Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2005:AU7334

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-11-2005
Datum publicatie
02-12-2005
Zaaknummer
2002/1157
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schadevergoeding bedrijfsongeval kraanmachinist

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 november 2005

vijfde civiele kamer

rolnummer : 2002-01157

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[...],

voorheen genaamd [appellante] B.V,,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

procureur: mr J.C.N.B. Kaal,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

procureur: mr P.A.C. de Vries.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedure in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van het vonnis van 21 augustus 2002 dat de kantonrechter (rechtbank te Arnhem, sector kanton, locatie Tiel) tussen appellante (hierna ook te noemen: [appellante]) als gedaagde en geïntimeerde (hierna ook te noemen: [geïntimeerde]) als eiser heeft gewezen. Van dat vonnis is een fotokopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 [appellante] heeft bij exploot van 20 november 2002 [geïntimeerde] aangezegd van dat vonnis in hoger beroep te komen, met dagvaarding van [geïntimeerde] voor dit hof.

2.2 Bij memorie van grieven heeft [appellante] vijf grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en toegelicht, heeft zij bewijs aangeboden en één productie in het geding gebracht, en heeft zij gevorderd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, opnieuw recht doende [geïntimeerde] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren althans hem deze zal ontzeggen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in beide instanties, het salaris van de procureur daarbij inbegrepen.

2.3 Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden, heeft hij bewijs aangeboden en acht producties in het geding gebracht, en heeft hij geconcludeerd dat het hof bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad, [appellante] niet in het hoger beroep zal ontvangen, althans haar vorderingen in hoger beroep zal afwijzen en voor zoveel nodig het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellante] in de kosten van, naar het hof begrijpt, de procedure in hoger beroep.

2.4 Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd.

3 De vaststaande feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 3.1 feiten vastgesteld. Aangezien daartegen geen grieven zijn aangevoerd of bezwaren zijn geuit, zal het hof in hoger beroep ook van die feiten uitgaan. Dit met uitzondering van de weergave van de toedracht van het ongeval onder 3.1 sub c, nu deze in hoger beroep niet vaststaat.

4 De motivering van de beslissing in hoger beroep

4.1 De grieven leggen het geschil in volle omvang voor en zullen hieronder gezamenlijk worden behandeld.

4.2 [appellante] hebben zowel in eerste aanleg als in hoger beroep gesteld dat het ongeluk dat [geïntimeerde] is overkomen te wijten is aan een bedieningsfout gemaakt door de heer [X.], in dienst bij [A] B.V. (verder ook te noemen [A]), van wie [appellante] via Kraanverhuurbedrijf [...] B.V. een hijskraan met de hiervoor genoemde kraanmachinist had ingehuurd. Uitgaande van deze feiten kan aangenomen worden dat [A] als werkgever van [X.] op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk is ten opzichte van [geïntimeerde]. Indien [A] aansprakelijk is jegens [geïntimeerde] is daarmee [appellante] eveneens jegens hem aansprakelijk en wel op grond van artikel 6:171 BW.

4.3 [appellante] heeft voorts nog gesteld dat er sprake is van bewuste roekeloosheid van [geïntimeerde] omdat deze op een gording stond toen het ongeval gebeurde en er dus voor zou hebben gekozen op de constructie te blijven staan terwijl de kraanmachinist die hele constructie onder spanning zette. [geïntimeerde] heeft betwist dat hiervan sprake was; hij was zich voorafgaand aan het ongeval niet bewust van enig gevaar. De enkele omstandigheid dat [geïntimeerde] tijdens de manoeuvre van de kraanmachinist op de gording is blijven staan rechtvaardigt niet de conclusie dat hij zich er van bewust was dat hij daarmee een risico nam. Van bewust roekeloos handelen is volgens vaste rechtspraak immers pas sprake indien de werknemer zich tijdens het verrichten van zijn onmiddellijk aan het ongeval voorafgaande gedraging daadwerkelijk bewust was van het roekeloos karakter van die gedraging. Aan hetgeen hiervoor is overwogen doet niet af de lange ervaring van [geïntimeerde] (15 jaar) en de omstandigheid dat een deel van het spant al aan de constructie was gemonteerd.

4.4 Voor de toewijzing van een vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is geleden aannemelijk is gemaakt. [geïntimeerde] heeft dit gedaan, ook al in eerste aanleg, maar in ieder geval in hoger beroep. In die schadestaatprocedure kan dan ook de betwisting van het causaal verband tussen de schade en de val aan de orde komen.

4.5 Uit het bovenstaande volgt dat de kantonrechter de vorderingen van [geïntimeerde] terecht heeft toegewezen en dat de grieven falen.

Slotsom

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. [appellante] zal als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van het hoger beroep dienen te dragen.

De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter (rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Tiel) van 21 augustus 2002;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 894,-- voor salaris van de procureur en op € 193,-- voor griffierecht;

verklaart dit arrest voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs Knottnerus, Wefers Bettink en Ter Veer en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2005.

In verband met de afwezigheid van de voorzitter is dit arrest ondertekend door de oudste raadsheer.