Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2006:AV0493

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-01-2006
Datum publicatie
06-02-2006
Zaaknummer
21-002323-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overvallen op woningen in Lelystad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer:21-002323-05

Uitspraak d.d.: 26 januari 2006

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Zwolle van 19 april 2005 in de strafzaak tegen

[ VERDACHTE]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 januari 2006 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen nu het tot een andere bewijsbeslissing en strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 november 2004 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (ondermeer) (een) mobiele telefoon(s) en/of een geldbedrag aan ongeveer 510 Euro, in elk geval enig geldbedrag en/of een of meer bankpas(sen) en/of een of meer paspoort(en) en/of een ID-kaart en/of een fles Amaretto en/of een frontje (van een autoradio en/of een videocamera en/of een digitale fotocamera en/of een gouden ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl hij verdachte en/of zijn mededaders hun gezicht had/hadden bedekt

- bij voornoemde [slachtoffer 1] heeft/hebben aangebeld en/of diens woning is/zijn binnengedrongen en/of binnengegaan en/of

- die [slachtoffer 1] tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen/gestompt en/of geschopt/getrapt en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) op de bank geduwd en/of

- een stuk tape over de mond van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geplakt en/of

- een mes, in elk geval een dergelijk voorwerp heeft/hebben getoond en/of voorgehouden aan die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Waar is je pinpas" en/of "Zullen we hem steken, zullen we die hond steken", in elk geval woorden van een dergelijke aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 oktober 2004 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een paar (gouden) oorbellen en/of een slof sigaretten (Pall Mall) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl hij verdachte en/of zijn mededader (s) hun gezicht hadden bedekt

- bij die [slachtoffer 3] heeft/hebben aangebeld en/of die [slachtoffer 3] de woning heeft/hebben binnengeduwd en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- een mes, in elk geval een dergelijk voorwerp aan die [slachtoffer 3] heeft/hebben getoond en/of

- tape heeft/hebben geplakt over de mond van voornoemde [slachtoffer 3] en/of

- die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd "Waar is je geld" en/of "Ik kan je ook doodschieten met mijn revolver" en/of "Doe je oorbellen af en geef ze", in elk geval woorden van een dergelijke aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht s zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 oktober 2004 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van

een paar (gouden) oorbellen en/of een slof sigaretten (Pall Mall) en/of een geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s) hun gezicht hadden bedekt

- bij die [slachtoffer 3] heeft/hebben aangebeld en/of die [slachtoffer 3] de woning heeft/hebben binnengeduwd en/of

- voornoemde [slachtoffer 3] een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- een mes, in elk geval een dergelijk voorwerp aan die [slachtoffer 3] heeft/hebben getoond en/of

- tape heeft/hebben geplakt over de mond van voornoemde [slachtoffer 3] en/of

die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd "Waar is je geld" en/of "Ik kan je ook doodschieten met mijn revolver" en/of "Doe je oorbellen af en geef ze" , in elk geval woorden van een derglijke aard en/of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte

het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ 05 november 2004 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ anderen, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ (een) mobiele telefoon¬¬¬ en¬¬¬ een geldbedrag van ongeveer 510 Euro, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬en¬¬¬ een of meer bankpas(sen) en¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬paspoort(en) en¬¬¬ een ID-kaart en¬¬¬ een fles Amaretto en¬¬¬ een frontje van een autoradio en¬¬¬ een videocamera en¬¬¬ een digitale fotocamera en¬¬¬ een gouden ketting, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ welke diefstal werd voorafgegaan en¬¬¬ vergezeld ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ van geweld en¬¬¬ bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en¬¬¬ gemakkelijk te maken, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl hij verdachte en¬¬¬ zijn mededaders hun gezicht ¬¬¬¬hadden bedekt

- bij voornoemde [slachtoffer 1] ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ diens woning is/zijn binnengedrongen ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ en¬¬¬

- die [slachtoffer 1] tegen het hoofd en¬¬¬ het lichaam heeft/hebben geslagen/gestompt en¬¬¬ geschopt/getrapt en¬¬¬¬- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt en¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬op de bank geduwd en¬¬¬¬- een stuk tape over de mond van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geplakt en¬¬¬¬- een mes, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ heeft/hebben getoond en¬¬¬ voorgehouden aan die [slachtoffer 1] en¬¬¬¬- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Waar is je pinpas" en¬¬¬ "Zullen we hem steken, zullen we die hond steken", in elk geval woorden van een dergelijke aard en/of strekking;

2.

hij op ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ 22 oktober 2004 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬anderen, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een paar (gouden) oorbellen en¬¬¬ een slof sigaretten (Pall Mall) en¬¬¬ een geldbedrag, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ toebehorende aan [slachtoffer 3], ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ welke diefstal werd voorafgegaan en¬¬¬ vergezeld ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ van geweld en¬¬¬ bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en¬¬¬ gemakkelijk te maken, ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), terwijl hij verdachte en¬¬¬¬zijn mededader(s) hun gezicht hadden bedekt

- ¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ die [slachtoffer 3] de woning heeft/hebben binnengeduwd en¬¬¬¬- voornoemde [slachtoffer 3] een of meermalen tegen het hoofd en¬¬¬ het lichaam heeft/hebben geslagen en¬¬¬¬- een mes¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬ aan die [slachtoffer 3] heeft/hebben getoond en¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬¬- die [slachtoffer 3] de woorden heeft/hebben toegevoegd "Waar is je geld" en¬¬¬ "Ik kan je ook doodschieten met mijn revolver" en¬¬¬ "Doe je oorbellen af en geef ze", in elk geval woorden van een dergelijke aard en/of strekking;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft de verdachte ter zake van tweemaal diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, na een eis van de officier van justitie daartoe, veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor deze feiten wordt veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren onvoorwaardelijk.

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden dat verdachte samen met zijn mededaders op 22 oktober 2004 in het bezit van tape en tie-rips met een bivakmuts over het hoofd een tweeënzeventig jarige bejaarde dame in haar woning heeft overvallen. Ze hadden deze woning van tevoren zorgvuldig uitgezocht omdat tegenover dat huis een voetbalveld lag en ze zo weinig kans hadden na de overval iemand tegen te komen.

Verdachte en zijn mededaders hebben de bejaarde mevrouw, nadat ze nietsvermoedend de deur had geopend, ruw naar binnengeduwd; ze hebben haar meermalen geslagen en onder bedreiging van een mes het hele huis doorzocht en sieraden, geld en andere goederen meegenomen. Ze hebben het slachtoffer daarbij gewond en hulpeloos achtergelaten. Precies veertien dagen later zijn ze weer op pad gegaan om in een woning een soortgelijke overval te plegen. Deze woning werd ook van tevoren uitgezocht, zij het dat de daders zich uiteindelijk vergist hebben in de woning waar ze binnenvielen. Weer drongen ze met bivakmutsen binnen. In die woning troffen zij een jonge man aan. Ze hebben deze bewoner bedreigd met een mes, ze hebben hem geslagen en geschopt. Ze hebben zijn mond afgeplakt met tape en gedreigd zijn hond te steken met het mes. Ook hier hebben ze geld en goederen meegenomen en het slachtoffer gewond en hulpeloos achtergelaten.

Het is algemeen bekend dat gebeurtenissen als hiervoor omschreven ernstige en langdurige psychische schade aanrichten bij de slachtoffers.

Ter terechtzitting is dit ook gebleken.

In het voordeel van verdachte heeft het hof laten meewegen dat uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie ten name van verdachte niet is gebleken van andere relevante veroordelingen. Het hof heeft tevens de jeugdige leeftijd van verdachte meegewogen.

Over de persoon van de verdachte is een rapport, gedateerd 13 maart 2005, uitgebracht door de klinisch psycholoog Th.A.M. Deenen.

Deze concludeert dat verdachte ten tijde van het plegen van de telastegelegde feiten volledig toerekeningsvatbaar was. Op grond van de bevindingen van deze psycholoog komt het hof tot het oordeel dat de bewezenverklaarde feiten verdachte volledig kunnen worden toegerekend.

Hoe wenselijk het op zich ook is dat overeenkomstig het advies in dit rapport aan verdachte in het kader van een deels voorwaardelijke veroordeling reclasseringsbegeleiding wordt opgelegd, gezien de hoogte van de straf is dit onder de huidige wetgeving niet mogelijk. De feiten zijn te ernstig om een lagere dan na te melden straf op te leggen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.415,00 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 2 primair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag van € 2415,00 (bestaande uit € 2.000,00 immateriële schade en € 415,00 materiële schade). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding ter zake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.116,00 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.066,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag van € 2.116,00.(bestaande uit € 2.000,-- immateriële schade en € 116,00 materiele schade). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding ter zake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 985,23 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 230,23. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag van € 230,23, zijnde materiële schade, toewijsbaar is.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet tevens aanleiding ter zake de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

de aan [slachtoffer 3] toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3], te betalen een bedrag van € 2.415,00 (tweeduizend vierhonderdvijftien euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 2.415,00 (tweeduizend vierhonderdvijftien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 48 (achtenveertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

de aan [slachtoffer 1] toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 2.116,00 (tweeduizend honderdzestien euro) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van € 2.116,00 (tweeduizend honderdzestien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 42 (tweeënveertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

de aan [slachtoffer 2] toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2], te betalen een bedrag van € 230,23 (tweehonderddertig euro en drieëntwintig cent) met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer 2], in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 230,23 (tweehonderddertig euro en drieëntwintig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr Y.A.J.M. van Kuijck, voorzitter,

mr J.M.J. Denie en mr A. van Waarden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van T.M.M. van Lieshout-Witjes, griffier,

en op 26 januari 2006 ter openbare terechtzitting uitgesproken.