Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AX9251

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
08-06-2006
Datum publicatie
23-06-2006
Zaaknummer
04-02045
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Leges

Voor het verstrekken van afschriften van controlerapporten en processen-verbaal door de gemeente mogen leges worden berekend.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet 229
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2006/1027
V-N 2007/13.1.6
FutD 2006-1158
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

elfde enkelvoudige belastingkamer

nummer 04/02045

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X BV

te : Z

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Oost Gelre (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : kennisgeving leges d.d. 29 maart 2004

mondelinge behandeling : op 1 juni 2006 te Arnhem

waarbij niet verschenen : beide partijen hebben het Hof schriftelijk te kennen gegeven niet ter zitting te verschijnen.

Gronden:

1. Op 19 maart 2004 heeft belanghebbendes gemachtigde het college van burgemeester en wethouders (B&W) van de toenmalige gemeente Lichtenvoorde (verder: de gemeente) verzocht kopieën te verstrekken van controlerapporten en processen-verbaal. B&W heeft de gevraagde kopieën op 29 maart 2004 aan de gemachtigde toegestuurd. Ter zake van het in kopie verstrekken van de stukken heeft B&W een bedrag van € 16,50 aan leges geheven. Dit bedrag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Ambtenaar gehandhaafd. Belanghebbende is van die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

2. In geschil is of de leges terecht zijn geheven.

3. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de stukken kosteloos hadden moeten worden verstrekt, omdat het om stukken gaat waarover hij moet beschikken om zich te kunnen verweren tegen een uitgevaardigd dwangbevel door de gemeente. De Ambtenaar stelt zich daartegenover op het standpunt dat de leges kunnen worden geheven krachtens de “Verordening op de heffing en invordering van leges 2004” en de “Verordening tot 1e wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van leges 2004” van de gemeente. Ook verwijst hij naar het arrest van de Hoge Raad van 20 september 2000, nr. 34.604, BNB 2000/359.

4. Artikel 2 van de eerstgenoemde Verordening luidt: ‘Onder de naam “leges” worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel’. In paragraaf 1.1.2 van de tarieventabel is bepaald dat het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van fotokopieën een bedrag, afhankelijk van het formaat, per kopie in rekening wordt gebracht. Naar aanleiding van de vorenbedoelde wijzigingsverordening zijn de voornoemde bepalingen ongewijzigd gebleven.

5. Blijkens de onder 1. genoemde brief van 19 maart 2004 heeft belanghebbendes gemachtigde de bedoelde stukken opgevraagd in het kader van een bezwaarprocedure tegen een dwangsombeschikking, een en ander naar aanleiding van een nader genomen besluit met betrekking tot die beschikking. Uit voornoemde brief kan voorts worden afgeleid dat het bestuursorgaan een vooraankondiging bestuursdwang heeft toegezonden.

6. Naar het Hof begrijpt heeft de laatstbedoelde bezwaarprocedure betrekking op een beschikking als bedoeld in afdeling 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen een dergelijke beschikking staat bezwaar en beroep open als bedoeld in hoofdstuk 7 en 8 van de Awb. In de bezwaarfase heeft een belanghebbende dan een inzagerecht (artikel 7:4, tweede lid, Awb) en ingevolge het vierde lid van voornoemde bepaling kunnen tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften van ter inzage gelegde stukken worden verkregen. Uit het onder 3. genoemde arrest van de Hoge Raad van 20 september 2004 vloeit voort dat de kosten door middel van leges in rekening kunnen worden gebracht.

7. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat het arrest van 20 september 2000 in dezen niet kan worden toegepast, omdat het in die casus ‘om een geheel andere lijn’ ging. Dit standpunt wordt enkel onderbouwd met de stelling dat de onderhavige stukken zijn opgevraagd in verband met het uitbrengen van ‘een dwangbevel, een betekeningsexploot waarbij slechts in civilibus kan worden verweerd’. Uit de inhoud van de onder 2. genoemde stukken begrijpt het Hof dat belanghebbende doelt op de in artikel 5:26, derde lid, van de Awb bedoelde mogelijkheid van verzet tegen een dwangbevel bij de civiele rechter. Dat gegeven leidt het Hof echter niet tot het oordeel dat B&W de stukken kosteloos had moeten verstrekken. Het Hof neemt daarbij het bepaalde in artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in aanmerking, waaruit volgt dat ter zake van de verstrekking van stukken kosten in rekening kunnen worden gebracht.

8. De leges zijn terecht geheven. Hetgeen belanghebbende in dezen heeft aangevoerd biedt onvoldoende aanknopingspunten voor een andersluidend oordeel.

9. Het beroep is ongegrond.

Proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissing:

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan op 8 juni 2006 door mr. C.M. Ettema, lid van de elfde enkelvoudige belastingkamer. De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van drs. V.F.R. Woeltjes als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(V.F.R. Woeltjes) (C.M. Ettema)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 14 juni 2006

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.