Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AX3978

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-05-2006
Datum publicatie
23-05-2006
Zaaknummer
21-000900-05
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2008:BC1314, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2008:BC1314
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Kraggenburg. In de loods van verdachte zijn vrouwen onder grote druk aan een lange reeks perversiteiten onderworpen en vernederd. Zij werden – overduidelijk tegen hun zin, al dan niet onder bedreiging van een vuurwapen en met toepassing van geweld – herhaaldelijk gedwongen tot onderwerping en in die positie tot participatie aan allerhande vormen van seksueel misbruik. Verdachte is in zijn loods aanwezig geweest toen de vrouwen daar werden misbruikt en is daarbij samen met een medeverdachte initiërend, sturend en overheersend opgetreden. Alles afwegend is het hof van oordeel dat kan – en dus ook moet – worden volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-000900-05

Uitspraak d.d.: 23 mei 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Zwolle van 27 januari 2005 in de strafzaak tegen

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonadres],

thans verblijvende te [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 1 september 2005, 29 november en 2 december 2005, 3 februari 2006, 16 maart 2006, 21 april 2006 en 9 mei 2006 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Rechtsmacht

Het hof ziet – ambtshalve – de vraag onder ogen of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn strafvervolging, voorzover in de tenlastelegging als plaats waar het feit is begaan is vermeld Brussel en/of België.

Het hof oordeelt hierover als volgt. Blijkens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is, wanneer een feit is gepleegd in zowel Nederland als het buitenland, vervolging van dat feit op grond van artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht mogelijk, ook ten aanzien van die gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden. Nu in deze zaak feiten zijn tenlastegelegd die bestaan uit een samenstel van handelingen die deels in Nederland, deels in België hebben plaatsgevonden, is vervolging van deze feiten in Nederland mogelijk.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof komt tot een gedeeltelijk andere bewezenverklaring en tot een andere strafoplegging en dat brengt mee dat het vonnis, waarvan beroep, dient te worden vernietigd.

De tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank ter terechtzitting van 10 januari 2005 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging en een door het gerechtshof ter terechtzitting van 16 maart 2006 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Brussel in ieder geval in België en/of te Almere en/of te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder, en/of elders in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk [J] (telkens) wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) met dat opzet

- die [J] vastgepakt en/of een hand over de mond van die [J] gedaan en/of (vervolgens) die [J] de auto ingetrokken/geduwd en/of de handen van die [J] geboeid (met handboeien op haar rug) en/of een band met daaraan een bal, in ieder geval een dergelijk voorwerp, gebonden voor en/of gestopt in de mond van die [J] en/of

- die [J] opgesloten gehouden en/of (constant) bewaakt op het adres [adres] te Almere en/of

- de (mobiele) telefoon en/of de tas van die [J] afgenomen en/of

- die [J] meermalen geslagen in het gezicht en/of

- die [J] (volledig) uitgekleed en/of die [J] (vervolgens) (naakt) op een stoel gezet en/of haar handen op haar rug gebonden (met handboeien) en/of haar mond afgeplakt met plakband en/of een band, met daaraan een bal, in ieder geval een dergelijk voorwerp gebonden voor en/of gestopt in de mond van die [J] en/of (terwijl zij vastgebonden op die stoel zat) die [J] meermalen geslagen/gestompt in haar buik en/of op haar rug en/of op/tegen haar (gehele) lichaam en/of

- meermalen tegen die [J] gezegd dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een vuurwapen had/hadden en/of dit vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [J] getoond en/of zichtbaar gedragen en/of

- die [J] meegenomen naar een loods (in Kraggenburg) en/of

- (dreigend) tegen die [J] gezegd dat zij haar kleding moest uittrekken en die kleding in (een) (vuilnis)zak(ken) gedaan en/of die (vuilnis)zak(ken) (vervolgens) meegenomen en/of

- die [J] (hard) geslagen op de rug en/of het hoofd, in ieder geval op/tegen het (gehele) lichaam en/of

- tegen die [J] gezegd: "Kijk, hier lopen twee honden en die zijn er speciaal voor getraind. Als jullie weglopen dan stuur ik de honden achter jullie aan", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de mond van die [J] gedaan en/of in/tegen haar nek gehouden en/of tegen die [J] gezegd: "als je doet wat wij vragen, is er niets aan de hand maar als je weigert mee te werken dan schiet ik je met dit pistool in je mond" in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [J] laten ruiken aan een (bedwelmende) vloeistof waardoor die [J] draaierig werd en/of het bewustzijn verloor en/of

- de ramen en/of deuren van de loods in Kraggenburg afgesloten en/of afgesloten gehouden;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1/ahf sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in de periode van 9 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Brussel, in ieder geval in België en/of te Almere en/of te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk [A] (telkens) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) met dat opzet

- die [A] vastgepakt bij/om haar middel en/of een hand op haar mond gelegd/gedaan en/of

- die [A] (vervolgens) op de achterbank van de auto geduwd en/of

- de telefoon van die [A] afgepakt en deze uitgezet en/of

- tegen die [A] gezegd dat zij niet mocht weglopen en/of dat zij niet mocht schreeuwen omdat zij anders zou worden neergeschoten, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking waarna hij verdachte en/of een van zijn mededader(s) een (vuur)wapen, in ieder geval een dergelijk voorwerp, toonde(n) en/of

- die [A] opgesloten gehouden en/of constant bewaakt op het adres [adres] te Almere en/of

- tegen die [A] gezegd dat zij mee moest werken omdat ze anders doodgeschoten zou worden of aan andere mensen verkocht zou worden, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [A] meegenomen naar een loods te Kraggenburg en/of

- tegen die [A] gezegd dat zij zich moest uitkleden en/of die kleding in (een) (vuilnis)zak(ken) gedaan en/of die (vuilnis)zak(ken) (vervolgens) meegenomen en/of

- die [A] (hard) geslagen op/tegen het (gehele) lichaam en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar voor die [A] gedragen en/of

- de ramen en deuren van de loods in Kraggenburg afgesloten en/of afgesloten gehouden;

art. 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 18 april 2004 te Brussel, in ieder geval in België en/of te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk [F] (telkens) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) (telkens) met dat opzet

- onder valse voorwendselen die [F] achterin de auto laten instappen terwijl op de achterdeur(en) een kinderslot zat (zodat die [F] de auto niet meer kon verlaten) en/of

- die [F] (nadat hij, verdachte, of een van zijn mededader(s) naast haar op de achterbank was gaan zitten) vastgepakt en/of een been om die [F] heen geslagen en/of

- met zijn hand geaaid over het gezicht van die [F] met in/op zijn hand een stof welke die [F] inademde waarna die [F] (vervolgens) in slaap viel en/of

- die [F] tegen haar wil vervoerd naar een loods in Kraggenburg en/of

- tegen die [F] gezegd dat zij al haar kleding moest uittrekken en/of (anders) gedwongen zou worden haar kleding uit te doen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die kleding in (een) (vuilnis)zak(ken) gedaan en/of (vervolgens) die zak(ken) met kleding meegenomen en/of in een kast gestopt en/of

- die [F] meermalen geslagen in/tegen het gezicht en/of de oren, in ieder geval op/tegen het lichaam en/of

- de telefoon en/of geld en/of de sleutel en/of documenten van die [F] afgepakt en/of

- tegen die [F] gezegd dat zij niet mocht vluchten en/of dat zij anders vermoord zou worden en/of dat als zij raar zou doen dat dan de honden haar zouden opeten, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking

- de ramen en/of deuren van de loods in Kraggenburg (af)gesloten en/of (af)gesloten gehouden;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Almere en/of te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [J] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [J], hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens)

- zijn/hun penis geduwd/gebracht/gekregen in de mond en/of de vagina van die

[J] en/of

- die [J] een (opblaasbare) dildo in de mond gestopt

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) terwijl hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die [J] tegen haar wil heeft/hebben vastgehouden en/of door haar (stelselmatig) te bedreigen en te mishandelen een zodanige bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [J] zich niet kon onttrekken en/of

- die [J] meermalen heeft/hebben geslagen in het gezicht en/of

- het hoofd van die [J] heeft/hebben vastgepakt en geduwd/gebracht in de richting van de penis van verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

- die [J] op het bed heeft/hebben gegooid en de broek van die [J] en/of heeft /hebben uitgetrokken en de benen van die [J] uit elkaar heeft/hebben gedaan/geduwd en/of

- (dreigend) tegen die [J] heeft/hebben gezegd dat zij haar kleding moest uittrekken en/of de onderbroek van die [J] van haar lichaam heeft/hebben afgescheurd/gerukt en/of

- die [J] meermalen (hard) heeft/hebben geslagen op de rug en/of het hoofd, in ieder geval op/tegen het (gehele) lichaam en/of

- die [J] meermalen (hard) heeft/hebben geslagen met een zweep op haar voeten en/of op het (gehele) lichaam en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de mond van die [J] heeft/hebben gedaan en vervolgens heeft/hebben gezegd “Als je doet wat wij vragen is er niets aan de hand maar als je weigert mee te werken dan schiet ik je met dit pistool in je mond”, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gedrukt in de nek van die [J]

en/of (aldus) voor die [J] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en/of

hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Almere en/of te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [J] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hierin bestaande dat [J] werd gedwongen

- de penis van een hond in haar mond te nemen en/of houden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

terwijl hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die [J] tegen haar wil heeft/hebben vastgehouden en/of door haar (stelselmatig) te bedreigen en te mishandelen een zodanige bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [J] zich niet kon onttrekken en/of

- die [J] meermalen heeft/hebben geslagen in het gezicht en/of

- het hoofd van die [J] heeft/hebben vastgepakt en geduwd/gebracht in de richting van de penis van verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

- die [J] op het bed heeft/hebben gegooid en de broek van die [J] en/of heeft/hebben uitgetrokken en de benen van die [J] uit elkaar heeft/hebben gedaan/geduwd en/of

- (dreigend) tegen die [J] heeft/hebben gezegd dat zij haar kleding moest uittrekken en/of de onderbroek van die [J] van haar lichaam heeft/hebben afgescheurd/gerukt en/of

- die [J] meermalen (hard) heeft/hebben geslagen op de rug en/of het hoofd, in ieder geval op/tegen het (gehele) lichaam en/of

- die [J] meermalen (hard) heeft/hebben geslagen met een zweep op haar voeten en/of op het (gehele) lichaam en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de mond van die [J] heeft/hebben gedaan en vervolgens heeft/hebben gezegd “Als je doet wat wij vragen is er niets aan de hand maar als je weigert mee te werken dan schiet ik je met dit pistool in je mond”, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gedrukt in de nek van die [J]

en/of (aldus) voor die [J] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 246 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in de periode van 15 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijk(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [A] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende verdachte en/of

(een of meer van) zijn mededader(s) (telkens)

- zijn/hun penis geduwd/gebracht/gekregen in de mond en/of de vagina en/of de anus van

die [A]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

terwijl hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die [A] tegen haar wil heeft/hebben vastgehouden en/of door haar (stelselmatig) te bedreigen en te mishandelen een zodanige bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [A] zich niet kon onttrekken

- (dreigend) tegen die [A] heeft/hebben gezegd dat zij haar kleding moest uittrekken en/of

- die [A] meermalen (hard) heeft/hebben geslagen op het hoofd, in ieder geval op/tegen het (gehele) lichaam en/of

- die [A] meermalen (hard) heeft/hebben geslagen met een zweep op haar voeten en/of op het (gehele) lichaam en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een dergelijk voorwerp zichtbaar gedragen en/of getoond aan die [A] en/of

- tegen die [A] heeft/hebben gezegd dat zij hem, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), moest zuigen omdat hij/zij anders een hond zou(den) halen die met haar zou neuken, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of (aldus) voor die [A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en/of

hij in de periode van 15 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijk(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [A] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hierin bestaande dat [A] werd gedwongen

- de penis van een hond in haar mond te nemen en/of houden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) terwijl hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die [A] tegen haar wil heeft/hebben vastgehouden en/of door haar (stelselmatig) te bedreigen en te mishandelen een zodanige bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [A] zich niet kon onttrekken

- (dreigend) tegen die [A] heeft/hebben gezegd dat zij haar kleding moest uittrekken en/of

- die [A] meermalen (hard) heeft/hebben geslagen op het hoofd, in ieder geval op/tegen het (gehele) lichaam en/of

- die [A] meermalen (hard) heeft/hebben geslagen met een zweep op haar voeten en/of op het (gehele) lichaam en/of

- een vuurwapen, in ieder geval een dergelijk voorwerp zichtbaar gedragen en/of getoond aan die [A] en/of

- tegen die [A] heeft/hebben gezegd dat zij hem, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), moest zuigen omdat hij/zij anders een hond zou(den) halen die met haar zou neuken, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of (aldus) voor die [A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 246 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 18 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [F] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [F], hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) (telkens)

- zijn/hun penis geduwd/gebracht/gekregen in de mond en/of de vagina en/of de anus van die [F] en/of

- zijn/haar tenen in de mond van die [F] geduwd/gebracht/gekregen

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- tegen die [F] heeft/hebben gezegd dat wanneer zij zich niet uit zou kleden, ze haar zouden dwingen om haar kleding uit te doen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [F] heeft/hebben gezegd dat als zij raar deed, dat de honden haar dan op zouden eten, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [F] meermalen heeft/hebben geslagen in het gezicht, in ieder geval op/tegen het hoofd en/of het (gehele) lichaam en/of

- die [F] meermalen heeft/hebben geslagen met een stok op haar borsten en/of op het gehele lichaam

en/of (aldus) voor die [F] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en/of

hij op of omstreeks 18 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) [F] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hierin bestaande dat [F] werd gedwongen

- de penis van een hond in haar mond te nemen en/of houden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- tegen die [F] heeft/hebben gezegd dat wanneer zij zich niet uit zou kleden, ze haar zouden dwingen om haar kleding uit te doen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [F] heeft/hebben gezegd dat als zij raar deed, dat de honden haar dan op zouden eten, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [F] meermalen heeft/hebben geslagen in het gezicht, in ieder geval op/tegen het hoofd en/of het (gehele) lichaam en/of

- die [F] meermalen heeft/hebben geslagen met een stok op haar borsten en/of op het gehele lichaam en/of

- het hoofd van die [F] heeft/hebben geduwd in de richting van de penis van de hond

en/of (aldus) voor die [F] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

art 242 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 246 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij in de periode van 01 februari 2004 tot en met 19 april 2004 te Almere en/of te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of te Rotterdam en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatie die gevormd werd uit onder meer [Z] en/of [Y] en/of [W] en/of [X] en/of uit een of meer andere perso(o)nen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk wederrechtelijke vrijheidsberoving en/of verkrachting en/of mensenhandel en/of diefstal (door middel van geweld);

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 18 april 2004 te Brussel en/of elders in België en/of te Almere en/of te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (een) ander(en), genaamd [J] en/of [A] en/of [F], door geweld of één of meer andere feitelijkheden of door bedreiging met geweld of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [J] en/of [A] en/of [F] zich daardoor tot het verrichten van die handelingen beschikbaar stelde(n), welk feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen en/of hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 18 april 2004 te Brussel en/of elders in België en/of te Almere en/of te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) ander(en), genaamd [J] en/of [A] en/of [F] heeft aangeworven, mede genomen of ontvoerd met het oogmerk die personen in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, welk feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen, hebbende hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

- die [J] en/of [A] en/of [F] tegen hun wil vanuit Brussel meegenomen naar Nederland en/of

- die [J] en/of die [A] en/of die [F] tegen hun wil opgesloten en/of constant bewaakt en/of

- die [J] en/of die [A] en/of die [F] (meermalen) bedreigd (met een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) en/of mishandeld en/of

- foto's gemaakt van die [J] en/of die [A] en/of die [F] terwijl voornoemden ontbloot waren en/of zich in verschillende seksuele posities bevonden en/of

- die foto's geplaatst en/of vervaardigd om te plaatsen op verschillende internetsites en/of chatboxen (om die [J] en/of die [A] en/of die [F] als escorts/prostituees aan te bieden en/of

- advertenties op het internet geplaatst waarbij die [J] en/of die [A] en/of die [F] werden aangeboden voor het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en/of

- (meermalen) afspraken gemaakt met klanten over/voor het verrichten van seksuele handelingen, door die [J] en/of die [A] en/of die [F], tegen betaling en/of

- die [J] en/of die [A] (meermalen) meegenomen naar klanten (teneinde daar met die klanten betaalde seks te hebben) en/of

- die [A] meermalen tegen betaling seksuele handelingen laten verrichten met een of meer klant(en) en/of

- die [F] opgemeten met de bedoeling sm-artikelen op maat voor haar te laten maken en/of

- contacten gelegd met derden met de bedoeling die [J] en/of die [A] en/of die [F] te doen gebruiken voor het maken van films waarbij seks zou plaatsvinden tussen een of meer van genoemde perso(o)n(en) en/of dieren en/of waarbij ledematen van genoemde perso(o)n(en) zouden worden afgesneden en/of waarbij een of meer van de genoemde perso(o)n(en) van het leven zouden worden beroofd;

art 250a lid 1 ahf/ond 1° Wetboek van Strafrecht

art 250a lid 2 ahf/ond 1° Wetboek van Strafrecht

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Namens verdachte heeft de raadsman in hoger beroep het verweer gevoerd dat de verklaringen van de getuige [F] niet tot het bewijs mogen worden gebezigd omdat de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad deze getuige te (doen) ondervragen. Omdat het dossier, als haar verklaring buiten beschouwing moet worden gelaten naar het oordeel van de verdediging te weinig ondersteunend bewijsmateriaal bevat, dient de verdachte te worden vrijgesproken. In de – op essentiële punten – met die van [F] overeenstemmende verklaringen van [J] en [A] zou het hof geen bevestiging mogen vinden voor de juistheid van de verklaring van [F] tegenover de politie omdat de verklaringen van [J] en [A] op elkaar afgestemd zouden zijn en op een aantal punten aanwijsbaar onbetrouwbaar.

Het hof verwerpt dit verweer. Vooropgesteld wordt dat in de strafzaak tegen een medeverdachte in hoger beroep uitdrukkelijk door de verdediging is verzocht de getuige [F] te traceren en deze op te roepen teneinde de getuige te kunnen bevragen. Na enkele vergeefse, maar in de ogen van het hof adequate, pogingen van het Openbaar Ministerie om de verblijfplaats van deze getuige te achterhalen, heeft het hof in die zaak het herhaalde verzoek van de verdediging afgewezen omdat redelijkerwijs niet te verwachten was dat de getuige binnen afzienbare tijd zou verschijnen. In deze zaak is door de verdediging noch in eerste aanleg noch in hoger beroep een zelfstandig verzoek gedaan om de getuige [F] te horen.

Voor zover de raadsman met zijn verweer heeft willen bepleiten dat de verklaringen van [F] van het bewijs dienen te worden uitgesloten, ziet het hof daartoe – nu noch in eerste instantie noch tijdens de behandeling in hoger beroep een zelfstandig verzoek is gedaan tot het horen van deze getuige – geen redenen. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de getuigenverklaringen van [F] wel voldoende steun vinden in de verklaringen van medeverdachten en van de aangeefsters [A] en [J], welke laatste twee getuigen na verwijzing in eerste aanleg ([A] en [J]) en hoger beroep ([A]) wel in aanwezigheid van de verdediging door de rechter-commissaris zijn gehoord.

Het verzoek om de verklaringen van [A] en [J] als zijnde onbetrouwbaar terzijde te schuiven om reden dat deze op elkaar zijn afgestemd, wordt door het hof niet gevolgd. De verklaringen van [J], [A] en [F] vertonen – ook op details – opvallend veel overeenkomsten. Dat dit geldt voor de verklaringen van [J] en [A] is verklaarbaar omdat zij gelijktijdig in de woning aan de [adres] te Almere en in de loods aan de [adres] te Kraggenburg hebben verbleven en ook gezamenlijk zijn gevlucht. Dat hun verklaringen overeenstemmen, zou kunnen zijn ingegeven doordat zij – zoals de raadsman overweegt – veel met elkaar hebben gesproken over hetgeen hun is overkomen. Maar dat zij tekort doen aan wat waarheid is en aan het beeld dat daaruit oprijst van hetgeen zij hebben moeten ervaren in de loods in Kraggenburg als ook eerder (maar zonder dat verdachte daarbij betrokken was) in de woning van [Y] en [X] in Almere, neemt het hof niet aan. Voor de verklaring van [F] geldt dat er geen enkele aanwijzing is dat [F] de vrouwen [J] en [A] kent of dat zij na het vertrek uit de loods te Kraggenburg met hen heeft gesproken. Daarbij komt nog dat [F] een aantal saillante details direct heeft verteld aan de bewoners van het huis waar zij na haar vlucht uit de loods is opgevangen.

Nu hetgeen de aangeefsters feitelijk is overkomen – met name ook ten aanzien van het gebruik van een vuurwapen door verdachte – grotendeels ook wordt bevestigd door en steun vindt in de verklaringen van de medeverdachten en de inhoud van de foto’s die in de woning te Almere en in de loods te Kraggenburg zijn genomen, acht het hof de verklaringen van alle drie de aangeefsters betrouwbaar en bruikbaar en zal het deze verklaringen doen meewerken tot het bewijs. Dat de verklaringen op onderdelen van elkaar verschillen en dat het hof de verklaringen van aangeefsters ten aanzien van de aanvang van de vrijheidsberoving in België niet aannemelijk acht, doet daaraan niet af.

Vrijwilligheid en opzet (feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6)

De raadsman ter terechtzitting heeft in hoger beroep betoogd dat het voor verdachte niet kenbaar was dat de seksuele handelingen in de loods te Kraggenburg, die zouden passen bij en binnen het sadomasochistisch seksspel dat daar gespeeld werd, door de aangeefsters onvrijwillig zijn ondergaan, zodat de verdachte geen opzet heeft gehad op seksueel misbruik.

Het hof verwerpt ook dit verweer. De verklaringen van de aangeefsters [J], [A] en [F], die ten aanzien van die onvrijwilligheid geen twijfel toelaten, acht het hof geloofwaardig. Op deze punten vinden zij bevestiging in de verklaring van verschillende medeverdachten die in de loods te Kraggenburg aanwezig zijn geweest en voor wie die onvrijwilligheid kennelijk glashelder was.

Verdachte heeft ook zelf tegenover de politie verklaard dat hij in de loods zag dat een van de twee vrouwen (het hof begrijpt: [J]/[A]) begon te huilen en dat “het dan niet goed is”. Verdachte verklaarde ook angst te hebben gezien in het gezicht van [J] toen zij door [Z] keihard met een zweep tegen de heupen en billen werd geslagen (dossierpagina 1030). Medeverdachte [X] heeft verklaard dat [J] huilde en steeds maar riep “oh God, oh God”. Zij hoorde [J], terwijl verdachte [J] op een grove manier bij haar tepel naar beneden drukte, tegen verdachte zeggen: “Alstublieft meneer, alstublieft meneer” (dossierpagina 1461). Medeverdachte [Y] verklaart dat verdachte een wapen in de mond van [J] duwde en dat [J] toen tegen [Y] zei: “Help me, help mij” (dossierpagina 1205-1206). [Y] verklaart ook dat de seksuele handelingen volgens hem niet vrijwillig werden verricht door [J] en [A]. Aan hun gezichtsuitdrukking kon hij zien dat ze bang waren (dossierpagina 1265). [A] heeft in de loods meermalen tegen [Y] en [X] gezegd: “Please, please”, waarop [Y] tegen [A] heeft gezegd dat hij zelf ook bang was (dossierpagina 1215).

Kort nadat [J] en [A] waren ontsnapt, heeft verdachte zijn medeverdachten wederom met een Afrikaanse, Engelssprekende vrouw ([F]) in zijn loods binnengelaten. Opnieuw kwam het tot gruwelijkheden. [W] was toen ook in de loods aanwezig. Zij verklaart dat zij aan de gezichtsuitdrukking van [F] zag dat zij angstig was (dossierpagina 1353). Toen verdachte [F] bij haar tepels vastpakte en haar borsten naar boven trok, hoorde [W] haar zeggen: “It hurts, it hurts” (dossierpagina 1354). [Y] verklaart dat hij hoorde hoe iemand op bevelende toon gilde dat [F] haar kleren uit moest doen. Hierna hoorde hij een harde klap en hoorde hij het meisje op een angstige toon gillen (dossierpagina 1190). [Y] zag dat [F] hem aankeek terwijl zij naakt op haar knieën voor een hondenbak zat. [F] keek op een smekende manier naar hem alsof ze wilde dat [Y]haar hielp (dossierpagina 1215). Bij al deze niet mis te verstane aanwijzingen mist het hof aanwijzingen dat deze handelingen, zoals wel het verweer is, pasten in een door de drie betrokken vrouwen zelf en in vrijwilligheid geaccepteerd SM-kader. De hiervoor kort aangehaalde onderdelen van de verklaringen van de slachtoffers en medeverdachten illustreren dat verdachte ook in redelijkheid niet heeft kunnen denken, laat staan kon blijven denken dat aangeefsters welbewust en uit vrije wil deelnamen aan wat een spel was. Dat verdachte niet het opzet had tot het misbruik van de aangeefsters dat daar plaatsvond, is derhalve niet aannemelijk. Uit niets blijkt dat verdachte zich deugdelijk ervan heeft vergewist of de vrouwen vrijwillig wensten mee te werken. Niet blijkt dat hij aan de vrouwen heeft gevraagd of zij met de handelingen instemden. Evenmin is aannemelijk geworden dat de vrouwen, voordat zij naar verdachtes loods in Kraggenburg werden gebracht, wisten dat zij zouden gaan deelnemen aan seksuele activiteiten met een SM-karakter of anderszins van omstandigheden die meebrengen dat verdachte een gedegen verificatie vooraf en tussentijds achterwege mocht laten waar het betreft hun bereidheid om aan ‘het spel’, zoals dat daar met hen werd uitgevoerd, deel te nemen en te blijven deelnemen.

Aan het bovenstaande doet niet af dat verdachte heeft verklaard dat [J] hem heeft bedankt voor de zorg toen zij en [A] bij de loods werden opgehaald. Dit kan worden verklaard uit wat misschien kan gelden als een vorm van dankbaarheid voor de relatief wat betere bejegening van haar die volgde op de verschrikkingen die zij eerder van de zijde van verdachte tezamen met zijn medeverdachten in de loods heeft moeten ondergaan en de opluchting dat zij uit de loods mocht vertrekken.

Deelneming aan een criminele organisatie ex artikel 140 Sr (feit 7)

De raadsman heeft in hoger beroep het verweer gevoerd dat niet kan worden gesproken van deelneming aan een criminele organisatie nu er geen sprake is geweest van een samenwerking van personen met een bepaalde structuur, overleg en een gemeenschappelijk doel.

Het hof verwerpt ook dat verweer. Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht deelnemen, is sprake als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, een of meer gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Voor de vaststelling of van dat oogmerk sprake is is dan voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Dat verdachte met een dergelijke wetenschap tezamen met de medeverdachten – weliswaar gedurende een korte periode maar desalniettemin in een gestructureerd verband met enige duurzaamheid waarin verdachte met [Z] bij de gebeurtenissen in Kraggenburg tot tweemaal toe de boventoon voerde – ook zelf actief en initiërend heeft deelgenomen aan dat samenwerkingsverband volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen en verder nog blijkt uit de overige bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen.

Verdachtes betrokkenheid bij de criminele organisatie beperkt zich tot de feiten, zoals die zich tijdens en naar aanleiding van de voorvallen in de loods te Kraggenburg hebben afgespeeld. Niet aannemelijk is dat verdachte binnen het kader van de criminele organisatie betrokken is geweest bij of anderszins wetenschap heeft gehad van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van de aangeefsters eerder in de woning van enkele medeverdachten te Almere of van de vermogensdelicten die door zijn medeverdachten in het kader van de exploitatie van een escortbureau bij enkele klanten zijn begaan.

De voor het overige aangevoerde bewijsverweren geven geen aanleiding tot een afzonderlijke bespreking daarvan. Zij vinden hun weerlegging in de bewijsmiddelen, zoals deze in geval van cassatieberoep zullen worden uitgewerkt. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die, van de lezing van verdachte afwijkende, bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder---------------------------, ----------- tezamen en in vereniging met anderen--------------------------- opzettelijk [J] wederrechtelijk van de vrijheid heeft--------------------- beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader-s- met dat opzet

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -dreigend- tegen die [J] gezegd dat zij haar kleding moest uittrekken en die kleding in -een- -vuilnis-zak----- gedaan en--- die -vuilnis-zak------------------ meegenomen en---

- die [J] geslagen op de rug en--- het hoofd, en---

- tegen die [J] gezegd: "Kijk, hier lopen twee honden en die zijn er speciaal voor getraind. Als jullie weglopen dan stuur ik de honden achter jullie aan", in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en---

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de mond van die [J] gedaan en--- in/------haar nek gehouden en--- tegen die [J] gezegd: "als je doet wat wij vragen, is er niets aan de hand maar als je weigert mee te werken dan schiet ik je met dit pistool in je mond" in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en---

- die [J] laten ruiken aan een (bedwelmende) vloeistof waardoor die [J] draaierig werd en--- het bewustzijn verloor en---

- de ramen en--- deuren van de loods in Kraggenburg afgesloten -------------------------;

-----------------------------------------------------------------------------------

2.

hij in de periode van 9 april 2004 tot en met 17 april 2004 -----------------------------------------------------------te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder tezamen en in vereniging met anderen--------------------------- opzettelijk [A] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader-s- met dat opzet

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- tegen die [A] gezegd dat zij zich moest uitkleden en--- die kleding in -een- -vuilnis-zak----- gedaan en--- die -vuilnis-zak----- meegenomen en---

--------------------------------------------------------------- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, zichtbaar voor die [A] gedragen en---

- de ramen en deuren van de loods in Kraggenburg afgesloten -------------------------;

-------------------------------------------------------------------------------------

3.

hij op 18 april 2004 -------------------------------------------te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder tezamen en in vereniging met anderen, --------------------------opzettelijk [F] ----------wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en--- beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ---------------------------------------------------------------------- tegen die [F] gezegd dat zij al haar kleding moest uittrekken en----(anders) gedwongen zou worden haar kleding uit te doen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en--- -- die kleding in -een- -vuilnis-zak----- gedaan en---------------- die zak----- met kleding meegenomen en--- in een kast gestopt en--- -- die [F] geslagen in------ het gezicht en--- tegen de oren--------------------------------------en---

- de telefoon en--- geld en--- de sleutel en--- documenten van die [F]

afgepakt en----- tegen die [F] gezegd dat zij niet mocht vluchten en--- dat zij anders

vermoord zou worden en--- dat als zij raar zou doen dat dan de honden haar

zouden opeten, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en

- de ramen en--- deuren van de loods in Kraggenburg -af-gesloten----------------------------;

----------------------------------------------------------------------------------

4.

hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder --------------------------------------tezamen en in vereniging met anderen--------------------------- door geweld en--- bedreiging met geweld [J] heeft gedwongen tot het ondergaan van handeling-en--die bestond-en--uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [J], hebbende verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s-

- zijn/hun penis -------gebracht--------- in de mond en/of de vagina van die

[J] en---

- die [J] een (opblaasbare) dildo in de mond gestopt

en bestaande dat geweld en--- die bedreiging met geweld hierin dat verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s- terwijl hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader-s- die [J] tegen haar wil heeft/hebben vastgehouden en--- door haar -stelselmatig- te bedreigen en te mishandelen een zodanige bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [J] zich niet kon onttrekken en---

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- die [J] heeft/hebben geslagen op de rug en--- het hoofd, en---

- die [J] heeft/hebben geslagen met een zweep op haar voeten en---

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de mond van die [J] heeft/hebben gedaan en vervolgens heeft/hebben gezegd “Als je doet wat wij vragen is er niets aan de hand maar als je weigert mee te werken dan schiet ik je met dit pistool in je mond”, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en---

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gedrukt in de nek van die [J]

en--- -aldus- voor die [J] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en---

hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder --------------------------------------tezamen en in vereniging met anderen--------------------------------------------------------------------------- en--- bedreiging met geweld --------- [J] heeft gedwongen tot het plegen van een ontuchtige handeling----, hierin bestaande dat [J] werd gedwongen

- de penis van een hond in haar mond te nemen

en bestaande dat geweld en--- die bedreiging met geweld hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

terwijl hij, verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s- die [J] tegen haar wil heeft/hebben vastgehouden en--- door haar -stelselmatig- te bedreigen en te mishandelen een zodanige bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [J] zich niet kon onttrekken en---

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- die [J] heeft/hebben geslagen op de rug en--- het hoofd, en---

- die [J] heeft/hebben geslagen met een zweep op haar voeten en---

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in de mond van die [J] heeft/hebben gedaan en vervolgens heeft/hebben gezegd “Als je doet wat wij vragen is er niets aan de hand maar als je weigert mee te werken dan schiet ik je met dit pistool in je mond”, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en---

- een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gedrukt in de nek van die [J]

en--- -aldus- voor die [J] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

5.

hij in de periode van 15 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder tezamen en in vereniging met anderen,---------------------------door geweld en--- bedreiging met geweld [A] heeft gedwongen tot het ondergaan van handeling-en- die bestond-en- uit of mede bestond-en- uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende verdachte en/of

-een of meer van- zijn mededader-s- ---------

- zijn/hun penis -------gebracht--------- in de mond en--- de anus van

die [A]

en bestaande dat geweld en--- die bedreiging met geweld hierin dat verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s-

terwijl hij, verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s- die [A] tegen haar wil heeft/hebben vastgehouden en--- door haar -stelselmatig- te bedreigen en te mishandelen een zodanige bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [A] zich niet kon onttrekken

- tegen die [A] heeft/hebben gezegd dat zij haar kleding moest uittrekken en---

- die [A] meermalen heeft/hebben -----------------------------------------tegen het lichaam en---

- die [A] heeft/hebben geslagen met een zweep op haar voeten en--- op het lichaam en---

- een vuurwapen, in ieder geval een dergelijk voorwerp zichtbaar gedragen en--- getoond aan die [A] en/of

- tegen die [A] heeft/hebben gezegd dat zij hem----------------- een van zijn mededader-s-, moest zuigen omdat hij---- anders een hond zou----- halen die met haar zou neuken, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en--- -aldus- voor die [A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en----

hij in de periode van 15 april 2004 tot en met 17 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder --------------------------------------tezamen en in vereniging met anderen--------------------------- door geweld en--- bedreiging met geweld [A] heeft gedwongen tot het plegen van een ontuchtige handeling----, hierin bestaande dat [A] werd gedwongen

- de penis van een hond in haar mond te nemen ------------

en bestaande dat geweld en--- die bedreiging met geweld ----------------------------------hierin dat verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s- terwijl hij, verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s- die [A] tegen haar wil heeft/hebben vastgehouden en--- door haar -stelselmatig- te bedreigen en te mishandelen een zodanige bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan waaraan die [A] zich niet kon onttrekken

- tegen die [A] heeft/hebben gezegd dat zij haar kleding moest uittrekken en---

- die [A] meermalen heeft/hebben geslagen --------------------------------tegen het lichaam en----- die [A] heeft/hebben geslagen met een zweep op haar voeten en--- op het lichaam en---

- een vuurwapen, in ieder geval een dergelijk voorwerp zichtbaar gedragen en--- getoond aan die [A] en---

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------aldus- voor die [A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

6.

hij op 18 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder tezamen en in vereniging met anderen----------------- door geweld en--- bedreiging met geweld [F] heeft gedwongen tot het ondergaan van handeling-en- die bestond-en- uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [F], hebbende verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s- ---------

- -----hun penis geduwd/gebracht--------- in de mond en--- de anus van die [F] en---

- -----haar tenen in de mond van die [F] -------gebracht---------

en bestaande dat geweld en--- die bedreiging met geweld---------------------------------- hierin dat verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s-

- tegen die [F] heeft/hebben gezegd dat wanneer zij zich niet uit zou kleden, ze haar zouden dwingen om haar kleding uit te doen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en---

- tegen die [F] heeft/hebben gezegd dat als zij raar deed, dat de honden haar dan op zouden eten, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en---

- die [F] meermalen heeft/hebben geslagen ----------------------------------tegen het hoofd en---

- die [F] heeft/hebben geslagen met een stok op haar borsten en--- op het gehele lichaam

en--- -aldus- voor die [F] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

en---

hij op 18 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder tezamen en in vereniging met anderen,---------------------------door geweld en--- bedreiging met geweld [F] heeft gedwongen tot het plegen een ontuchtige handeling----, hierin bestaande dat [F] werd gedwongen

- de penis van een hond in haar mond te nemen

en bestaande dat geweld en--- die bedreiging met geweld hierin dat verdachte en/of -een of meer van- zijn mededader-s-

- tegen die [F] heeft/hebben gezegd dat wanneer zij zich niet uit zou kleden, ze haar zouden dwingen om haar kleding uit te doen, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en---

- tegen die [F] heeft/hebben gezegd dat als zij raar deed, dat de honden haar dan op zouden eten, in ieder geval woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en---

- die [F] meermalen heeft/hebben geslagen ----------------------------------tegen het hoofd en---

- die [F] heeft/hebben geslagen met een stok op haar borsten en--- op het gehele lichaam

- het hoofd van die [F] heeft/hebben geduwd in de richting van de penis van de hond

en--- -aldus- voor die [F] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

7.

hij in de periode van 01 februari 2004 tot en met 19 april 2004 ----------------te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatie die gevormd werd uit onder meer [Z] en--- [Y] en--- [W] en--- [X] ----------------------------------------, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk wederrechtelijke vrijheidsberoving en--- verkrachting en--- mensenhandel---------------------------------------;

-------------------------------------

8.

hij in de periode van 4 april 2004 tot en met 18 april 2004 te Kraggenburg, gemeente Noordoostpolder en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen-----------------------ander-en-, genaamd [J] en--- [A] en--- [F], door geweld of één of meer andere feitelijkheden heeft gedwongen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------, welk feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen, hebbende hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

--------------------------------------------------------------------------------------------- die [J] en--- die [A] en--- die [F] tegen hun wil opgesloten en------------ bewaakt en---

- die [J] en--- die [A] en/of die [F]------------ bedreigd (met een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp) en--- mishandeld en---

- foto's gemaakt van die [J] en--- die [A] en--- die [F] terwijl voornoemden ontbloot waren en--- zich in verschillende seksuele posities bevonden en---

- die foto's geplaatst en/of vervaardigd om te plaatsen op verschillende internetsites en--- chatboxen (om die [J] en/of die [A] en/of die [F] als escorts/prostituees aan te bieden en---

- advertenties op het internet geplaatst waarbij die [J] en--- die [A] werden aangeboden voor het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling en----- -meermalen- afspraken gemaakt met klanten over/voor het verrichten van seksuele handelingen, door die [J] en/of die [A] -------------, tegen betaling en---

- die [J] en/of die [A] -meermalen- meegenomen naar klanten (teneinde daar met die klanten betaalde seks te hebben) en---

- die [A] tegen betaling seksuele handelingen laten verrichten met een of meer klant-en--en---

- die [F] opgemeten met de bedoeling sm-artikelen op maat voor haar te laten maken en---

- contacten gelegd met derden met de bedoeling die [J] en/of die [A] en/of die [F] te doen gebruiken voor het maken van films waarbij seks zou plaatsvinden tussen een of meer van genoemde perso---n-en--en--- dieren en/of waarbij ledematen van genoemde perso(o)n(en) zouden worden afgesneden en/of waarbij een of meer van de genoemde perso---n-en- van het leven zouden worden beroofd;

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde:

telkens:

Medeplegen van:

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Medeplegen van:

Opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

ten aanzien van het onder 4, 5, en 6 bewezenverklaarde:

telkens:

Medeplegen van:

Verkrachting, meermalen gepleegd,

en

Medeplegen van:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde:

Een ander door geweld of een andere feitelijkheid dwingen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd,

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De verdachte en de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaren met aftrek van het voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen hoofdstraf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het navolgende in beschouwing genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Bij de straftoemeting is het navolgende van bijzonder belang:

Verdachte heeft zich in georganiseerd verband schuldig gemaakt aan acht zéér ernstige strafbare feiten, die door de slachtoffers als bijzonder aangrijpend en mensonterend moeten zijn ervaren. Enkele van verdachtes medeverdachten hadden uit geldnood het – aanvankelijk op zichzelf legitieme – plan opgevat om een escortbureau op te zetten en in dat verband tegen betaling SM-activiteiten te verzorgen. De partners van deze medeverdachten waren met een aantal anderen bereid om dat werk te doen. Verdachte was daar niet bij betrokken.

Voor het escortbureau werden nieuwe dames gezocht in het buitenland. Enkele medeverdachten zijn meermalen naar België gereden om daar ten behoeve van de escortactiviteiten dames te zoeken. Nadat een eerste poging was mislukt, zijn in april 2004 bij drie verschillende gelegenheden de slachtoffers [J], [A] en [F], die illegaal in België verbleven (vermoedelijk of zelfs waarschijnlijk prostituees), naar Nederland gelokt met de valse belofte dat zij daar veel geld zouden kunnen verdienen. De vrouwen vormden een gemakkelijke prooi voor wat nog zou volgen, omdat zij gelet op hun achtergrond niet snel gemist zouden worden en zij, gezien hun verblijfstatus, zelf niet snel hun toevlucht zouden nemen tot het doen van aangifte bij de politie. [J] en [A] werden te Almere in de woning van [Y] en diens partner tegen hun wil vastgehouden, daar door [Z] en [Y] vernederd, door [Z] verkracht en uiteindelijk overgebracht naar de loods van [V] te Kraggenburg. [F] is vanuit België meteen naar Kraggenburg gebracht. Daar ligt het beginpunt van verdachtes betrokkenheid.

In de loods zijn de vrouwen onder grote druk aan een lange reeks perversiteiten onderworpen en vernederd. Zij werden – overduidelijk tegen hun zin, al dan niet onder bedreiging van een vuurwapen en met toepassing van geweld – herhaaldelijk gedwongen tot onderwerping en in die positie tot participatie aan allerhande vormen van seksueel misbruik. Zij moesten onder dwang bij de gegeven onvrijwilligheid zeer weerzinwekkende handelingen verrichten, zoals voor een van hen het doorslikken van een even daarvoor bij anaal geslachtsverkeer gebruikt condoom, het drinken van urine uit een zuigfles, het oraal bevredigen van een hond en het zich gedragen als een hond door te blaffen en te drinken uit een voerbak.

Verdachte is in zijn loods te Kraggenburg aanwezig geweest toen [J], [A] en [F] daar werden misbruikt en is daarbij samen met zijn medeverdachte [Z] initiërend, sturend en overheersend opgetreden. Hij heeft in het geheel van vernederingen een actieve, leidende en vreesaanjagende rol gespeeld door onder meer de vrouwen bevelen te geven, de vrouwen te manen zich uit te kleden, ze te dwingen allerlei seksuele handelingen te verrichten – waaronder orale seks met één van zijn Rottweilers – een vuurwapen zichtbaar te dragen en deze in de mond van één van de vrouwen te steken en te dreigen haar neer te schieten, zich over te geven aan fysiek geweld en de vrouwen als een object te gebruiken door ze te dwingen seks met hem te ondergaan. Het hof rekent het de verdachte bijzonder aan dat hij tot tweemaal toe bij zo’n sessie in die rol bezig is geweest en gebleven. Het moet voor verdachte steeds glashelder zijn geweest dat de slachtoffers de bejegening daar, niet vrijwillig ondergingen. Integendeel, nadat zijn medeverdachten uit de loods waren vertrokken, heeft verdachte de vrouwen in zijn loods opgesloten gehouden totdat zij uiteindelijk allen zelf kans zagen te vluchten.

Verdachte is verder doende geweest om de vrouwen als prostituee te exploiteren. Dat leidde tot enkele sekscontacten met klanten.

Het hof heeft kennisgenomen van de op 31 december 2004 omtrent de persoonlijkheid van verdachte uitgebrachte rapportage pro jusitia van het Pieter Baan Centrum, opgemaakt door psycholoog H.E.W. Koornstra en psychiater M.D. van Ekeren. De deskundigen concluderen in hun rapport dat verdachte lijdende is aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Verdachte komt in het onderzoek naar voren als een hooghartige man met een sterk opgeblazen en onaantastbaar zelfbeeld, die sterk gepreoccupeerd is met een eigen verhevenheid boven de ander, een man die een extreme controle uitoefent op zijn omgeving teneinde een voortdurende bevestiging af te dwingen om dit zelfbeeld te blijven schragen. Verdachte is volgens de deskundigen een zeer contactbehoeftige man die het contact echter uitsluitend instrumenteel kan beleven en geen enkel empathisch vermogen heeft waarbij hij de ander kan waarnemen zoals die is. Om het onaantastbaar zelfbeeld te handhaven oefent verdachte steeds een extreme controle uit op zijn omgeving, waarin het eigen falen voortdurend wordt gemaskeerd. Bij dreiging van controleverlies volgt devaluatie van de ander vanuit de overtuiging dat die ander niet capabel is hem op de juiste waarde te schatten, of volgt theatraal somatisch medelijden oproepend gedrag, teneinde de ander te verzachten of het eigen falen te maskeren, of volgt ronduit intimidatie om de controle opnieuw te verkrijgen. Ten aanzien van verdachtes seksueel beleven kunnen de deskundigen vanuit hun onderzoek geen perversie diagnosticeren. Er wordt niet voldaan aan de criteria voor het diagnosticeren van sadisme als seksuele perversie in termen van DSM-IV, dat een strikte omschrijving en minimale termijn voor diagnose vergt. Vanuit de noodzaak het zelfbeeld in eigen beleving groots te houden, staat verdachte egocentrisch met een zeer gebrekkig empathisch vermogen in het leven. De eigen impulsen heeft verdachte echter immer onder controle. Nimmer komt het tot impulsdoorbraken. Aldus geldt wat de tenlastegelegde feiten betreft dat geen samenhang met de stoornis kan worden aangetoond. De deskundigen concluderen derhalve dat de feiten de verdachte volledig kunnen worden toegerekend.

Ter terechtzitting in hoger beroep is op 16 maart 2006 voornoemde deskundige M.D. van Ekeren gehoord. De deskundige heeft de conclusies uit zijn rapportage van 31 december 2004 toegelicht en onderschreven. De deskundige heeft onder meer verklaard dat volgens de criteria van de DSM-IV een seksuele stoornis slechts kan worden gediagnosticeerd als is voldaan aan de eis dat deze stoornis zich gedurende zes maanden heeft gemanifesteerd. De deskundigen beschikten over te weinig informatie om een dergelijke diagnose te kunnen vaststellen. Van Ekeren heeft voorts ter terechtzitting verklaard dat verdachte weet heel goed wat wel en niet goed is. Hij maakt keuzes en weet zijn eigen regels bewust te stellen. Tijdens het onderzoek hebben de deskundigen op geen enkel punt wilsonvrijheid kunnen vaststellen. Van Ekeren verklaart voorts dat hij samen met zijn collega heeft kunnen concluderen dat bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis in de vorm van een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken, maar dat dit geen afbreuk doet aan verdachtes keuzevrijheid. Het hof neemt voornoemde conclusies over en maakt deze tot de zijne. Verdachte is derhalve volledig toerekeningsvatbaar.

Het hof heeft bij de strafoplegging mede gelet op een de verdachte betreffend uittreksel justitieel documentatieregister van de centrale justitiële documentatie, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Voorts heeft het hof gelet op een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 30 augustus 2004.

Door zich in georganiseerd verband, op de wijze en in de rol zoals beschreven, zonder enig respect te vergrijpen aan de lichamelijke en geestelijke integriteit van [J], [A] en [F] en zich tegenover hen zo hard, mededogenloos en zonder respect te gedragen heeft verdachte niet alleen hen onherstelbaar leed toegebracht, maar ook in ernstige mate de rechtsorde geschokt. De gebeurtenissen in Kraggenburg hebben grote verbijstering gewekt. Dit blijkt uit de uitgebreide aandacht die aan deze strafzaak in media is geschonken en waarvan verdachte blijkens zijn opstelling ter terechtzitting in hoger beroep zeer is ontdaan. Het hof acht aannemelijk dat de verdachte steeds een bepalende stem heeft gehad in de bewezenverklaarde feiten en houdt rekening met de overheersende rol die verdachte samen met medeverdachte [Z] niet alleen op de slachtoffers, maar ook op enkele medeverdachten heeft gehad in de loods. De deelneming aan een criminele organisatie draagt – gelet op de samenhang met de andere bewezenverklaarde feiten en de korte periode waarin verdachte deel heeft uitgemaakt van de bewezenverklaarde organisatie – evenwel niet in relevante mate bij aan de strafoplegging.

Alles afwegend is het hof van oordeel dat kan – en dus ook moet – worden volstaan met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren.

Beslissingen met betrekking tot het beslag

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan of voorbereid.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De overige na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane misdrijf werden aangetroffen en deze aan verdachte toebehorende

voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De vordering van de benadeelde partij [J]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 10.000,-- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1, 4 en 8 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Nu het hof geen zicht heeft op de huidige toestand van deze benadeelde partij en het ook overigens op grond van hetgeen uit het onderzoek is gebleken, moeilijk is in te schatten hoe groot de geleden immateriële schade in totaal is, zal het hof de vordering tot een bedrag van € 5.000,-- bij wijze van voorschot toewijzen. Op dat bedrag komt haar schade, zoals het hof dat inschat, zeker uit.

Voor zover het gevorderde bedrag hoger is, is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij [A]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 10.000,-- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 2, 5 en 8 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Nu het hof geen zicht heeft op de huidige toestand van deze benadeelde partij en het ook overigens op grond van hetgeen uit het onderzoek is gebleken, moeilijk is in te schatten hoe groot de geleden immateriële schade in totaal is, zal het hof de vordering tot een bedrag van € 5.000,-- bij wijze van voorschot toewijzen. Op dat bedrag komt haar schade, zoals het hof dat inschat, zeker uit.

Voor zover het gevorderde bedrag hoger is, is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet tevens aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 36f, 47, 57, 140(oud), 242, 246 en 250a (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De in beslag genomen voorwerpen

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een simkaart [nr];

- een simkaart [nr].

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een patroonhouder;

- zes patronen;

- een wapen schoonmaakborstel.

De aan [J] toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [J], te betalen een bedrag van € 5.000,-- (vijfduizend euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij, [J], in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [J], een bedrag te betalen van € 5.000,-- (vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De aan [A] toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [A], te betalen een bedrag van € 5.000,-- (vijfduizend euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij, [A], in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [A], een bedrag te betalen van € 5.000,-- (vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 100 (honderd) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr B.P.J.A.M. van der Pol, voorzitter,

mr C.G. Nunnikhoven en mr M. Barels, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R.G.A. Beaujean, griffier,

en op 23 mei 2006 ter openbare terechtzitting uitgesproken.