Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AW3522

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-04-2006
Datum publicatie
25-04-2006
Zaaknummer
TBS 2005\274
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie tot verlenging dient te worden afgewezen. Betrokkene heeft van de behandeling geprofiteerd. Hij heeft probleeminzicht en neemt verantwoordelijkheid voor zijn delicten. Er is sprake van een adequate dagbesteding en een netwerk. Het proefverlof verloopt naar wens en betrokkene houdt zich aan de voorwaarden. Het hof neemt hierbij tevens in aanmerking dat ter terechtzitting bij de rechtbank de getuige-deskundige heeft verklaard dat op dat moment het advies van de kliniek al beëindiging luidde. Het hof acht het delictgevaar thans gereduceerd tot een zodanig aanvaardbaar niveau dat voor verlenging onvoldoende grond is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2005\274

Beslissing d.d. 24 april 2006

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

onder gezag van de [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 19 oktober 2005, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.

Overwegingen:

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, gelet op artikel 509t, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, aangezien de rechtbank niet binnen twee maanden na het indienen van de verlengingsvordering van de officier van justitie haar beslissing heeft genomen en gelet op het feit dat het hof recht zal doen mede op grond van nieuwe stukken.

In het bijzonder gelet op de advisering is het hof, anders dan de advocaat-generaal van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling eist, dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen en dat de terbeschikkingstelling dient te worden beëindigd. Uit het verlengingsadvies volgt dat kan worden geconcludeerd dat er nauwelijks sprake is van risicofactoren. Betrokkene heeft van de behandeling geprofiteerd. Hij heeft probleeminzicht en neemt verantwoordelijkheid voor zijn delicten. Op dit moment is er sprake van een adequate dagbesteding en heeft betrokkene een beperkt, maar voldoende, netwerk. Sinds eind augustus 2005 heeft betrokkene proefverlof. Het proefverlof verloopt naar wens en betrokkene houdt zich aan de voorwaarden. Het hof neemt hierbij tevens in aanmerking dat ter terechtzitting op 5 augustus 2005 bij de rechtbank de getuige-deskundige Modders heeft verklaard dat op dat moment het advies van de kliniek al beëindiging van de terbeschikkingstelling luidde. Betrokkene heeft alle behandelingen die hij nodig had doorlopen.

Gelet op het bovenstaande acht het hof het delictgevaar thans gereduceerd tot een zodanig aanvaardbaar niveau dat voor verlenging onvoldoende grond is. Het hof is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 19 oktober 2005 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.

Wijst af de vordering van de officier van justitie.

Aldus gedaan door

mr Stikkelbroeck als voorzitter,

mrs Vegter en Lauwaars als raadsheren,

en drs Mensing en drs Boon als raden,

in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2006.

Mr Lauwaars en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.