Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2005:AT9343

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-06-2005
Datum publicatie
14-07-2005
Zaaknummer
02-00340
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting

Nu de extra koopzondag voor belanghebbende niet kenbaar was, kan geen parkeerbelasting worden nageheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2005/959
FutD 2005-1415
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

elfde enkelvoudige belastingkamer

nummer 02/00340

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende: X

te : Z

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente P (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing: uitspraak op bezwaar

betreft : naheffingsaanslag parkeerbelastingen

nummer : X

eerste mondelinge behandeling: 5 september 2003

waarbij verschenen : belanghebbende alsmede deAmbtenaar

tweede mondelinge behandeling: met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. Nadat het Hof schriftelijk inlichtingen heeft ingewonnen hebben partijen toestemming gegeven de zaak zonder nadere mondelinge behandeling af te doen. Uit de uitspraak van de Hoge Raad van 26 maart 1986, nr. 23.134, BNB 1986/203 zou volgen dat dan uitsluitend schriftelijk uitspraak kan worden gedaan. Het Hof vindt echter mede gelet op de betrekkelijke eenvoud van de zaak en de omstandigheid dat partijen daardoor niet in hun belang worden getroffen om redenen van proceseconomie aanleiding desalniettemin mondeling uitspraak te doen.

2. Op 16 december 2001 om 13.08 uur stond belanghebbendes personenauto met kenteken AA-BB-00 geparkeerd in de a-straat te P. De a-straat is door het college van burgemeester en wethouders bij een besluit als bedoeld in artikel 7 van de Verordening parkeerbelastingen P 2001 aangewezen als gebied waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. In dat besluit is tevens geregeld dat voor het parkeren op koopzondagen tijdens de openingstijden van de winkels belasting is verschuldigd.

3. Belanghebbende heeft voor het parkeren op de a-straat de verschuldigde belasting niet betaald. Ter zake van dat feit is de onderhavige naheffingsaanslag opgelegd.

4. Belanghebbende heeft aangevoerd dat het hem niet bekend was dat in de maand december 2001 elke zondag een koopzondag was. Hij woont in een buitengebied van P en blijft verstoken van plaatselijke bladen. De borden langs alle toegangswegen naar het centrum waren toen niet voorzien van aankondigingen van de koopzondagen. Normaliter is in P alleen de laatste zondag van de maand koopzondag en in de maand december de zondag vóór Sint Nikolaas en de zondag vóór de Kerstdagen.

5. De Ambtenaar stelt daartegenover dat de extra koopzondagen en –avonden in de plaatselijke bladen zijn aangekondigd. Kopieën van dergelijke bladen en gegevens over het gebied waarbinnen die bladen verspreid worden, behoren niet tot de gedingstukken. Het feit dat belanghebbende die bladen niet ontvangt, kan de Ambtenaar, naar hij meent, niet worden aangerekend.

6. De stelling van de Ambtenaar dat op alle parkeerautomaten duidelijk is aangegeven dat op koopzondagen van 12.00 tot 17.00 uur voor het parkeren moet worden betaald, welke stelling door belanghebbende wordt bestreden, kan hem niet baten nu die plaat geen informatie bevat over de zondagen die als (extra) koopzondag zijn aangemerkt.

7. De Ambtenaar stelt voorts dat aan de rechterzijde langs alle naar het centrum leidende wegen destijds grote borden stonden waarop met data de al dan niet extra koopzondagen en (extra) koopavonden werden aangekondigd. Ter zitting van 5 september 2003 heeft hij een foto van zo’n bord overgelegd met de tekst:

“Stadshart P

verrassend veelzijdig

elke laatste zondag van de maand koopzondag

27 april”,

en heeft hij verklaard dat hij weet dat de borden er stonden, omdat hij dat vóór de invoering van het betaald parkeren heeft gecontroleerd. Op het aan de Ambtenaar gerichte verzoek terzake schriftelijk nadere inlichtingen te verstrekken, heeft de Ambtenaar het Hof bericht dat de gemeente de gevraagde informatie niet kan leveren en dat niet meer te achterhalen is wanneer de borden zijn geplaatst.

8. Met hetgeen de Ambtenaar in dezen heeft aangevoerd, maakt hij naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk dat het voor belanghebbende voldoende kenbaar is geweest dat de onderhavige zondag, welke niet een laatste zondag van de maand was, een (extra) koopzondag betrof.

9. Het beroep is gegrond.

proceskosten:

Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op € 30 (reiskosten bijwonen mondelinge behandeling). De overige door belanghebbende opgevoerde kosten komen op grond van voornoemd besluit niet voor vergoeding in aanmerking.

beslissing:

Het Gerechtshof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;

- vernietigt de onderhavige belastingaanslag;

- gelast dat de gemeente Almere aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht van € 29;

- veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 30 en wijst de gemeente Almere aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Aldus gedaan op 15 juni 2005 door mr. C.M. Ettema, lid van de elfde enkelvoudige belastingkamer. De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(J.L.M. Egberts) (C.M. Ettema)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht.

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.