Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AW2337

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-04-2006
Datum publicatie
19-04-2006
Zaaknummer
TBS 2005\267
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, onder meer gelet op artikel 509t, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, aangezien de rechtbank niet binnen twee maanden na het indienen van de verlengingsvordering van de officier van justitie haar beslissing heeft genomen. Zolang niet beter bekend is in welke omstandigheden zich bij betrokkene een psychose ontwikkelt en op welke wijze dit voorkomen of vermeden kan worden – bijvoorbeeld middels begeleide en onbegeleide verloven – blijft behandeling en begeleiding noodzakelijk. De kliniek heeft de medicatie van betrokkene afgebouwd en betrokkene gebruikt al enkele maanden geen medicatie meer. Tot op heden gaat dit goed. Verder zal door middel van een gefaseerd resocialisatietraject moeten blijken of deze positieve ontwikkeling zal beklijven. Het hof acht het niet realistisch dat nog voor september 2006 een en ander voldoende kan zijn gerealiseerd. Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat een verlenging met een termijn van twee jaar is geïndiceerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2005\267

Beslissing d.d. 14 april 2006

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Dordrecht van 15 september 2005, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Overwegingen:

Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, gelet op artikel 509t, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, aangezien de rechtbank niet binnen twee maanden na het indienen van de verlengingsvordering van de officier van justitie haar beslissing heeft genomen en gelet op het feit dat het hof recht zal doen mede op grond van nieuwe stukken en hetgeen de getuige-deskundigen ter terechtzitting hebben verklaard.

Het verzoek tot aanhouding om onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen. Het hof is van oordeel dat voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege - zoals ook kan blijken uit de hierna genoemde overweging - thans nog niet aan de orde is.

In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Uit het verlengingsadvies en de rapportages van de onafhankelijke deskundigen volgt dat in het toestandsbeeld van betrokkene zichtbaar is geworden dat er op zijn minst sprake is van een kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van een psychose. Bij hernieuwde psychotische decompensatie kan er opnieuw gevaar voor agressie ontstaan. Zolang niet beter bekend is in welke omstandigheden zich bij betrokkene een psychose ontwikkelt en op welke wijze dit voorkomen of vermeden kan worden – bijvoorbeeld middels begeleide en onbegeleide verloven – blijft behandeling en begeleiding noodzakelijk. In het kader daarvan kan vermeld worden dat ter terechtzitting is gebleken dat de kliniek de medicatie van betrokkene heeft afgebouwd en dat betrokkene al enkele maanden geen medicatie meer gebruikt. Tot op heden gaat dit goed. Verder zal door middel van een gefaseerd resocialisatietraject moeten blijken of deze positieve ontwikkeling zal beklijven. Het hof acht het niet realistisch dat nog voor september 2006 een en ander voldoende kan zijn gerealiseerd.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat een verlenging met een termijn van twee jaar is geïndiceerd.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Dordrecht van 15 september 2005 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr Lensing als voorzitter,

mrs Vegter en Van der Herberg als raadsheren,

en drs Boon en drs Van Kordelaar als raden,

in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2006.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.