Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AY7993

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-09-2006
Datum publicatie
12-09-2006
Zaaknummer
TBS 2006\128
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aangezien betrokkene nog structuur en begeleiding nodig heeft en het resocialisatieproces van betrokkene nog enige tijd gevolgd moet worden, is een verlenging van de terbeschikkingstelling geïndiceerd. Nu evenwel uit te stukken ook blijkt dat de risicofactoren met betrekking tot een geleidelijke terugkeer van betrokkene in de samenleving duidelijk zijn, acht het hof het redelijk dat na verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar bezien zal worden hoe de resocialisatie van betrokkene verder kan verlopen. Bij de volgende verlengingszitting kan dan worden gekeken naar de ontwikkelingen met betrekking tot de verloven, hoe betrokkene omgaat met uitbreiding van vrijheden en -bij een zich voortzettende positieve ontwikkeling- naar de mogelijkheden van een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2006\128

Beslissing d.d. 11 september 2006

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Middelburg van 25 april 2006, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Overwegingen:

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken.

In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat.

In het verlengingsadvies wordt aangegeven dat bij betrokkene sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met voornamelijk borderline kenmerken en psychotische symptomen. Er is sprake van een beperkte draagkracht. Betrokkene heeft in de afgelopen tijd een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Hij kan beter omgaan met frustraties, teleurstellingen en onzekerheden. Qua psychotische constitutie is hij stabiel. Geleidelijke stappen tot terugkeer in de maatschappij worden noodzakelijk geacht. Uit de recente wettelijke aantekeningen volgt dat betrokkene sinds juni 2006 onbegeleid verlof heeft. Deze verloven lopen goed. Betrokkene houdt zich aan de gestelde voorwaarden.

Aangezien betrokkene nog structuur en begeleiding nodig heeft en het resocialisatieproces van betrokkene nog enige tijd gevolgd moet worden, is het hof van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling is geïndiceerd. Het hof acht het thans nog te vroeg om tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te beslissen dan wel nader onderzoek te gelasten naar de mogelijkheid daarvan. Met het onbegeleid verlof is nog maar kort een aanvang gemaakt. Geleidelijk zal dienen te worden toegewerkt naar meer zelfstandigheid. Nu evenwel uit te stukken ook blijkt dat de risicofactoren met betrekking tot een geleidelijke terugkeer van betrokkene in de samenleving duidelijk zijn, acht het hof het redelijk dat na verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar bezien zal worden hoe de resocialisatie van betrokkene verder kan verlopen. Bij de volgende verlengingszitting kan dan worden gekeken naar de ontwikkelingen met betrekking tot de verloven, hoe betrokkene omgaat met uitbreiding van vrijheden en -bij een zich voortzettende positieve ontwikkeling- naar de mogelijkheden van een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Middelburg van 25 april 2006 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr Lensing als voorzitter,

mrs Van der Herberg en Cremers als raadsheren,

en dr Schudel en dr Raes als raden,

in tegenwoordigheid van mr Van Ek als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2006.

Mr Cremers en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.