Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2005:AT9774

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-07-2005
Datum publicatie
20-07-2005
Zaaknummer
2003/1159
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg op Gerechtshof Arnhem 7 september 2004, LJN AR8067. Berekening van de hoogte van de door geïntimeerden te betalen schadevergoeding na fouten bij operatie aan de knie van appellante. Van de gespecificeerde vordering zijn de navolgende posten voor toewijzing vatbaar de posten: a ad € 3.123,50, b ad € 35,80, c ad € 92, d ad € 56, e ad € 90,75, f ad € 129,60, g ad € 1.525 en j ad € 3.500, dus in totaal een bedrag van € 8.552,65 (rente is niet gevorderd).

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 98
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2005/101

Uitspraak

12 juli 2005

derde civiele kamer

rolnummer 2003/1159

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

procureur: mr F.J. Boom,

tegen:

1de stichting Stichting Ziekenhuisvoorzieningen Gelderse Vallei,

gevestigd te Ede,

en

2dr [geïntimeerde sub 2],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

procureur: mr R.Ph. Elzas.

1 Het verdere verloop van het geding

1.1 Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 22 februari 2005. Ingevolge dat tussenarrest heeft [appellante] akte verzocht van vermeerdering en specificering van eis onder overlegging van een aantal producties.

1.2 Vervolgens heeft [appellante] bij akte nog een productie in het geding gebracht.

1.3 Daarop hebben Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] een antwoordakte verzocht.

1.4 Ten slotte zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

2 De motivering van de beslissing in hoger beroep

2.1 Het hof verwijst naar en volhardt bij zijn tussenarrest van 22 februari 2005.

2.2 In dat tussenarrest heeft het hof, kort samengevat, geoordeeld dat [geïntimeerde sub 2] en Gelderse Vallei aansprakelijk zijn voor de gevolgen van de uitvoering van de knieoperatie met een niet volgens de eisen gesteriliseerde maar slechts gedesinfecteerde en derhalve daartoe ongeschikte arthroscoop. Het hof heeft de zaak naar de rol verwezen opdat [appellante] haar eis aldus zou vermeerderen / preciseren dat zij vergoeding vordert van de volgens haar door de tekortkoming veroorzaakte schadeposten.

2.3 [appellante] specificeert haar vordering thans als volgt:

a nota’s medisch adviseur Van Rens € 3.123,50

b nota huisarts [...] ad € 35,80

c vier dagen ziekenhuis daggeldvergoeding € 92,--

d huur hometrainer, krukken en ondersteek € 56,--

e eigen bijdrage ziektekostenverzekering € 90,75

f extra vervoerskosten € 129,60

g extra huishoudelijke hulp van januari 2000 tot en met maart 2005 € 6.200,--

h extra huishoudelijke hulp van april 2005 tot en met december 2024 € 23.700,--

i extra verlof zittingen rechtbank en bezoek advocaat € 324,--

totale materiële schade € 33.751,65

j smartengeld € 7.500,--

totale vordering € 41.251,65.

posten b, c, d en f

2.4 Met betrekking tot deze posten hebben Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] blijkens hun antwoordakte “geen moeite” en concluderen zij tot toewijzing daarvan.

Deze posten zijn als onweersproken en op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar.

a nota’s medisch adviseur Van Rens ad € 3.123,50

2.5 Volgens Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] hebben Van Rens’ medische adviezen in zijn brieven van 2 en 25 februari 2002 geen bijdrage geleverd aan een voor [appellante] gunstig resultaat, dat immers eerst een gevolg was van haar nieuwe stelling bij memorie van grieven betreffende het gebruik van Cidex. Voorts zou de visie van Van Rens met betrekking tot het ontstaan van de wondinfectie niet juist zijn en ten slotte heeft een aantal declaraties betrekking op de procedurele fase.

Omdat degene die aansprakelijk is voor de schadelijke gevolgen van in dit geval een medische fout in beginsel binnen de grenzen van art. 6:98 BW aansprakelijk is voor alle schade die de benadeelde als gevolg van die gebeurtenis heeft geleden, kunnen de (redelijke) kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid voor vergoeding in aanmerking komen. Wel moeten die kosten als gevolg van de medische fout zijn gemaakt (sine-qua-non-verband) en dienen zij tevens in een zodanig verband met die fout te staan dat zij aan de daarvoor aansprakelijke persoon, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als gevolg van deze gebeurtenis kunnen worden toegerekend. Voor de vraag of kosten van deskundige bijstand als een gevolg van de medische fout voor vergoeding in aanmerking komen, geldt het vorenoverwogene eveneens, met dien verstande dat wat betreft de vraag of deze schade in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, dat deze aan de daarvoor aansprakelijke persoon kan worden toegerekend, dient te worden beoordeeld of het redelijk was in verband met een onderzoek naar de mogelijke gevolgen van de medische fout deskundige bijstand in te roepen en of de daartoe gemaakte kosten redelijk zijn.

Bij haar zoektocht naar de oorzaak van de op 8 januari 2000 aan de dag getreden infectie van haar op 4 januari 2000 geopereerde kniegewricht heeft [appellante], naar achteraf is gebleken, een omweg gemaakt doordat zij aanvankelijk meende dat tijdens de knieoperatie het licht van de arthroscoop was uitgevallen, dat deze vervolgens uit haar knie was gehaald en dat vervolgens een niet (voldoende) gesteriliseerde arthroscoop in de knie is gebracht. Op basis van dit laatste aspect is eerst in hoger beroep gebleken dat [geïntimeerde sub 2] de operatie heeft uitgevoerd met een niet volgens de eisen gesteriliseerde maar slechts gedesinfecteerde arthroscoop, die daarom daartoe ongeschikt was. In een dergelijke voor een patiënt ingewikkelde zaak, waarbij deze de verweren van de arts, het ziekenhuis en hun aansprakelijkheidsverzekeraar moet kunnen beoordelen en eventueel pareren, ligt het als alleszins redelijk voor de hand dat de patiënt zich niet alleen door een advocaat maar ook door een medisch deskundige laat bijstaan, zowel in het preprocessuele traject als tijdens de procedure. Voor de kosten daarvan plegen de in de artikel 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten niet een vergoeding in te sluiten. Dat deze medisch deskundige niet aanstonds de voor de patiënt verborgen oorzaak van de infectie heeft ontdekt, maakt diens kosten van vaststelling van schade en aansprakelijkheid nog niet zonder meer onredelijk. Mede gelet op de producties 1 bij de akte vermeerdering en specificering van eis van [appellante] voldoet de omvang van diens kosten aan de dubbele redelijkheidstoets en zijn deze kosten daarom volledig voor toewijzing vatbaar.

e eigen bijdrage ziektekostenverzekering ad € 90,75

2.6 Volgens Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] zal [appellante] ook op basis van de overige in 2000 ondergane geneeskundige behandelingen de eigen bijdrage hebben verbruikt. Dit verweer miskent dat [appellante] al meteen vanaf de operatie van 4 januari 2000 haar eigen bijdrage verschuldigd werd. Verder is het verweer slechts gebaseerd op een veronderstelling. De post is daarom als onvoldoende gemotiveerd betwist voor toewijzing vatbaar.

g extra huishoudelijke hulp van januari 2000 tot en met maart 2005 ad € 6.200,-- en

h extra huishoudelijke hulp van april 2005 tot en met december 2024 ad € 23.700,--

2.7 Volgens [appellante] is zij vanwege beperkingen aan haar knie genoodzaakt om extra huishoudelijke hulp in te schakelen, feitelijk voor de zware huishoudelijke werkzaamheden gedurende 3 uur per week à € 25 per week. Zij acht zichzelf daartoe niet in staat en verwijst naar de rapporten van orthopedisch chirurgen dr A.B. Wymenga van 28 november 2000 (productie 4 bij haar voormelde akte) en dr G.J. Boog van 18 maart 2005 (productie bij haar akte van 19 april 2005). Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] bestrijden allereerst de noodzaak van huishoudelijke hulp.

2.7.1 Het rapport van de orthopedisch chirurg dr A.B. Wymenga van 28 november 2000 vermeldt onder meer:

“Op 4 januari heeft zij ([appellante], hof) een laterale partiële meniscectomie ondergaan. Op 9 januari was er sprake van een purulente arthritis. Deze is behandeld met spoelen en antibiotica. Patiënte is langzamerhand toch wel wat opgeknapt, maar ze heeft nog restklachten, nu meer aan mediale zijde. Sporten lukt niet. Ze houdt pijn met belasten. (...) Hardlopen lukt niet meer. Er is ook een instabiel gevoel op oneffen terrein.

Onderzoek:

Iets varus.(...)

Conclusie:

Postarthritis arthrose bij een status na partiële laterale meniscectomie. (...).

Ze heeft enige varus in de beenas, maar ik ben bang dat het laterale compartiment ook aangetast is door de arthritis (...)”.

2.7.2 Bij conclusie van antwoord (sub 2.9) heeft [geïntimeerde sub 2] dit rapport onderschreven, hebben Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] de gevolgen van de arthritis aan de rechter knie voor [appellante] zonder meer ernstig genoemd en hebben zij daaraan toegevoegd dat door de arthritis sprake is van enige varusstand in de beenas en dat de arthritis tot gevolg heeft gehad dat het kraakbeen slecht van kwaliteit is geworden en vervroegd slijtage kan geven.

2.7.3 Bij brief van 16 februari 2001 (productie bij conclusie na enquête zijdens [appellante]) heeft zij aan MediRisk (de betrokken aansprakelijkheidsverzekeraar) onder meer bericht dat zij toen, meer dan een jaar na dato nog steeds (pijn-)klachten had, dat sportbeoefening nog steeds moeizaam ging en dat met name zware sporten waarschijnlijk helemaal niet meer zouden lukken.

2.7.4 Het rapport van de orthopedisch chirurg dr G.J. Boog van 18 maart 2005 vermeldt onder meer:

“Haar voorgeschiedenis vermeldt status na partiële meniscectomie (...). Het postoperatieve beloop werd gecompliceerd door een (...) septische arthritis. Ten gevolge hiervan ontstond een secundaire gonarthrosis dextra.

Klachten op dit moment:

Op dit moment voelt zij eigenlijk dag en nacht dat ze een knie heeft. Ze gebruikt hem beperkt. Met name sportieve activiteiten zijn de laatste jaren teruggeschroefd. De knie is nooit gezwollen, zo nu en dan zijn er slotklachten. (...)

Röntenonderzoek: X-rechter knie: forse secundaire arthrose van zowel mediale als laterale kniecompartiment.

Conclusie: matige secundaire gonarthrosis dextra. (...) Mocht de arthrose progressief zijn dan is slechts een knieprothese mogelijk. (...)

Beleid: ik gaf patiënte een leefregel c.q. sportadvies.”

2.8 Op basis van voormeld rapport van de orthopedisch chirurg dr A.B. Wymenga van 28 november 2000, voormelde erkenning bij conclusie van antwoord sub 2.9 en voormelde brief van [appellante] van 16 februari 2001, in onderling verband en samenhang beschouwd, oordeelt het hof voldoende aannemelijk gemaakt dat [appellante] in de eerste veertien maanden na 4 januari 2000 niet in staat was tot zware huishoudelijke werkzaamheden die ongeveer 3 uur per week vergden.

Dat die situatie sedertdien voortduurde, heeft [appellante] met voormeld rapport van de orthopedisch chirurg dr G.J. Boog van 18 maart 2005 echter niet afdoende aannemelijk gemaakt. Dat [appellante] de laatste jaren haar sportieve activiteiten (in welke omvang?) heeft teruggebracht, zegt te weinig over haar vermogen om zware huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.

Anders dan Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] verdedigen, is niet van belang of de benodigde ondersteuning de hulp en bijstand overstijgt die van een echtgenoot mag worden verwacht. Artikel 1:81 BW strekt immers niet tot beperking van aansprakelijkheid van een derde. Dat [appellante] deze kosten toch al zou hebben gemaakt, valt in redelijkheid niet in te zien. Nu het om veertien maanden uit het verleden gaat, komt kapitalisatie niet aan de orde. Dat [appellante] geen bewijsstukken van haar betalingen van € 25 per week in het geding heeft gebracht, vormt geen reden tot afwijzing aangezien het van algemene bekendheid is dat huishoudelijke hulpen contant plegen te worden betaald. Derhalve ligt een bedrag ad 61 weken x € 25 per week, derhalve € 1.525 voor toewijzing gereed en wordt het meer gevorderde afgewezen.

i extra verlof zittingen rechtbank en bezoek advocaat ad € 324,--

2.9 Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] achten het onwaarschijnlijk dat de werkgever van [appellante] salaris zou hebben ingehouden wegens haar bezoek aan een zitting van de rechtbank. Zij zien voorts niet in waarom [appellante] niet op een vrij(e) dag(deel) een bezoek aan haar advocaat had kunnen brengen.

Bij gebreke van een nadere toelichting van [appellante] moet worden aangenomen dat het hier kosten betreft ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak. Dat zijn verrichtingen waarvoor de in de artikel 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Ingevolge artikel 241 Rv kan jegens de wederpartij geen vergoeding op grond van artikel 6:96, tweede lid BW worden toegekend, maar zijn alleen de regels betreffende proceskosten van toepassing. Deze post wordt daarom afgewezen.

j smartengeld ad € 7.500,--

2.10 Na de operatie van 4 januari 2000 heeft zich bij [appellante], toen 39 jaar, een infectie in het kniegewricht ontwikkeld, die tot een heroperatie d.d. 9 januari 2000 heeft geleid. [appellante] heeft vier dagen in het ziekenhuis verbleven. Tot en met maart 2000 was zij aangewezen op een ondersteek, krukken en een hometrainer. Zij kreeg fysiotherapie tot juni 2000. Zij heeft meer dan een jaar na dato (pijn-)klachten gehad. Haar mogelijkheden tot sportbeoefening zijn per saldo afgenomen.

Voort wordt verwezen naar de onder 2.7.1 tot en met 2.7.4 aangehaalde documenten. Verdere beperkingen hebben Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] gemotiveerd bestreden en heeft [appellante] niet aan de hand van rapporten aangetoond.

Het hof deelt de opvatting van Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] dat het letsel van [appellante] nog het best vergelijkbaar is met nr 38 (p. 32) van Smartengeld 2003. Dat geldt eveneens voor nr 1 (p. 1) van Smartengeld Update 2004. Het hof stelt het smartengeld daarom vast op € 3.500.

3 De slotsom

3.1 Het hoger beroep slaagt. Het eindvonnis wordt vernietigd. Van de gespecificeerde vordering zijn de navolgende posten voor toewijzing vatbaar de posten: a ad € 3.123,50, b ad € 35,80, c ad € 92, d ad € 56, e ad € 90,75, f ad € 129,60, g ad € 1.525 en j ad € 3.500, dus in totaal een bedrag van € 8.552,65 (rente is niet gevorderd).

3.2 Als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen zullen Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] in de kosten van beide instanties worden veroordeeld. De kosten van het herstelexploot mogen niet ten laste van Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] komen.

4 De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

vernietigt het eindvonnis van de rechtbank te Arnhem van 20 augustus 2003 en, opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellante] een bedrag te voldoen van € 8.552,65;

veroordeelt Gelderse Vallei en [geïntimeerde sub 2] in de kosten van beide instanties, gevallen aan de zijde van [appellante] en

tot aan het eindvonnis voor de eerste aanleg begroot op € 1.158,50 voor salaris van de procureur, op € 193 voor griffierecht en op € 77,56 voor de dagvaarding en

tot aan dit arrest voor het hoger beroep begroot op € 1.264 voor salaris van de procureur, op € 245 voor griffierecht en op € 68,20 voor de appèldagvaarding;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs Steeg, Tjittes en Rank-Berenschot en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 12 juli 2005.

--------------------------------------------------------------------