Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2004:AP0302

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-05-2004
Datum publicatie
01-06-2004
Zaaknummer
03-00622
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2005:AU4738
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aftrek ziektekosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2004, 884
FutD 2004-1006

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

vierde enkelvoudige belastingkamer

nummer 03/00622 (inkomstenbelasting)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : Inspecteur van de Belastingdienst/[P]

aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 14 februari 2003 op bezwaar

aanslagnummer : [01.H.96]

soort belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

jaar : 1999

mondelinge behandeling : op 27 april 2004 te Arnhem door mr. Matthijssen, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. Van der Leij als griffier

waarbij verschenen : [belanghebbende, alsmede de Inspecteur]

gronden:

1. Belanghebbende, geboren 8 december 1948, is in 1995 ziek geworden (acute gedissemineerde encephalomyelitis (A.D.E.M.). Na drie weken coma bleek belanghebbende rechtszijdig geheel verlamd. Na een verblijf van elf weken in het [A-ziekenhuis te Q] is belanghebbende gedurende ca 1½ jaar behandeld in [B-revalidatiecentrum te R], waar belanghebbende veel opnieuw heeft moeten leren (onder andere slikken, praten, zitten, staan, lopen, schrijven). Daarna bleef belanghebbende onder controle van artsen en heeft hij nog veel therapieën ondergaan, waaronder fysiotherapie en psychotherapie. Inmiddels was belanghebbende volledig afgekeurd (80 – 100% arbeidsongeschikt).

2. Belanghebbende hield problemen met zijn concentratie, evenwicht, lopen, schrijven, praten, gehoor. Hij hield last van vermoeidheid en van gevoelloosheid, vooral aan de linkeronderzijde van zijn lichaam. In de jaren 1997 tot en met 1999 heeft belanghebbende in verband daarmee een therapie ondergaan in [C-opleidingscentrum te S, België}. Belanghebbende heeft documentatie over deze therapie overgelegd en daarop ter zitting een uitgebreide toelichting gegeven. De Inspecteur heeft vervolgens medegedeeld de feitelijke stellingen van belanghebbende niet (langer) te betwisten en geen behoefte (meer) te hebben aan (meer) verklaringen van artsen.

3. Op grond van de stukken en het ter zitting verhandelde is het Hof van oordeel dat de behandeling die belanghebbende in 1999 in [C-opleidingscentrum] heeft ondergaan in haar geheel (zowel voor wat betreft de fysieke als de psychische aspecten) is te beschouwen als een revalidatie op voorschrift en onder leiding van artsen. De hieraan verbonden kosten vormen ziektekosten in de zin van de buitengewone-lastenregeling van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet).

4. De kosten van een pedicure zijn geen ziektekosten in de zin van deze regeling. Weliswaar werd inschakeling van een pedicure nodig ten gevolge van de ziekte maar de behandeling zelf is geen medische behandeling. De Wet kent ook geen andere bepalingen op grond waarvan aftrek mogelijk is.

5. Voor het geval het Hof tot bovenstaande oordelen zou komen zijn partijen het eens geworden dat het belastbaar inkomen moet worden verminderd tot ƒ 49.277 (€ 22.360,93).

6. Het beroep van belanghebbende is ten dele gegrond.

proceskosten:

Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op € 322.

beslissing:

Het Gerechtshof:

– vernietigt de uitspraak waarvan beroep;

– vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van € 22.360,93 (ƒ 49.277);

– gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht van € 31;

– veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 322 en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Aldus gedaan op 11 mei 2004 door mr. Matthijssen, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer.

De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. Van der Leij als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(K. van der Leij) (T.J. Matthijssen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 12 mei 2004

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.