Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AW2335

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-04-2006
Datum publicatie
19-04-2006
Zaaknummer
PIJ 2005\266
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof merkt op dat in de vorige verlengingsbeslissing al is overwogen dat het noodzakelijk wordt geacht dat betrokkene een resocialisatieprogramma via verloven volgt. Gebleken is echter dat dit traject tot op heden nog niet is ingezet. Dit baart het hof zorgen, nu de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van betrokkene uiterlijk expireert op 29 januari 2007 en het duidelijk is dat dit traject geleidelijk zal moeten verlopen. In het behandeltraject dient hiermee dan ook rekening te worden gehouden. Het hof is van oordeel dat met name voor het realiseren van een resocialisatieprogramma nog enige tijd nodig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

PIJ 2005\266

Beslissing d.d. 14 april 2006

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

PIJgestelde,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Haarlem van 20 september 2005, houdende verlenging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van een jaar.

Overwegingen:

Het hof dient de beslissing van de rechtbank te vernietigen, daar het hof recht zal doen mede op grond van nieuwe stukken.

Uit het verlengingsadvies volgt dat betrokkene lijdende is aan een oppositionele en antisociale persoonlijkheidsstoornis, waarbij er tevens sprake is van een aantal psychotische symptomen. Bij onder meer veranderingen van de leefsituatie of een onduidelijk toekomstbeeld kent betrokkene grote aanpassingsproblemen, waarbij betrokkene vrijwel onmiddellijk een grote terugval in zijn functioneren vertoont. Betrokkene kan vervolgens ontremd, agressief en bedreigend naar zijn omgeving zijn. In die zin is de kans op recidive aanwezig. In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist.

Het hof merkt op dat in de verlengingsbeslissing van 14 maart 2005 al is overwogen dat het noodzakelijk wordt geacht dat betrokkene een resocialisatieprogramma via verloven volgt. Gebleken is echter dat dit traject tot op heden nog niet is ingezet. Betrokkene heeft slechts eenmaal verlof gehad. Dit baart het hof zorgen, nu de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van betrokkene uiterlijk expireert op 29 januari 2007 en het duidelijk is dat dit traject, gelet op betrokkenes aanpassingsproblemen bij veranderingen van de leefsituatie, gefaseerd en geleidelijk zal moeten verlopen. In het behandeltraject dient hiermee dan ook rekening te worden gehouden. Het hof is van oordeel dat met name voor het realiseren van een resocialisatieprogramma nog enige tijd nodig is.

Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat een verlenging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van een jaar is geïndiceerd en dat een dergelijke verlenging in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de jeugdige.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Haarlem van 20 september 2005 met betrekking tot de betrokkene.

Verlengt de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van een jaar.

Aldus gedaan door

mr Vegter als voorzitter,

mrs Lensing en Van der Herberg als raadsheren,

en drs Boon en drs Van Kordelaar als raden,

in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2006.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.