Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AH9298

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-06-2003
Datum publicatie
07-07-2003
Zaaknummer
02-02846
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2005:AR7769
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2005:AR7769
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Partijen houdt verdeeld, of de voormelde leges terecht op grond van tariefonderdeel 5.5 voormeld zijn geheven. (..)

Het aangehaalde tariefonderdeel 5.5 vermeldt geen tarief. Het stelt de belastingplichtige aldus niet in staat de omvang te kennen van de leges voor het in behandeling nemen van een tot partiële herziening van een geldend bestemmingsplan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2003, 1270
FutD 2003-1326
Belastingblad 2003/1101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

derde meervoudige belastingkamer

nummer 02/2846 (leges)

U i t s p r a a k

op het beroep van [X] te [Z] (hierna te noemen: belanghebbende) tegen de uitspraak van het hoofd afdeling Financiën van de gemeente Heerde (hierna: de Ambtenaar) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen het na te melden gevorderde bedrag aan leges.

1. Gevorderd bedrag en bezwaar

1.1. Bij brief van 25 maart 2002, verzonden op 26 maart 2002, kenmerk [Rovob/01], is 'namens het college van Heerde' [het hoofd van de afdeling Ruimtelijke ordening, Volkshuisvesting en Bouwzaken aan Makelaardij A ter attentie van B] kennisgegeven van een gevorderd bedrag van € 4 537,80 aan leges 'voor de 35e partiële herziening bestemmingsplan Agrarisch Gebied'.

1.2. Op het bezwaarschrift van [B] voornoemd heeft de Ambtenaar bij uitspraak van 18 juni 2002, verzonden op 19 juni 2002, het gevorderde bedrag 'ad € 4 590,67' gehandhaafd.

2. Geding voor het Hof

2.1. Het beroepschrift is ter griffie ontvangen op 8 juli 2002.

2.2. Tot de stukken van het geding behoren het verweerschrift en de daarin genoemde bijlagen.

2.3. Bij het onderzoek ter zitting op 8 april 2003 te Arnhem zijn gehoord [woordvoerders van de Ambtenaar]. Belanghebbendes gemachtigde] is met telefonische kennisgeving aan de griffier niet verschenen.

3. De vaststaande feiten

3.1. Belanghebbende heeft enkele tientallen jaren gewoond in de woning plaatselijk bekend [a-weg 1 te Z] (hierna: de woning). De woning betrof in feite een als zodanig in gebruik zijnd gedeelte van de bebouwing bij een andere woning, plaatselijk bekend [a-weg 2].

3.2. Het perceel waarop de woning staat is kadastraal bekend gemeente Heerde, [sectie a, nummer 1]. Het ligt in het onder 1.1 genoemde bestemmingsplan dat is vastgesteld bij raadsbesluit van 23 oktober 1989 en heeft daarin de bestemming 'houtopstanden' gekregen. De bebouwing op het perceel is sindsdien in strijd met die bestemming. De woning mag volgens de overgangsbepalingen in de planvoorschriften wel onderhouden maar niet vernieuwd worden. In het voordien geldende bestemmingsplan had de grond waarop de woning staat de bestemming 'woondoeleinden'.

3.3. Begin 1998 is belanghebbende hulpbehoevend geworden en moest hij verhuizen. Hij bood de woning ten verkoop aan bij [Makelaardij A te Z]. Bij kadastraal onderzoek bleek de makelaar dat op grond van de geldende bestemming (ver-)nieuwbouw niet mogelijk zou zijn.

3.4. In de destijds bestaande situatie waren de woningen [a-weg 1 en 2] als het ware geschakeld gebouwd. De woning met nummer [2] was echter volledig vernieuwd. 'De woning van belanghebbende met nummer [1] was oud en moest hetzij volledig vernieuwd hetzij gesloopt worden. De door hem gewenste situatie was nieuwbouw op een nieuw aan de westzijde gelegen bouwblok, zodat dit centraal op het perceel zou komen te liggen en vrij van huisnummer [2].

3.5. Het daartoe strekkende schriftelijke verzoek van de makelaar van 25 november 1998 is door het college van burgemeester en wethouders van Heerde (hierna: het college) als strijdig met het bestemmingplan afgewezen bij brief van 25 maart 1999. Daarbij geeft het college te kennen dat het bereid is tot medewerking aan het in gang zetten van een partiële herziening van het bestemmingplan Agrarisch Gebied, doch dat de kosten hiervan volgens de gemeentelijke legesverordening, alsook die van een op het perceel uit te voeren verkennend bodemonderzoek, voor rekening van de eigenaar komen. Voorts bevat de brief een voorbehoud over de uitkomst van de ten minste tien tot twaalf maanden in beslag nemende herzieningsprocedure.

3.6. Daarop heeft de voormelde gemachtigde de raad verzocht het bestemmingsplan partieel te herzien opdat de voormelde woning gelegaliseerd wordt en daarvoor geen kosten aan belanghebbende in rekening te brengen.

3.7. In de voormelde kennisgeving, die in kopie als bijlage a bij het verweerschrift is overgelegd, zijn de kosten gespecificeerd als volgt:

Advertentiekosten, vastbedrag ƒ 1.450,00 € 657,98

Kosten eigen dienst ƒ 3.305,22 € 1.499,84

Kosten [C] ƒ 6.154,61 € 2.792,84

Totale kosten: ƒ 10.909,83 € 4.950,67.

De totale kosten passen niet binnen het geraamde bedrag van € 4 537,80 (ƒ 10 000,-). Derhalve wordt het totale geraamde bedrag in rekening gebracht. (…)

3.8. Bij raadsbesluit van 9 november 1999 is de Legesverordening gemeente Heerde 2000 vastgesteld, waarvan de te dezen van belang zijnde bepalingen luiden als volgt:

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'leges' worden rechten geheven ter zake van het door of vanwege de gemeente verlenen van de diensten, bedoeld in deze verordening en in de bij deze verordening behorende tabel.

Artikel 3 Belastingplicht

De leges worden geheven van de aanvrager, dan wel van degene te wiens behoeve de dienst wordt aangevraagd.

(…)

Artikel 5 Belastingtarief

1. De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel.

2. (…)

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota, of andere schriftuur.

(…)

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van leges.

3.9. De genoemde tarieventabel luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Hoofdstuk 5 Bouwvergunningen

(…)

5.2. Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van:

5.2.1. een vergunning (bouwvergunning) ingevolge artikel (…)

5.5. Indien op aanvraag een besluit moet worden genomen tot (partiële) herziening van een geldend bestemmingsplan, worden de hieraan verbonden werkelijke kosten bij de aanvrager in rekening gebracht. Over de hoogte van het in rekening te brengen bedrag wordt de aanvrager voor het in behandeling nemen van de aanvraag door middel van een gespecificeerde begroting van de kosten door burgemeester en wethouders geïnformeerd.

4. Het geschil en de standpunten van partijen

4.1. Partijen houdt verdeeld, of de voormelde leges terecht op grond van tariefonder-deel 5.5 voormeld zijn geheven.

4.2. Elk van de partijen heeft voor haar standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van haar afkomstige stukken.

4.3. Daaraan is mondeling toegevoegd - zakelijk weergegeven - namens de Ambtenaar:

4.3.1. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan van 23 oktober 1989 is slechts één woning gezien. Dat er sprake was van twee onder één kap, had destijds wellicht onderkend kunnen worden. De uiterlijke verschijning van het bouwblok was echter die van één woning.

4.3.2. De brief van de gemachtigde van 14 februari 2000 is aangemerkt als aanvraag.

4.3.3. Het bedrag van ƒ 4 500 aan 'kosten begeleiding procedure' als vermeld op blad 2 van de begroting van 1 mei 2000 (aan de gemachtigde verzonden op 3 mei 2000) is ambtelijk vastgesteld aan de hand van ervaringsfeiten.

4.3.4. Een aanvrager moet zelf inzicht geven in de noodzaak van een bodemonderzoek. Als deze niet weet hoe hoog de kosten daarvan zullen oplopen, kan hij nadere inlichtingen bij de gemeente inwinnen.

4.3.5. De legesverordening van Heerde is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Tariefonderdeel 5.5 wordt steeds te goeder trouw gehanteerd.

4.4. Belanghebbende verzoekt in beroep - naar het Hof verstaat - de aangevallen uitspraak en het gevorderde bedrag te vernietigen en vast te stellen dat hem een vergoeding van de betaalde kosten van het wijzigen van het bestemmingsplan en een redelijke vergoeding van de door hem geleden schade wegens gederfde rente-inkomsten zal worden toegekend, met veroordeling van de Ambtenaar in de kosten van deze procedure.

4.5. De Ambtenaar concludeert tot bevestiging van zijn uitspraak.

5. Beoordeling van het geschil

5.1. Het aangehaalde tariefonderdeel 5.5 vermeldt geen tarief. Het stelt de belastingplichtige aldus niet in staat de omvang te kennen van de leges voor het in behandeling nemen van een tot partiële herziening van een geldend bestemmingsplan. Zoals volgt uit de arresten van de Hoge Raad van 22 juli 1985, nr. 22 780, Belastingblad 1985, blz. 493, BNB 1985/259*, en van 1 maart 1989, nr. 25 996, Belastingblad 1989, blz. 320, BNB 1989/127, is dat tariefonderdeel in strijd met artikel 217, lid 1, van de Gemeentewet, zodat daaraan verbindende kracht moet worden ontzegd.

5.2. Het bepaalde in de tweede volzin van tariefonderdeel 5.5 voorziet voorts niet in een voorafgaande kostenopgaaf met meerdaagse bedenktijd (vergelijk hof 's-Gravenhage 12 juli 1989, nr. 2995/88, Belastingblad 1990, blz. 307). Bovendien verdraagt de taak tot het verstrekken van informatie vooraf die in die volzin wordt opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders, zich niet met de volgens artikel 217 voormeld aan de raad toekomende bevoegdheid tot vaststelling van het tarief en met de bevoegdheid van de in artikel 231, lid 2, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar tot vaststelling van het gevorderde bedrag (artikel 233a, lid 2, in verbinding met artikel 231, lid 1, van de Gemeentewet en met artikel 5 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).

5.3. Ten overvloede geldt, dat heffing van leges uit kracht van de voormelde verordening - volgens artikel 6 op andere wijze dan bij wege van aanslag of voldoening op aangifte - voorts niet mogelijk is daar de verordening niet de wijze bepaalt waarop de belastingschuld aan de belastingplichtige wordt bekendgemaakt. Dit is in strijd met artikel 233a, lid 1, eerste volzin, van de Gemeentewet. In het onderhavige geval is de belastingschuld bekendgemaakt aan een ander dan belanghebbende, en wel aan zijn gemachtigde, die blijkens bijlage i van het verweerschrift namens belanghebbende het college had verzocht de noodzakelijke partiële planherziening in gang te zetten. Voor zover de delegatie waarin artikel 11 van de verordening voorziet, is te herleiden tot hetgeen artikel 233a voormeld, lid 1, in de twee volzin bepaalt, doet zij aan dit oordeel niet af, nu niet is gebleken dat het college met gebruikmaking van die delegatie de in artikel 11 voormeld bedoelde nadere regels heeft gegeven en naar de eis van artikel 139 van de Gemeentewet bekend heeft gemaakt.

5.4. Het uit kracht van het onverbindende tariefonderdeel 5.5 gevorderde bedrag kan niet in stand blijven. De grieven van belanghebbende behoeven verder geen bespreking.

5.5. Het verzoek van belanghebbende om vaststelling van een vergoeding als onder 4.4 genoemd is niet vatbaar voor inwilliging op de voet van artikel 8:73 van de Algemene wet bestuursrecht. Niet is gesteld of gebleken en ook op zichzelf is niet aannemelijk te achten dat die kosten en schade in betekenende mate zijn veroorzaakt door de onderhavige legesheffing.

6. Slotsom

Het beroep is gegrond.

7. Proceskosten

De proceskosten van belanghebbende zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op 1x € 322,- x 1,5 = € 483.

8. Beslissing

Het Gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak van de Ambtenaar alsmede het daarbij gehandhaafde gevorderde bedrag;

- wijst het verzoek van belanghebbende om veroordeling van de gemeente Heerde tot vergoeding van schade af;

- gelast de gemeente Heerde aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van € 29 te vergoeden;

- veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 483, te vergoeden door de gemeente Heerde.

Aldus gedaan te Arnhem op 27 juni 2003 door mr. Röben, voorzitter, mr. Kooijmans en mr.drs. Spek in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier.

(W.J.N.M. Snoijink) (J.B.H. Röben)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 juni 2003

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het college van burgemeester en wethouders binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

De partij die beroep in cassatie instelt, is een griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.