Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AY6852

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
07-07-2006
Datum publicatie
23-08-2006
Zaaknummer
05-00341
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kapitaalsbelasting

Het hof verenigt zich in hoger beroep volledig met de beslissing en de gronden van de rechtbank inzake de toepassing van de bedrijfsfusievrijstelling op de inbreng van een 100%-aandelenpakket.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2006/59.2.12
FutD 2006-1570
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Sector belasting

nummer 05/341

uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van de Belastingdienst P (hierna: de Inspecteur) tegen de uitspraak van Rechtbank Arnhem van 29 augustus 2005 met nummer AWB 05/421 betreffende de door de Inspecteur aan X BV te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde naheffingsaanslag kapitaalsbelasting.

1. Naheffingsaanslag, bezwaar, beroep en geding voor het Hof

1.1. De Inspecteur heeft met dagtekening 9 maart 2004 aan belanghebbende een naheffingsaanslag kapitaalsbelasting opgelegd ten bedrage van € 920.491,-.

1.2. Belanghebbende heeft tegen de aanslag bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft de naheffingsaanslag bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.

1.3. Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij Rechtbank Arnhem. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de onderhavige naheffingsaanslag vernietigd. Een kopie van de uitspraak van de Rechtbank is aan deze uitspraak gehecht.

1.4. De inspecteur is van deze uitspraak van de Rechtbank in hoger beroep gekomen bij dit Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden te Arnhem op vrijdag 23 juni 2006. Daarbij zijn verschenen en gehoord A, als gemachtigde van belanghebbende en tot bijstand vergezeld van B, alsmede C namens de inspecteur, tot bijstand vergezeld van D.

Partijen hebben ter zitting ieder een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. De inhoud van deze pleitnota’s moet als hier ingelast worden aangemerkt.

2. Feiten

Het Hof verwijst voor de feiten naar hetgeen is opgenomen in onderdeel 2 met het kopje ‘De feiten’ in de uitspraak van de Rechtbank.

3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1. Het Hof verwijst voor de omschrijving van het geschil naar hetgeen hieromtrent in de uitspraak van de Rechtbank is opgenomen in onderdeel 3 met het kopje ‘Het geschil’ onder de letters a, b en c.

3.2. De gemachtigde van belanghebbende heeft ter zitting nader het standpunt ingenomen dat - overeenkomstig het standpunt van de Inspecteur - XA GmbH & Co KG als een niet-transparante rechtsfiguur moet worden aangemerkt.

De Inspecteur heeft naar aanleiding van dit nader ingenomen standpunt, zijn stelling dat toepassing van het leerstuk van fraus legis de toepassing van zowel de aandelenfusie-vrijstelling als de bedrijfsfusievrijstelling verhindert, laten varen.

Hetgeen partijen voorts ter zitting hebben opgemerkt is opgenomen in het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.

3.3. De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak van de Rechtbank en tot ongegrondverklaring van belanghebbendes beroep.

Belanghebbende concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. De Rechtbank heeft - mede gelet op hetgeen Advocaat-Generaal mr Moltmaker in zijn conclusie bij het arrest van de Hoge Raad van 27 april 1994, nr. 28 238, BNB 1994/206, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis onder punt 2.2.7. heeft opgemerkt - op goede gronden (zoals vermeld in de uitspraak van de Rechtbank op bladzijde 4 in de eerste, vierde en zesde alinea) de juiste beslissing genomen.

5. Proceskosten

Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op 2 punten maal € 322,- maal wegingsfactor 2 ofwel € 1.288,-.

6. Beslissing

Het Hof:

- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, met overneming van de gronden;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 1.288,- en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;

- bepaalt dat van de Staat een griffierecht van € 422 wordt geheven.

Aldus gedaan op 7 juli 2006 te Arnhem door mrs Van Amsterdam, voorzitter, Matthijssen en Zwemmer, raadsheren en op die datum door de voorzitter in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van drs Woeltjes als griffier.

De griffier, De voorzitter,

(V.F.R. Woeltjes) (A.M. van Amsterdam)

Afschriften aangetekend per post verzonden op: 14 juli 2006

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.