Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2005:AT7495

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
07-06-2005
Datum publicatie
15-06-2005
Zaaknummer
2004/734
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Paspoortwet, bijschrijving kind in paspoort ouder bij gezamenlijk gezag, vervangende toestemming van andere ouder niet mogelijk. Art 17 Paspoortwet.

Wetsverwijzingen
Paspoortwet 17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2005/306
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 juni 2005

Familiekamer

Rekestnummer 734/2004

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Beschikking

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster, verder te noemen “de moeder”,

procureur mr W.D. Huizinga,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder, verder te noemen “de vader”.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle van 26 mei 2004, uitgesproken onder zaaknummer 93872 FARK 04-275.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen per fax ter griffie van het hof op 25 augustus 2004, is de moeder in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. Zij verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en de vader alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot het geven van vervangende toestemming tot bijschrijving van de minderjarige kinderen in zijn paspoort, althans dit verzoek af te wijzen, kosten rechtens.

2.2 De vader heeft geen schriftelijk verweer gevoerd.

2.3 De mondelinge behandeling heeft op 12 mei 2005 plaatsgevonden. De moeder is in persoon verschenen, bijgestaan door mr M.J.H. Mühlstaff, advocaat te Deventer. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.4 Het hof heeft kennis genomen van de overige stukken, waaronder een brief van de advocaat van de vrouw van 11 mei 2005 met bijlagen.

3 De vaststaande feiten

Ten aanzien van partijen

3.1 Uit de relatie van partijen, die van februari 1990 tot februari 2002 hebben samengewoond, zijn geboren: [M.], op 27 juli 1994 en [K.], op 3 december 1995. De vader heeft [M.] en [K.] erkend.

3.2 Bij beschikking van 16 september 1994 heeft de kantonrechter te Deventer partijen, op hun eigen verzoek, gezamenlijk belast met de uitoefening van het gezag over [M.].

3.3 De moeder oefent van rechtswege alleen het gezag uit over [K.].

3.4 Bij beschikking van 8 mei 2003 heeft de rechtbank te Zwolle een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld.

3.5 Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank te Zwolle op 9 februari 2004, heeft de vader verzocht een verklaring af te geven die moet dienen als vervanging van de schriftelijke toestemming van de moeder welke noodzakelijk is voor de bijschrijving van de kinderen in het paspoort van de vader. Bij de bestreden – uitvoerbaar bij voorraad verklaarde – beschikking heeft de kinderrechter in plaats van de moeder een verklaring van toestemming verleend voor het bijschrijven van [M.] in het paspoort van de vader en het verzoek om [K.] bij te schrijven in diens paspoort afgewezen.

4 De motivering van de beslissing

4.1 In hoger beroep is enkel in geschil de door de kinderrechter in de plaats van de moeder gegeven toestemming tot bijschrijving van [M.] in het paspoort van de vader.

4.2 Ingevolge artikel 17 lid 1 van de Paspoortwet (hierna ook te noemen: “Ppw”) kan op het verzoek van de houder van het reisdocument het kind over wie hij het gezag uitoefent in zijn reisdocument worden bijgeschreven, voor zover het kind nog niet de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt.

Bijschrijving vindt bij gezamenlijke uitoefening van het gezag niet plaats dan nadat de andere persoon die het gezag uitoefent, daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven (lid 2).

4.3 Artikel 17 Ppw kent geen regeling tot het verzoeken van een vervangende toestemming in geval van gezamenlijk gezag indien de andere persoon die het gezag uitoefent geen toestemming geeft tot bijschrijving van de minderjarige in het paspoort van de met het gezag belaste verzoeker, in tegenstelling tot de regeling in het tweede en derde lid van artikel 34 Ppw.

4.4 In de memorie van toelichting (kamerstukken II, 1987 – 1988, 20 393 nr. 3 p. 22) bij de Paspoortwet staat onder meer het volgende:

(...) “Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat ieder – ook een minderjarige – recht heeft een eigen reisdocument aan te vragen. De mogelijkheid wordt echter geboden, dat de houder verzoekt zijn kinderen over wie hij het gezag uitoefent, te laten bijschrijven op zijn reisdocument. Bijschrijving geschiedt doordat de tot in ontvangst nemen van reisdocumenten bevoegde autoriteit elders in het reisdocument van de houder op de door de minister van Buitenlandse Zaken voorgeschreven wijze de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en geslacht van de minderjarige vermeldt. De bijschrijving kan slechts plaats vinden in het paspoortboekje dat daartoe – in tegenstelling tot de paspoortkaart – de ruimte biedt. De houder dient het gezag over de minderjarige uit te oefenen en het kind dient dezelfde nationaliteit te hebben als de houder. Voor de bijschrijving is de toestemming van de andere ouder vereist behalve wanneer deze niet de toeziende voogdij heeft. Op deze wijze wordt voorkomen, dat de ouder die het gezag heeft het kind zonder toestemming van de ouder die de toeziende voogdij heeft, meeneemt naar het buitenland om bijvoorbeeld een bezoekregeling illusoir te maken. Anders dan voor wat betreft de toestemming voor een eigen reisdocument voor een minderjarige is geen regeling gegeven voor een vervangende toestemming. Als het weigeren van de toestemming betrekking heeft op de bijschrijving als zodanig, kan altijd een eigen reisdocument voor het kind worden aangevraagd.”

Voorts blijkt uit de memorie van toelichting bij de Wijzigingswet Paspoortwet in verband met opnemen van bepalingen ter voorkoming van misbruik van reisdocumenten (kamerstukken II, 1999-2000, 26977, nr. 3 p. 14) dat evenals voorheen de regeling in artikel 34, tweede en derde lid, met betrekking tot de vervangende verklaring van toestemming in het kader van bijschrijving als bedoeld in artikel 17 Ppw overigens niet van toepassing is. Dit is volgens die toelichting in overeenstemming met het facilitaire karakter van de bijschrijving als paspoortvervangend reisdocument.

4.5 Uit voornoemde wetsgeschiedenis blijkt naar het oordeel van het hof dat de wetgever er uitdrukkelijk voor heeft gekozen geen regeling voor vervangende toestemming op te nemen in de Paspoortwet in geval van gezamenlijk gezag indien de andere persoon die met het gezag is belast geen toestemming geeft tot bijschrijving in het paspoort van de met het gezag belaste verzoeker. De wetgever geeft voorts aan dat de verzoeker in dit geval ingevolge artikel 34 Ppw een paspoort voor de minderjarige kan aanvragen en, indien de andere persoon die met het gezag is belast ook hiervoor geen toestemming geeft, de rechter kan verzoeken vervangende toestemming te verlenen.

4.6 Nu artikel 17 Ppw geen regeling kent voor het geven van vervangende toestemming en het hof, gelet op de uitdrukkelijke keuze van de wetgever, ook geen termen aanwezig acht artikel 34 Ppw, tweede en derde lid, analoog toe te passen, zal het hof de vader alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek. Daarbij wordt opgemerkt dat voor de vader de weg openstaat om een verzoek tot afgifte van een reisdocument voor [M.] in te dienen en, als de moeder hiervoor geen toestemming verleent, hij een verzoek tot vervangende toestemming bij de kinderrechter kan indienen.

5 De slotsom

5.1 Op grond van hetgeen hierboven is overwogen dient het hof de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, te vernietigen en de vader alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek.

5.2 Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de procedure een uit die relatie geboren kind betreft.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle van 26 mei 2004, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:

verklaart de vader alsnog niet-ontvankelijk in zijn inleidend verzoek;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs Katz-Soeterboek, Van der Poel en Tjittes en is op 7 juni 2005 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.