Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AJ3238

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-07-2003
Datum publicatie
09-09-2003
Zaaknummer
02-01419
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het Hof stelt belanghebbende zich - kort gezegd - op het standpunt dat, nu de Ambtenaar de voor de forensenbelasting belastingplichtige [A] niet in de heffing van de forensenbelasting van de gemeente Rijssen heeft betrokken, de Ambtenaar het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. Dit heeft volgens belanghebbende tot gevolg dat de onderhavige aanslag dient te worden vernietigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2003, 1548
Belastingblad 2003/1310

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

tweede meervoudige belastingkamer

nummer 02/01419 (forensenbelasting)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

Belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Rijssen (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : aanslag forensenbelasting 2001

nummer : [01]

mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. Voor het Hof stelt belanghebbende zich - kort gezegd - op het standpunt dat, nu de Ambtenaar de voor de forensenbelasting belastingplichtige [A] niet in de heffing van de forensenbelasting van de gemeente Rijssen heeft betrokken, de Ambtenaar het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. Dit heeft volgens belanghebbende tot gevolg dat de onderhavige aanslag dient te worden vernietigd.

2. De Ambtenaar bestrijdt de stelling van belanghebbende dat in dezen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel met het betoog dat het gelijkheidsbeginsel eerst dan wordt geschonden indien grote groepen potentiële belastingplichtigen buiten de belastingheffing worden gelaten.

3. Dit betoog van de Ambtenaar is onjuist. Van schending van het gelijkheidsbeginsel - als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur - kan sprake zijn indien - kort gezegd - (1) de Ambtenaar een begunstigend beleid voert, (2) ten aanzien van (een) bepaalde belastingplichtige(n) sprake is van een "oogmerk tot begunstiging" of (3) de zogenoemde meerderheidsregel wordt geschonden.

4. De Ambtenaar heeft gesteld en het Hof acht aannemelijk dat ten aanzien van [A] sprake is van een incidentele fout. Dit betekent dat de begunstigende behandeling van genoemde [A] niet berust op een "begunstigend beleid" van de Ambtenaar en dat in dezen evenmin sprake is van een "oogmerk tot begunstiging".

5. Bij toepassing van de meerderheidsregel gaat het erom of in de meerderheid van de met het geval van belanghebbende vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege is gebleven. Indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, dient deze - in de meerderheid van de vergelijkbare gevallen door het bestuursorgaan gevolgde - gedragslijn ook in het geval van belanghebbende te worden gevolgd.

6. Nu belanghebbende echter slechts één concreet geval heeft genoemd, is toepassing van de meerderheidsregel in het onderhavige geval niet aan de orde.

7. Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt derhalve.

slotsom:

Het beroep is ongegrond.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan op 23 juli 2003 te Arnhem door de vice-president mr. Van Schie als voorzitter en de raadsheren mr. Den Ouden en mr. Ettema, in tegenwoordigheid van mw. mr. Aalbersberg als griffier. De uitspraak is op genoemde datum door de voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter van de voormelde kamer,

(L.A. Aalbersberg) (P.M. van Schie)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 28 juli 2003

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.