ƒ 475

Belaste jaarvergoeding ƒ 300 netto

is dit bij 35% belasting ƒ 195

Totaal netto ontvangen in 2000 ƒ 3.986.”

3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1. Na verwijzing is tussen partijen in geschil of de onder de feiten bedoelde activiteiten voor belanghebbende in 1999 een bron van inkomen vormden zoals de Inspecteur verdedigt en belanghebbende bestrijdt.

3.2. Partijen verschillen niet van mening over de omstandigheid dat belanghebbende in 1999 een opbrengst heeft behaald uit zijn activiteiten als vrijwillig ambtenaar van politie van ƒ 1.815 en dat het vastgestelde belastbaar inkomen met dit bedrag moet worden verminderd indien het gelijk in deze procedure aan belanghebbende is.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. De Inspecteur maakt met hetgeen hij in de loop van dit geding, onder meer in zijn conclusie na verwijzing, naar voren heeft gebracht aannemelijk dat in

1999 redelijkerwijs kon worden verwacht dat de activiteiten als vrijwillig ambtenaar van politie in de specifieke omstandigheden waarin belanghebbende destijds verkeerde structureel positieve zuivere opbrengsten zouden opleveren.

4.2. Belanghebbende maakt tegenover deze stellingname van de Inspecteur geen feiten en omstandigheden aannemelijk die de conclusie rechtvaardigen dat viel te verwachten dat in zijn situatie de uurvergoeding (op den duur) niet kostendekkend zou zijn en dat de activiteiten voorzienbaar blijvend verliesgevend zouden zijn.

4.3. Belanghebbende heeft ook na verwijzing geen concrete, op zijn situatie betrekking hebbende, omstandigheden aangevoerd die afdoen aan het onder 4.1. gegeven oordeel.

4.4. De omstandigheid dat de uurvergoeding voor vrijwillige ambtenaren van politie mogelijk, zoals belanghebbende gemotiveerd stelt, in andere gevallen niet kostendekkend was, kan hem niet baten omdat de vraag of bepaalde activiteiten een bron van inkomen vormen voor elke belastingplichtige afzonderlijk moet worden beantwoord. Het Hof verwijst in dit verband ook naar de conclusie van de Advocaat-Generaal (onder punt 3.3.) bij het arrest.

4.5. Het Hof merkt volledigheidshalve op dat de activiteiten van belanghebbende als vrijwillig ambtenaar van politie in het economische verkeer werden verricht. De omstandigheid dat belanghebbende zulks subjectief anders ervoer en geen voordeel nastreefde, kan hem evenmin baten.

4.6. Het beroep van belanghebbende is ongegrond.

5. Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

6. Beslissing

Het Hof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan op 5 september 2006 te Arnhem door mr. Matthijssen, voorzitter, mr.drs. F.J.P.M. Haas en dr.mr. Van Amsterdam, raadsheren, en op die datum door de voorzitter in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de drs. Woeltjes als griffier.

De griffier, De voorzitter,

(V.F.R. Woeltjes) (T.J. Matthijssen)

Afschriften aangetekend per post verzonden op: 5 september 2006

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.