Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AH9910

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-07-2003
Datum publicatie
16-07-2003
Zaaknummer
02-02000
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Met dagtekening 30 april 2001 is aan belanghebbende de onderhavige waardebeschikking ingevolge de Wet WOZ afgegeven. Belanghebbende heeft (..) tegen deze beschikking bezwaar gemaakt. Belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar. (..) Het Hof is van oordeel dat belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in zijn bezwaar. Uit het bezwaarschrift van 14 mei 2001 had het de Ambtenaar duidelijk kunnen zijn dat belanghebbende het niet eens is met de bij de onderhavige beschikking vastgestelde waarden van de daarin vermelde onroerende zaken. Het bezwaar is daarmee naar de eisen van de wet voldoende gemotiveerd. Dat belanghebbende boven zijn bezwaarschrift 'pro forma bezwaarschrift' heeft vermeld en dat hij heeft verzocht om uitstel voor zijn motivering doet aan het vorenstaande niet af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2003, 1266
FutD 2003-1346
Belastingblad 2003/943

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

negende enkelvoudige belastingkamer

nummer 02/02000 (WOZ)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Deventer (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : beschikking waardevaststelling ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) voor het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004

nummer : […/0003]

mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. Met dagtekening 30 april 2001 is aan belanghebbende de onderhavige waardebeschikking ingevolge de Wet WOZ afgegeven.

2. Belanghebbende heeft met dagtekening 14 mei 2001 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt, welk bezwaarschrift op 15 mei 2001 bij de gemeente Deventer is binnengekomen.

3. Belanghebbende heeft in zijn bezwaarschrift onder meer het volgende aangevoerd:

'(…) Mijn bezwaar richt zich tegen de vaststelling van elke waarde als in deze beschikking genoemd.

De reden is dat de waarden van de objecten naar mijn mening te hoog zijn vastgesteld. Minnelijke waarderingen als gedaan in 2000 geven hele andere bedragen te zien. (…)'

4. Bij de thans bestreden uitspraak is belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar. De Ambtenaar stelt daartoe dat belanghebbende zijn bezwaarschrift niet binnen de bij brief van 14 juni 2001 voor de nadere motivering van zijn bezwaarschrift gestelde termijn van vier weken heeft gemotiveerd. De Ambtenaar heeft belanghebbende vervolgens bij brief van - kennelijk - 2 april 2002 een laatste termijn van twee weken gesteld. Ook die termijn is door belanghebbende niet benut.

5. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in zijn bezwaar. Uit het bezwaarschrift van 14 mei 2001 had het de Ambtenaar duidelijk kunnen zijn dat belanghebbende het niet eens is met de bij de onderhavige beschikking vastgestelde waarden van de daarin vermelde onroerende zaken. Het bezwaar is daarmee naar de eisen van de wet voldoende gemotiveerd. Dat belanghebbende boven zijn bezwaarschrift 'pro forma bezwaarschrift' heeft vermeld en dat hij heeft verzocht om uitstel voor zijn motivering doet aan het vorenstaande niet af.

6. Ten overvloede merkt het Hof op dat belanghebbende in zijn bezwaarschrift heeft verzocht om toezending van het taxatieverslag welke hij nodig had om het bezwaar nader te motiveren. Nu door de Ambtenaar niet is gesteld dat toezending heeft plaatsgevonden en zulks evenmin uit de stukken blijkt, gaat het Hof er van uit dat toezending achterwege is gebleven zodat belanghebbende bezwaarlijk kan worden tegengeworpen dat hij zijn bezwaar niet nader heeft gemotiveerd. Nog daargelaten dat de Ambtenaar belanghebbende onjuist heeft geïnformeerd door in zijn brief van - kennelijk - 2 april 2002 aan te kondigen dat bij uitblijven van een nadere motivering belanghebbende 'in principe niet-ontvankelijk' zal worden verklaard. De Algemene wet bestuursrecht voorziet (slechts) in het niet-ontvankelijk verklaren van een bezwaarschrift, de door de Ambtenaar genoemde 'in principe'-variant kan slechts leiden tot onduidelijkheid en verwarring aan de zijde van belanghebbende.

proceskosten:

In beroep is niet gebleken van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en ook overigens niet van kosten die volgens artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht kunnen worden begrepen in een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;

- verklaart belanghebbende alsnog ontvankelijk in het bezwaar;

- draagt de Ambtenaar op met inachtneming van deze uitspraak opnieuw uitspraak te doen op het door belanghebbende ingestelde bezwaar;

- gelast dat de gemeente Deventer aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht van € 29.

Aldus gedaan op 4 juli 2003 door mr.drs. A.M. van Amsterdam, lid van de negende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Sitsen als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(J.M. Sitsen) (A.M. van Amsterdam)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 4 juli 2003

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.