Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AO1776

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-12-2003
Datum publicatie
15-01-2004
Zaaknummer
02-01266
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende heeft zijn aanvraag tot toekenning van energiepremie voor gevelisolatie in de woning [a-weg 1 te Q] bij energiebedrijf [A] ingediend op 7 maart 2001.

Wetsverwijzingen
Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag 8n
Wet belastingen op milieugrondslag 36p
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2004-0125
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

eerste enkelvoudige belastingkamer

nr. 02/1266 (energiepremie)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/Team Energiepremies [P]

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen beschikking (artikel 36p, lid 3, Wet belastingen op milieugrondslag)

datum beschikking : 6 november 2001

onderzoek ter zitting : op 9 december 2003 te Arnhem door mr. De Kroon, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier

waarbij verschenen : belanghebbende alsmede [de Inspecteur]

gronden:

1. Belanghebbende heeft zijn aanvraag tot toekenning van energiepremie voor gevelisolatie in de woning [a-weg 1 te Q] bij energiebedrijf [A] ingediend op 7 maart 2001. Dit blijkt uit het ingevulde premieformulier dat in kopie als bijlage 1 bij het verweerschrift is overgelegd. Daarop is als 'Datum laatste betaling: MAART 2001' ingevuld.

2. Als bijlage 2 bij het beroepschrift is een kopie overgelegd van de schriftelijke verklaring van Aannemersbedrijf [B] B.V. te [Q] aan belanghebbende van 29 november 2000, dat de 'isolatie, die tijdens de verbouwing onder de punten 8D en 8H van de offerte d.d. 18 september 2000 is gebruikt, is van Rockwool 201 60 mm met een rd waarde van 1,7' en dat 'het aantal m² bedraagt 36,8.' Dit laatste stemt overeen met de opgaaf in het premieformulier op de aangekruiste regel 'gevelisolatie (Rd > 1,3)'. De laatste alinea van de verklaring luidt: 'De kosten van de isolatie zijn, middels de 1e termijnrekening van 20 september 2000 en door U voldaan op 6 oktober 2000, reeds doorberekend.'

3. Met de inhoud van de voormelde verklaring is niet onverenigbaar dat, zoals belanghebbende aanvoert en de Inspecteur niet weerspreekt, de gevelisolatie onderdeel uitmaakte van een heel pakket van werkzaamheden, dat op 6 oktober 2000 de werkzaamheden nog niet waren uitgevoerd en dat de eerste termijnbetaling binnen diende te zijn voor de werkzaamheden begonnen. Ter zitting voert belanghebbende nog aan en weerspreekt de Inspecteur niet, dat de hele verbouwing - waarmee hij kennelijk hetzelfde bedoelt als het voormelde 'heel pakket van werkzaamheden' - heeft geduurd vanaf september 2000 tot maart 2001, dat de werkzaamheden waren voltooid in februari 2001 en dat de aannemer na oktober 2000 nog in december 2000 en januari 2001 bezig is geweest met die isolatie.

4. Deze feiten laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat de aanvraag op 7 maart 2001 tijdig is ingediend, immers binnen dertien weken na aanschaf van de voorziening. Ten onrechte acht de Inspecteur de aanschaf in dit geval voltooid zodra de voorziening volledig - reeds door voldoening van de vorenbedoelde eerste termijn - betaald was. Een redelijke toepassing van artikel 8n, lid 2 van de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag (tekst-2001), waarin het begrip 'aanschaf' niet nader is omschreven, brengt mee dat dit begrip niet in voor belanghebbende nadeliger zin wordt opgevat dan zoals het is omschreven in artikel 1, lid 2, van de Regeling Energiepremie die deel uitmaakt van de brochure Energiezuinig kopen en wonen die in kopie als bijlage 15 bij het verweerschrift is overgelegd. Die omschrijving luidt: 'aanschaf: het volledig in eigendom krijgen van het apparaat of de voorziening, de kosten moeten zijn betaald en het apparaat of de voorziening moet zijn aangebracht of geïnstalleerd en in gebruik genomen'.

5. Het vorenoverwogene brengt mee dat de Inspecteur ten onrechte belanghebbende de premie van - naar op zichzelf niet in geschil is - (36,8 m² à ƒ 20 ofwel) ƒ 736 heeft geweigerd.

slotsom:

Het beroep is gegrond.

proceskosten:

De proceskosten van belanghebbende zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op zijn reiskosten, begroot op (€ 16,40 [NS-retour [Z]-Arnhem 2e klas] +€ 6,40 [bus in beide steden heen en terug, 8 strippen à € 0,80]), zijn verblijfkosten, begroot op € 1,20 en zijn verletkosten, begroot op (5 uur à € 30 ofwel) € 150, in totaal derhalve € 174.

beslissing:

Het Gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak van de Inspecteur;

- vernietigt de daarbij gehandhaafde beschikking van 6 november 2001 voor zover hierbij de aanvraag om energiepremie voor de gevelisolatie is afgewezen;

- wijst de aanvraag om energiepremie voor gevelisolatie toe voor een bedrag van ƒ 736 ofwel € 333,98;

- handhaaft die beschikking voor het overige;

- gelast de Staat aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van € 109 te vergoeden;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 174, te vergoeden door de Staat.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 23 december 2003 door mr. De Kroon, raadsheer, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(W.J.N.M. Snoijink) (M.C.M. de Kroon)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 5 januari 2004

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schrif-telijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzend-datum van het proces-verbaal van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt, is hiervoor een griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt om een schriftelijke uitspraak te verkrijgen, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.