Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2005:AV0161

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-12-2005
Datum publicatie
24-01-2006
Zaaknummer
05-00018
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Leges

De belastingrechter toetst slechts marginaal of een belastingplichtige gehouden was tot het aanvragen van een vergunning.

Wetsverwijzingen
Gemeentewet 229
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2006/361
FutD 2006-0201
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

vijfde enkelvoudige belastingkamer

nr. 05/00018

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X BV

te : Z

ambtenaar : heffingsambtenaar van de gemeente Heumen (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

soort belasting : leges

nummer : 000000

mondelinge behandeling : op 7 december 2005 te Arnhem

waarbij verschenen : de directeur van belanghebbende, de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Ambtenaar, bijgestaan door B, werkzaam bij de brandweer van de gemeente Heumen

Gronden:

1. Bij brief van 4 mei 2004 hebben Burgemeester en wethouders (hierna: b en w) van de gemeente Heumen, namens dezen de Commandant van de brandweer, belanghebbende gewezen op de verplichting om in verband met het bepaalde in de vigerende bouwverordening van de gemeente een gebruiksvergunning aan te vragen. Bij de brief waren aanvraagformulieren voor de vergunning gevoegd.

2. De op 29 september 2004 door haar directeur ondertekende aanvraag van belanghebbende om een gebruiksvergunning is op 5 oktober 2004 bij de gemeente ingekomen. Bij besluit van 11 november 2004 hebben b en w de vergunning verleend. Belanghebbende heeft tegen de verleende vergunning geen bezwaar gemaakt.

3. Met dagtekening 19 november 2004 heeft de Ambtenaar aan belanghebbende een aanslag leges ten bedrage van € 2.204 gezonden inzake de verlening van de gebruiksvergunning. Na bezwaar heeft de Ambtenaar de aanslag gehandhaafd.

4. Belanghebbende is van mening dat de bepalingen van de bouwverordening van de gemeente Heumen niet nopen tot een verplichting voor haar om een gebruiksvergunning aan te vragen en dat zij tot een zodanige aanvraag ten onrechte door de gemeente is gedwongen. Voorts stelt belanghebbende dat het bedrag van de in rekening gebrachte leges niet overeenstemt met de door haar waargenomen omvang van ter zake van de vergunningverlening verrichte werkzaamheden.

5. Ingevolge het bepaalde in de op de juiste wijze bekendgemaakte Legesverordening 2004 van de gemeente Heumen (hierna: de Verordening) en paragraaf 5.10.1 van de bij de Verordening behorende Tarieventabel is een bedrag aan leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gebruiksvergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een bouwwerk, als bedoeld in artikel 6.1.1 van de bouwverordening.

Tussen partijen is niet in geschil dat de aanslag leges is berekend in overeenstemming met de Verordening. Ter zitting heeft de gemachtigde van belanghebbende de ter zake van de berekening van de aanslag opgeworpen bezwaren laten vallen.

6. Namens belanghebbende is ter zitting gesteld dat zij het aanvraagformulier niet zelf heeft ingevuld. Haar directeur heeft het aanvraagformulier voor de vergunning wel ondertekend.

De Ambtenaar heeft ter zitting betoogd dat het aanvraagformulier niet door iemand werkzaam bij de gemeente is ingevuld.

Voorzover belanghebbende met haar stelling wil betogen dat zij geen aanvraag om een gebruiksvergunning heeft gedaan, faalt die stelling. Vast staat immers dat de aanvraag namens belanghebbende is gedaan en ondertekend door haar te dezen bevoegde directeur.

Nu vast staat dat belanghebbende een aanvraag tot verstrekken van een gebruiksvergunning heeft gedaan is zij de daarvoor verschuldigde leges verschuldigd.

7. De belastingrechter, oordelende over de vraag of op grond van de Verordening zich een belastbaar feit heeft voorgedaan, is niet bevoegd te oordelen over de vraag of een burger of een bedrijf op grond van een bouwverordening is gehouden een gebruiksvergunning aan te vragen. Dit laatste leidt slechts uitzondering indien voor een te dezen slechts marginaal toetsende belastingrechter aanstonds duidelijk is dat de gemeente bij een belanghebbende heeft aangedrongen op het aanvragen van een vergunning waarvoor leges zijn verschuldigd, terwijl die belanghebbende tot een zodanige aanvraag geenszins gehouden was.

Van een zodanige omstandigheid is het Hof evenwel niet gebleken. Op een ter zitting dienaangaande door het Hof gestelde vraag heeft de functionaris van de brandweer van de gemeente Heumen geantwoord dat bij een opslagcapaciteit voor petroleum van maximaal 200 liter en van oliën van maximaal 500 liter reeds een gebruiksvergunning is vereist. Namens belanghebbende zijn geen gegevens in het geding gebracht die tot een andere conclusie nopen.

Proceskosten:

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht vindt het Hof geen termen aanwezig.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan op 21 december 2005 door mr Röben, vice-president, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer.

De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van drs Woeltjes, als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(V.F.R. Woeltjes) (J.B.H. Röben)

Afschriften zijn per aangetekende per post verzonden op 23 december 2005.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.