Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AK4036

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
06-08-2003
Datum publicatie
17-09-2003
Zaaknummer
02-00750
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2005:AU3550
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is of, voor de toepassing van artikel 2 Verordening rioolrechten 2000, belanghebbendes onroerende zaak als één of als twee zelfstandige woonruimten moet worden aangemerkt (in welk geval de feitelijke gebruikers zelfstandig in de heffing dienen te worden betrokken) of dat er sprake is van één onroerende zaak in welk geval één eigenaar/zakelijk gerechtigde in de heffing dient te worden betrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2004/98
FutD 2003-1720
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

zesde enkelvoudige belastingkamer

nummer 02/00750 (gemeentelijke belastingen)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Epe (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : aanslag gemeentelijke belastingen

nummer : [01]

mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. Op 31 oktober 2001 is aan belanghebbende een aanslag gemeentelijke belastingen rioolrecht voor eigenaren ten bedrage van f.168,76 (€ 76,58) opgelegd.

2. Belanghebbende is eigenaar van een onroerende zaak gelegen aan de [a-weg 1 te Z]. De woning is gelegen op kadastraal perceel [sectie b, nummer 02 te Z] en wordt administratief aangeduid als [a-weg 1 bij]. Op een gedeelte van de voornoemde onroerende zaak hebben de ouders van belanghebbende een recht van vruchtgebruik. Belanghebbendes gezin en zijn ouders hebben het gemeenschappelijke gebruik van één douche en één toilet.

3. In geschil is of, voor de toepassing van artikel 2 Verordening rioolrechten 2000, belanghebbendes onroerende zaak als één of als twee zelfstandige woonruimten moet worden aangemerkt (in welk geval de feitelijke gebruikers zelfstandig in de heffing dienen te worden betrokken) of dat er sprake is van één onroerende zaak in welk geval één eigenaar/zakelijk gerechtigde in de heffing dient te worden betrokken.

4. Belanghebbende heeft krachtens eigendom genot van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en is op grond daarvan rioolrecht verschuldigd.

5. De vraag of belanghebbendes vader vanwege zijn recht van vruchtgebruik voor het door hem bewoonde deel terecht als belastingplichtige voor het "rioolrecht voor eigenaren is aangeslagen" kan in deze procedure niet aan de orde komen.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;

- vernietigt de onderhavige belastingaanslag;

- gelast dat de gemeente Epe aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht van € 29.

Aldus gedaan op 6 augustus 2003 door mr. J. Lamens, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Leij als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(K. van der Leij) (J. Lamens)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 20 augustus 2003

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.