Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2004:AP0122

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
06-04-2004
Datum publicatie
27-05-2004
Zaaknummer
21-003525-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met diens medeverdachten schuldig gemaakt aan het onder bedreiging van een vuurwapen van de vrijheid beroven van een persoon. (...) Verdachte heeft zich daarenboven schuldig gemaakt aan het in georganiseerd verband uitvoeren van aanzienlijke hoeveelheden cocaïne. Het hof rekent verdachte diens niet onbelangrijke rol in deze criminele organisatie zwaar aan en heeft voorts gelet op het gegeven dat verdachte zich hierbij enkel heeft laten leiden door eigen financieel gewin en geen enkele waarde heeft gehecht aan de gevaren voor de volksgezondheid en voor de door hem geronselde, veelal jonge, koeriers.

Veroordeling tot 6 jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-003525-02

Uitspraak dd.: 6 april 2004

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 20 november 2002 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in [verblijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 maart 2004 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, vernietigen nu het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw recht doen.

De telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd dat:

(zie voor de inhoud van de dagvaarding bijlage IIa en voor de inhoud van de wijziging van de telastelegging bijlage IIb)

Indien in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 1 primair telastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesprolken.

Het hof overweegt hiertoe dat uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat [naam slachtoffer 1] van diens vrijheid is beroofd en beroofd gehouden met het oogmerk om een ander of anderen dan die [naam slachtoffer 1] te dwingen tot het terugbezorgen van ongeveer een kilogram cocaïne, nu naar het oordeel van het hof uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat verdachte en diens medeverdachten het oogmerk hadden om [naam slachtoffer 1] zelf, door hem van diens vrijheid te beroven en beroofd te houden, te dwingen tot afgifte van de cocaïne. Voorts blijkt uit geen der bewijsmiddelen dat [naam slachtoffer 1] door verdachte of diens medeverdachten op enig moment in contact met [naam slachtoffer 2] heeft gestaan om van hem de bedoelde teruggave af te dwingen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat telastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 primair en 4

telastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

(zie voor de inhoud van de bewezenverklaring bijlage III)

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde:

Het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

ten aanzien van het onder 2 primair bewezenverklaarde:

Het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod.

ten aanzien van het onder 3 primair bewezenverklaarde:

Het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A, van de Opiumwet (oud) gegeven verbod.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden- dat verdachte zich samen met diens medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan het onder bedreiging van een vuurwapen van de vrijheid beroven van een persoon. Verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer en de ernst van dit misdrijf op zich rechtvaardigt reeds naar het oordeel van het hof een vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur. Verdachte heeft zich echter daarenboven schuldig gemaakt aan het in georganiseerd verband uitvoeren van aanzienlijke hoeveelheden cocaïne. Het hof rekent verdachte diens niet onbelangrijke rol in deze criminele organisatie zwaar aan en heeft voorts gelet op het gegeven dat verdachte zich hierbij enkel heeft laten leiden door eigen financieel gewin en geen enkele waarde heeft gehecht aan de gevaren voor de volksgezondheid en voor de door hem geronselde, veelal jonge, koeriers. Hoewel slechts voor het onder 1 subsidiaire feit wordt veroordeeld, acht het hof de geëiste gevangenisstraf daarom ten volle op zijn plaats.

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, zijn –voorzover nodig- vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane misdrijven werden aangetroffen en deze aan verdachte toebehorende voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 (oud) en 10 (oud) van de Opiumwet en de artikelen 36b, 36c, 36d, 47, 57, 63, 140 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 primair telastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 primair en 4 telastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De in beslag genomen voorwerpen

Beveelt –voorzover nodig- de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- Een revolver, Smith & Wesson, model M83/92, kalber 357 Magnum, serienummer 33955

- Een pistool, FN, model onbekend, kaliber, 99mm Luger, serienummer niet aanwezig

- 30 patronen kaliber 9mm Luger

- 1 patroonhouder.

Aldus gewezen door

mr Roessingh-Bakels, voorzitter,

mrs Denie en De Vries, raadsheren,

in tegenwoordigheid van Robroek, griffier,

en op 6 april 2004 ter openbare terechtzitting uitgesproken.