Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AV7984

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-04-2006
Datum publicatie
04-04-2006
Zaaknummer
TBS 2005\268
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Betrokkene is afhankelijk van externe structuur, om gedragsontregeling en recidieven te voorkomen. Uit de rapportages van de onafhankelijke deskundigen volgt dat alle pogingen om de obsessieve gerichtheid op seksueel contact met jonge kinderen te doen verbleken of op andere doelen te richten zonder effect zijn gebleven. Momenteel weigert betrokkene medicatie. Betrokkene heeft enig probleembewustzijn, maar laat blijken er geen zicht op te hebben waarom zijn gedrag schadelijk zou zijn. Betrokkene is niet toegankelijk voor een behandeling. Ondanks jarenlange ambulante en klinische behandeling is hij in zijn drang onveranderd gebleven. De kans op herhaling wordt als zeer groot ingeschat.

Gelet op het onverminderd aanwezige delictgevaar en het feit dat betrokkene nog langdurig zorg, structuur en begeleiding nodig heeft, is het hof van oordeel dat een verlenging met een termijn van twee jaar is geïndiceerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2005\268

Beslissing d.d. 3 april 2006

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Haarlem van 15 november 2005, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Overwegingen:

? Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht zal doen mede op grond van nieuwe stukken.

? De terbeschikkingstelling van betrokkene is ingegaan op 13 november 1993 en loopt dus thans meer dan 12 jaren. Dit tijdsverloop in relatie tot de ernst van het delict waarvoor de terbeschikkingstelling is opgelegd (ter zake van meermalen met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen) moet mede in aanmerking worden genomen bij de verlengingsbeslissing.

Het hof is van oordeel dat bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en die van de maatschappij, naar mate de maatregel van terbeschikkingstelling langer duurt, het belang van de terbeschikkinggestelde steeds zwaarder dient te wegen. Het tijdsverloop dient niet alleen te worden beschouwd in het perspectief van de ernst van het delict, maar tevens moeten de aard van de stoornis en het actuele recidivegevaar in aanmerking worden genomen. Uit het verlengingsadvies van 7 september 2005 en de adviezen van de deskundigen Kaiser en Oudejans volgt dat bij betrokkene sprake is van kernpedofilie, de stoornis van Asperger en zeer gebrekkige zelfcontrole. Het risico van toekomstig gewelddadig gedrag in de maatschappij wordt op korte en lange termijn als groot beoordeeld.

Gelet op het bovenstaande is een verlenging van de terbeschikkingstelling, zoals in de hierna te vermelden beslissing is vervat, aangewezen.

? Het verzoek tot aanhouding teneinde betrokkene in het Pieter Baan Centrum te Utrecht te laten onderzoeken en daarvan rapport op te laten maken, wordt afgewezen. De raadsman heeft gesteld de overwegingen en conclusies uit de rapportages van de deskundigen Kaiser en Oudejans te bestrijden, maar er worden hiervoor geen inhoudelijke argumenten gegeven. Het enkele feit dat er op dit moment geen therapie is, geldt niet als argument voor het doen laten opmaken van een rapportage door het Pieter Baan Centrum, nu er diverse behandelpogingen zijn geweest. De enkele omstandigheid dat de deskundige Oudejans tweemaal eerder over betrokkene heeft gerapporteerd, betekent op zich niet dat deze deskundige niet onafhankelijk is. Het feit dat de deskundigen worden betaald door het Ministerie van Justitie brengt evenmin met zich mee dat de deskundigen niet onafhankelijk zijn. In artikel 509o lid 4 van het Wetboek van Strafvordering wordt alleen de voorwaarde gesteld dat de onafhankelijke gedragsdeskundigen op het ogenblik waarop zij het advies uitbrengen en ten tijde van het onderzoek dat zij daarvoor verrichten niet verbonden zijn aan de inrichting waarin de terbeschikkinggestelde wordt verpleegd. Aan deze voorwaarde is in casu voldaan, terwijl ook overigens niet aannemelijk is geworden dat de deskundigen niet onafhankelijk zouden zijn.

? In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Betrokkene is afhankelijk van externe structuur, om gedragsontregeling en recidieven te voorkomen. Uit de rapportages van de onafhankelijke deskundigen volgt dat alle pogingen om de obsessieve gerichtheid op seksueel contact met jonge kinderen te doen verbleken of op andere doelen te richten zonder effect zijn gebleven. Momenteel weigert betrokkene medicatie. Betrokkene heeft enig probleembewustzijn, maar laat blijken er geen zicht op te hebben waarom zijn gedrag schadelijk zou zijn. Betrokkene is niet toegankelijk voor een behandeling. Ondanks jarenlange ambulante en klinische behandeling is hij in zijn drang onveranderd gebleven. De kans op herhaling wordt als zeer groot ingeschat.

Gelet op het onverminderd aanwezige delictgevaar en het feit dat betrokkene nog langdurig zorg, structuur en begeleiding nodig heeft, is het hof van oordeel dat een verlenging met een termijn van twee jaar is geïndiceerd.

Beslissing:

Het hof:

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Haarlem van 15 november 2005 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr Verheugt als voorzitter,

mrs Vegter en van der Herberg als raadsheren,

en drs Poll en drs Harmsen als raden,

in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2006.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.