Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2005:AT3203

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
05-04-2005
Datum publicatie
05-04-2005
Zaaknummer
21-004201-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gelet op het uiterlijk van de pillen die bij verdachte zijn aangetroffen, de positieve reactie op een monster van deze pillen bij de Narcotest 23 en de werking van de pillen zoals de verdachte die ter zitting heeft beschreven, is het hof van oordeel dat de pillen die op 18 april 2004 bij verdachte zijn aangetroffen in ieder geval één of meer van de stoffen metamfetamine, MDMA of N-ethyl-MDA bevatten, zijnde middelen die in de bij de Opiumwet behorende lijst I staan vermeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-004201-04

Uitspraak d.d.: 5 april 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Arnhem van 9 juli 2004 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans uit anderen hoofde verblijvende in [detentieplaats]

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 22 maart 2005 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis, waarvan beroep, zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, zoals deze tenlastelegging in hoger beroep is gewijzigd, dat:

(zie voor de inhoud van de dagvaarding bijlage IIa en voor de inhoud van de wijzigingen van de tenlastelegging bijlage IIb en IIc)

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Uit het proces-verbaal, opgemaakt door verbalisant [verbalisant], gedateerd 20 april 2004, blijkt dat er op 20 april 2004 een monster van de negen pillen die bij verdachte zijn aangetroffen, is getest met de Narcotest 23, waarbij een sterk positieve reactie werd geconstateerd. De tabletten waren voorzien van het logo dat lijkt op Pacman Ghost.

Uit het deskundigenrapport d.d. 3 november 2004 van [deskundige], vast gerechtelijk deskundige bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), over de betrouwbaarheid van de Narcotest 23 blijkt het volgende. De meeste onder de bepalingen van de Opiumwet vallende afmetamine-achtige stoffen zijn primaire amines, bijvoorbeeld amfetamine, brolamfetamine, 2C-B, MDA, DMA, 4-MTA en PMA. Het aantal secundaire amines is beperkt tot metamfetamine, MDMA en N-ethylMDA. Deze laatste drie stoffen geven een blauwe kleur met Narcotest 23, de genoemde primaire amines niet. Om amfetamine van metamfetamine te onderscheiden respectievelijk MDA van MDMA kan Narcotest 23 worden gebruikt. Amfetamine en MDA geven geen kleur en metamfetamine en MDMA geven een blauwe kleur.

De zogenaamde XTC-tabletten zoals onderzocht door het NFI, gedurende de afgelopen jaren, bevatten in overgrote meerderheid MDMA. In zeer beperkte mate werden andere onder de Opiumwet vallende stoffen zoals N-ethylMDA en metamfetamine aangetoond; hiernaast werden nog amfetamine en MDA gezien, maar die geven gen reactie met test 23. Het aantal malen dat als XTC uitziende tabletten geen Opiumwetmiddel bevatte, is heel beperkt. Ook DIMS gegevens (Trimbos-instituut, Drugs Informatie Monitoring Systeem) waarbij vele duizenden tabletten per jaar worden getest, laten niet meer dan 1-3 procent 'negatieven' zien. De aangegeven negatieven reageren niet met de test nummer 23.

De combinatie van het uiterlijk van zogenaamde XTC-tabletten en een positieve reactie met Narcotest 23 lijkt, vooral gezien het marktbeeld, voornamelijk te duiden op de aanwezigheid van MDMA en in zeer beperkte mate op N-ethylMDA en metamfetamine.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de 9 pillen die de politie op 18 april 2004 bij hem heeft aangetroffen, XTC-pillen waren. Hij had 12 XTC-pillen voor eigen gebruik gekocht en had daar reeds een aantal van geslikt. Hij vond dat het goede pillen waren. Volgens de verdachte is de werking van XTC-pillen dat mensen beter van de muziek op house-feesten kunnen genieten en dat ze het langer kunnen volhouden om op die muziek te dansen.

Gelet op het uiterlijk van de pillen die bij verdachte zijn aangetroffen, de positieve reactie op een monster van deze pillen bij de Narcotest 23 en de werking van de pillen zoals de verdachte die ter zitting heeft beschreven, is het hof van oordeel dat de pillen die op 18 april 2004 bij verdachte zijn aangetroffen in ieder geval één of meer van de stoffen metamfetamine, MDMA of N-ethyl-MDA bevatten, zijnde middelen die in de bij de Opiumwet behorende lijst I staan vermeld.

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 18 april 2004 te Groesbeek, opzettelijk aanwezig heeft gehad negen pillen, van een materiaal bevattende MDMA en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine, zijnde MDMA en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door

mr Denie, voorzitter,

mrs Barels en Van Ditzhuijzen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr Bouwman, griffier,

en op 5 april 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr Van Ditzhuijzen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

- 2 - 21-004201-04