Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AN8049

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-10-2003
Datum publicatie
13-11-2003
Zaaknummer
21-002039-02
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2005:AS1884
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2005:AS1884
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden- dat verdachte een belangrijk aandeel heeft gehad in een aantal zeer gewelddadige delicten. Bij de bewezenverklaarde feiten is een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, gebruikt, waarmee verschillende personen, onverhoeds geconfronteerd zijn, louter vanuit het oogpunt de diefstallen te vergemakkelijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-002039-02

Uitspraak dd. : 21 oktober 2003

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te Arnhem

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Zwolle van 30 juli 2002 in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres]

thans verblijvende in PI Flevoland - HvB Almere Binnen te Almere.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 27 mei 2003 en 7 oktober 2003, en overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte heeft ter terechtzitting opgegeven dat hij geen rechtsmiddel heeft willen instellen tegen dat deel van het vonnis, waarvan beroep, waarbij hij ter zake van het onder 3 telastegelegde werd vrijgesproken, zodat het hof verstaat dat het hoger beroep van verdachte uitsluitend is gericht tegen dat deel van het vonnis, waarvan beroep, waarbij verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair, 5 primair en 6 primair telastegelegde werd veroordeeld. Ook de advocaat-generaal heeft opgegeven dat het hoger beroep van de officier van justitie zich niet richt tegen dat deel van het vonnis, waarbij verdachte terzake van het onder 3 telastegelegde werd vrijgesproken.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis, waarvan beroep, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd dat:

(zie voor de inhoud van de dagvaarding bijlage II)

Indien in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het 4 primair telastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat telastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair, 5 primair en 6 primair telastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

(zie voor de inhoud van de bewezenverklaring bijlage III)

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair en 6 primair bewezenverklaarde:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.

ten aanzien van het 5 primair bewezenverklaarde:

Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden- dat verdachte een belangrijk aandeel heeft gehad in een aantal zeer gewelddadige delicten. Bij de bewezenverklaarde feiten is een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, gebruikt, waarmee verschillende personen, onverhoeds geconfronteerd zijn, louter vanuit het oogpunt de diefstallen te vergemakkelijken.

Daarnaast zijn, tijdens het onder 4 bewezenverklaarde, twee jonge kinderen van 4 en 9 jaar in de wurggreep genomen en is een pistool tegen hun hoofden gedrukt. Tijdens het plegen van dit feit is bovendien geschoten op een persoon die in de betreffende woning aanwezig was, waardoor deze persoon letsel heeft opgelopen. De gewetenloosheid van verdachte blijkt ook uit het feit dat verdachte tijdens de overval, bewezenverklaard onder 2, een 5 maanden zwangere vrouw heeft bewusteloos geslagen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke overvallen als door verdachte (en zijn mededaders) gepleegd vaak nog lange tijd nadat de overval heeft plaatsgevonden zich niet meer veilig voelen. Een dergelijke ervaring pleegt niet alleen op korte, maar ook op langere termijn psychologische schade te veroorzaken. Vooral voor jonge slachtoffers plegen dergelijke gevolgen zeer traumatiserend te zijn. Naast gevoelens van angst en onveiligheid bij het slachtoffer dragen de gebeurtenissen ook bij aan algemene gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

Het hof acht, reeds gelet op de ernst en aard van de feiten, een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen. Bij tussenarrest van 10 juni 2003 heeft het hof een gedragsdeskundige rapportage bevolen, teneinde zich te doen informeren omtrent de persoon van verdachte. Verdachte heeft geen medewerking aan de totstandkoming van de rapportage verleend. Dit leidt ertoe dat het beeld uit de oude rapportages, waarin een gestoorde gewetensfunctie wordt beschreven, niet is verdwenen. Ook de verklaring van de getuige [getuige 1] inhoudende dat verdachte het plegen van overvallen als een hobby ziet, is niet ontzenuwd. De klinische psycholoog Deenen heeft in zijn rapportage van 23 september 2003 geconcludeerd dat de feiten verdachte volledig kunnen worden toegerekend. Het hof neemt die conclusie over en onderschrijft tevens de conclusie dat verdachte eigen keuzes maakt om zich ‘grensoverschrijdend’ te gedragen. Tot enige matiging van een lange gevangenisstraf geeft het voorgaande geen enkele aanleiding. In tegendeel, het hof acht gevaar voor herhaling geenszins uitgesloten.

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met behulp waarvan het telastegelegde en bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

De vordering van de benadeelde partij 1

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2317,49 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij 2

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1500,-- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij 3

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1500,-- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij 4

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.341,54 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.024,22.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Voor het overige is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij 5

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.125,-- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij 6

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.000,-- ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Het hof ziet aanleiding terzake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

De vordering van de benadeelde partij 7

De benadeelde partij heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 322,71 ingesteld. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

De vordering is naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Verstaat, dat het door verdachte en het openbaar ministerie ingestelde rechtsmiddel niet is gericht tegen dat deel van het vonnis, waarvan beroep, waarbij verdachte terzake van het onder 3 telastegelegde werd vrijgesproken.

Vernietigt het vonnis, voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het 4 primair telastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 4 subsidiair, 5 primair en 6 primair telastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

de in beslag genomen voorwerpen

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

70,80 gram verdovende middelen, kleur wit; 2 wapens, Star, cal. 635, kleur zwart; 1 mes, zwart handvat en zilverkleurig lemmet; 1 stuk verdovende middelen, kleur wit.

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1 leren jas, afgezet met bont, kleur zwart; 1 pet, kleur beige; 2 poststukken; 1 paar schoeisel; 1 jas, kleur blauw; 2 paar schoeisel, merk Timberland;

1 boek, kleur blauw, opschrift Maduro & Curiels bank n.v.; 1 gsm toestel met adapter, merk Sagem, kleur blauw; 3 foto's, waarvan 1 foto in zilverkleurige lijst.

De aan benadeelde partij 1 toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij 1, te betalen een bedrag van € 2.317,49 (tweeduizend driehonderd zeventien euro en negenenveertig cent) met dien verstande dat indien en voorzover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst verdachte in de op de vordering gevallen kosten en bepaalt deze, voorzover aan de zijde van de benadeelde partij gevallen, op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij 1een bedrag te betalen van € 772,50 (zevenhonderd tweeënzeventig euro en vijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat inzoverre komt te vervallen.

de benadeelde partij 2 toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij 2 betalen een bedrag van € 1.500,-- (duizend vijfhonderd euro) met dien verstande dat indien en voorzover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst verdachte in de op de vordering gevallen kosten en bepaalt deze, voorzover aan de zijde van de benadeelde partij gevallen, op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij 2 een bedrag te betalen van € 500,-- (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat inzoverre komt te vervallen.

de aan benadeelde partij 3 toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij 3 te betalen een bedrag van € 1.500,-- (duizend vijfhonderd euro) met dien verstande dat indien en voorzover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst verdachte in de op de vordering gevallen kosten en bepaalt deze, voorzover aan de zijde van de benadeelde partij gevallen, op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij 3 een bedrag te betalen van € 500,-- (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat inzoverre komt te vervallen.

de aan benadeelde partij 4 toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij 4, te betalen een bedrag van € 1.024,22 (duizend vierentwintig euro en tweeëntwintig cent) met dien verstande dat indien en voorzover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij 4 in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst verdachte in de op de vordering gevallen kosten en bepaalt deze, voorzover aan de zijde van de benadeelde partij gevallen, op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij 4 een bedrag te betalen van € 341,41 (driehonderd eenenveertig euro en eenenveertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat inzoverre komt te vervallen.

de aan benadeelde partij 5 toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij 5, te betalen een bedrag van € 1.125,-- (duizend eenhonderd vijfentwintig euro) met dien verstande dat indien en voorzover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst verdachte in de op de vordering gevallen kosten en bepaalt deze, voorzover aan de zijde van de benadeelde partij gevallen, op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij 5 een bedrag te betalen van € 375,-- (driehonderd vijfenzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat inzoverre komt te vervallen.

de aan benadeelde partij 6 toegebrachte schade

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij 6, te betalen een bedrag van € 1.000,-- (duizend euro) met dien verstande dat indien en voorzover zijn mededaders betalen verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd.

Verwijst verdachte in de op de vordering gevallen kosten en bepaalt deze, voorzover aan de zijde van de benadeelde partij gevallen, op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij 6 een bedrag te betalen van € 333,33 (driehonderd drieëndertig euro en drieëndertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat inzoverre komt te vervallen.

de aan benadeelde partij 7 toegebrachte schade

Verklaart de benadeelde partij 7, in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door

mr Vegter, voorzitter,

mrs De Vries en Van Ditzhuijzen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van Schoenmaker, griffier,

en op 21 oktober 2003 ter openbare terechtzitting uitgesproken.