Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2005:AU9207

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-12-2005
Datum publicatie
06-01-2006
Zaaknummer
2005/776
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaar tegen schorsingsverzoek Dexia verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 december 2005

enkelvoudige civiele kamer

rolnummer 2005/776

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Rolbeschikking

in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

procureur: mr. J.R.O. Dantuma,

tegen:

de naamloze vennootschap

Dexia Bank Nederland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

procureur: mr. J.C.N.B. Kaal .

1 Het verloop van de procedure

1.1 De rechtbank Almelo heeft op 24 maart 2004, 1 december 2004 en 13 april 2005 vonnis gewezen in het geschil tussen appellant (hierna te noemen: [appellant]) als gedaagde in conventie/eiser in reconventie en geïntimeerde (hierna te noemen: Dexia) als eiseres in conventie/verweerster in reconventie. De rechtbank heeft de vordering van Dexia in zoverre toegewezen dat [appellant] is veroordeeld tot betaling van € 5.091,32 in plaats van de gevorderde restschuld van € 32.920,95, terwijl overigens alle vorderingen – ook die van [appellant] – zijn afgewezen.

1.2 Bij exploot van 12 juli 2005 is [appellant] in hoger beroep gekomen van voormelde vonnissen van 1 december 2004 en 13 april 2005 met dagvaarding van Dexia voor dit hof.

Ter zitting van 18 oktober 2005 heeft [appellant] van grieven gediend. Het hoger beroep strekt tot afwijzing van de vordering van Dexia in conventie en tot toewijzing van de in de memorie van grieven verwoorde vorderingen in reconventie.

1.3 Ter zitting van 29 november 2005 heeft Dexia bij akte verzocht het geding ingevolge art. 1015 Rv. juncto 225 lid 2 Rv. te schorsen in verband met het door Dexia bij het gerechtshof te Amsterdam op 17 november 2005 op de voet van art. 907 BW ingediende verzoek tot verbindendverklaring van een tussen Dexia en de door haar genoemde belangenorganisaties gesloten overeenkomst.

1.4 Ter zitting van 13 december 2005 heeft [appellant] bij akte bezwaar gemaakt tegen deze schorsing waartoe het volgende is aangevoerd:

a. de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM) is op het onderhavige geval niet van toepassing, aangezien noch sprake is van een schadeveroorzaker die onvoldoende verhaal biedt noch van vorderingen uit onrechtmatige daad;

b. art. 1015 Rv. leidt er niet toe dat het geding reeds door de enkele akte tot schorsing van Dexia wordt geschorst;

c. door haar akte tot schorsing maakt Dexia misbruik van procesrecht, aangezien uit de overeenkomst tussen Dexia en de belangenorganisaties – zoals te vinden op de website www.dexialease.nl – blijkt dat deze niet van toepassing is als er, kort gezegd, een vonnis ligt en aan bepaalde voorwaarden is voldaan en Dexia slechts uit is op vertraging van het geding.

1.5 De Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM) is erop gericht dat in gevallen van massaschade het daaruit voortgekomen geschil met de daarvoor aansprakelijke zo mogelijk wordt afgewikkeld door middel van een voor de schadelijdende personen verbindend te verklaren overeenkomst. Daarmee spoort dat de wetgever, de betrokken belangen in abstracto afwegend, de voorziening heeft getroffen dat op verzoek van een partij bij de overeenkomst lopende gedingen tussen de aansprakelijke en een schadelijdende partij in afwachting van de beslissing over het verzoek tot verbindendverklaring komen stil te liggen. Daarmee ook is in overeenstemming dat de akte tot schorsing in beginsel uit zichzelf het stilleggen van de procedure bewerkstelligt, zij het dat rekening moet worden gehouden met uitzonderingsgevallen, zoals gevallen van misbruik van procesrecht. Daarom is de wederpartij van Dexia in de gelegenheid gesteld op de akte tot schorsing te reageren. Opgemerkt wordt nog dat zulks niet afdoet aan de in art. 1015 lid 2 Rv. gegeven mogelijkheden tot hervatting van het geding.

1.6 Of de WCAM buiten toepassing moet blijven omdat het bij het geding met Dexia niet, althans niet in hoofdzaak gaat om een geval van onrechtmatige daad en/of omdat Dexia voldoende verhaal biedt, zijn kwesties die niet ter beoordeling van de rolraadsheer zijn doch van het gerechtshof te Amsterdam.

1.7 Hetgeen door [appellant] is aangevoerd ter onderbouwing van zijn stelling dat de schorsing in dit geding misbruik van procesrecht oplevert, is daartoe onvoldoende. Daargelaten dat verwijzing naar een website zonder voldoende aanwijzing van de specifieke vindplaats een onvoldoende onderbouwing van een feitelijke stelling vormt, wordt opgemerkt dat de Duisenberg-regeling zoals daar weergegeven slechts een uitzondering maakt voor gevallen waarin een onherroepelijk vonnis is gewezen.

Dat de schorsing uitsluitend ten doel heeft [appellant] in zijn belang bij voortgang van het hoger beroep te treffen, is niet gebleken. Ook overigens is de schorsing niet in strijd met een behoorlijke procesorde.

Beslissing

Het hof:

Verstaat dat het geding ingevolge de akte van schorsing vanaf 29 november 2005 is geschorst.

Deze rolbeschikking is gegeven door mr. J.J. Makkink als rolraadsheer en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van 27 december 2005.