Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AH8767

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-05-2003
Datum publicatie
30-06-2003
Zaaknummer
02-02397
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is of belanghebbende tijdig een energiepremie heeft aangevraagd.

Wetsverwijzingen
Wet belastingen op milieugrondslag 36p, geldigheid: 2003-05-20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2004/4.3

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

derde meervoudige belastingkamer

nummer 02/02397 (energiepremie)

U i t s p r a a k

op het beroep van [X] te [Z] (hierna te noemen: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Inspecteur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen [P/Team Energiepremies Q] op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de na te melden beschikking.

1. Beschikking en bezwaar

1.1. Bij beschikking van 10 december 2001, kenmerk Verz.nr. […], heeft de Inspecteur het verzoek van belanghebbende om toekenning van energiepremie voor een foto-voltaïsch (hierna: PV-)systeem en een zonneboiler in zijn nieuwbouwwoning [a-weg 3 te Z] afgewezen.

1.2. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de Inspecteur bij uitspraak van 2 april 2002 de beschikking gehandhaafd.

2. Geding voor het Hof

2.1. Het beroepschrift is ter griffie ontvangen op 13 mei 2002.

2.2. Tot de stukken van het geding behoren het verweerschrift en de daarin genoemde bijlagen.

2.3. Bij het onderzoek ter zitting op 8 april 2003 te Arnhem, waarin dit beroep en dat van [bewoner-1] (hofkenmerk 02/02396) gelijktijdig zijn behandeld, zijn gehoord belanghebbende, bijgestaan door [bewoner-1] voornoemd, alsmede [de Inspecteur].

2.4. De notities van het pleidooi dat belanghebbende ter zitting heeft gehouden worden als hier herhaald en ingelast beschouwd.

3. De vaststaande feiten

3.1. Aan belanghebbende is op 22 februari 2001 zijn nieuwbouwwoning aan de [a-weg 3] (hierna: de woning) opgeleverd door[de aannemer] als onderdeel van een project van twaalf duurzame en energiezuinige halfvrijstaande kwaliteitswoningen aan de [a-weg 1, 2, 3, 4, 5 en 6], [b-weg 7 en 8] en [c-weg 9, 10, 11 en 12], in het plan '[d]' te [Z].

3.2. De woning is onder meer voorzien van een zonneboiler met een opbrengst van 3,5 Gigajoule en een PV-systeem met een piekvermogen van 450 Watt. De laatste betaling voor de woning is verricht op 21 mei 2001.

3.3. Namens de bewoners van de twaalf woningen, waaronder belanghebbende, is door [bewoner-2] van [a-weg 6], bij brief van 8 juli 2001 aan [het energiebedrijf te R,] medegedeeld dat bij de start van het bouwproject is aangegeven dat de aannemer de aanvraag van energiepremie zou regelen, dat bij navraag echter gebleken is dat deze daartoe nog geen stappen had ondernomen en dat navraag bij [het energiebedrijf] leerde dat de bewoners deze subsidie dienden aan te vragen. In de brief is verder een collectieve subsidieaanvraag aangekondigd en de verwachting uitgesproken dat eind augustus 2001 de twaalf aanvraagformulieren met de van de aannemer verkregen bescheiden zouden kunnen worden samengevoegd. De brief besluit met: 'Ik hoop dat u met de voorgestelde procedure kunt instemmen.'

3.4. De ontvangst van de voormelde brief is door [het energiebedrijf], schriftelijk bevestigd op 11 juli 2001.

3.5. Het aanvraagformulier is gedagtekend 1 september 2001 en door [het energiebedrijf] ontvangen op 4 september 2001.

3.6. Op het onder 3.5. genoemde formulier is onder het kopje 'Let op' onder meer vermeld:

o Zie voor de exacte premievoorwaarden de brochure 'Energiepremie 2001, de Regeling'.

o Aanvraag binnen 13 weken na laatste betaling sturen aan energiebedrijf dat energie levert aan het adres waar de maatregelen aangebracht zijn (zie retouradres [energiebedrijf] aan de linkerzijde).

(…)

o Een PV-systeem met een vermogen van ten hoogste 500 Wpiek mag u ook zelf installeren.

3.7. Als bijlage 15 bij het verweerschrift is een kopie van de zo-even genoemde brochure overgelegd. Daarin opgenomen is de tekst van de zogenoemde Regeling Ener-giepremies 2001 met de ondertitel 'Procedure indiening verzoek om toekenning Energie-premie', waarvan de artikelen 1 en 11, voor zover hier van belang, luiden:

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

1. (…)

2. aanschaf: het volledig in eigendom krijgen van het apparaat of de voorziening; de kosten moeten zijn betaald en het apparaat of de voorziening moet zijn aangebracht of geïnstalleerd en in gebruik genomen;

3. aanvraag: een schriftelijk verzoek met behulp van een aanvraagformulier om een energiepremie krachtens deze Regeling Energiepremies 2001 ingediend na de aanschaf;

4. aanvraagformulier: een van de bij ministeriële Regeling Energiepremies 2001 van de Staatssecretaris van Financiën aangewezen aanvraagformulieren, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regeling, die onder meer verkrijgbaar zijn bij het energiebedrijf;

5. aanvrager: eigenaar, huurder of verhuurder van een als woning gebruikte onroerende zaak waaraan gas, elektriciteit of warmte/koude wordt geleverd, die een apparaat of voorziening aanschaft en een beroep doet op artikel 36p van de Wet belastingen op milieugrondslag;

(…)

19. kosten: de noodzakelijke, rechtstreeks aan zowel de aanschaf als het doen aanbrengen van het apparaat of de voorziening toe te rekenen kosten, die al dan niet door een derde, zijnde een ondernemer, in rekening zijn gebracht en door de aanvrager zijn betaald, met inbegrip van de omzetbelasting;

(…)

Artikel 11 Tijdig indienen aanvraag

1. Een aanvraag is tijdig ingediend als de aanvraag is ingediend binnen dertien weken nadat de kosten zijn betaald en de apparaten of voorzieningen zijn geïnstalleerd of aangebracht en in gebruik genomen.

2. Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend beslist het energiebedrijf de aanvraag af te wijzen.

3.8. Bij brief van 20 september 2001 heeft [het energiebedrijf] belanghebbende bericht, diens aanvraag niet verder in behandeling te kunnen nemen omdat de aanvraag niet binnen dertien weken na de laatste betaling op 21 mei 2001 is ingediend.

3.9. Bij brief van 30 oktober 2001, door de Inspecteur ontvangen op dezelfde datum, heeft belanghebbende verzocht de afwijzing van [het energiebedrijf] te herzien. Bij de bestreden beschikking heeft de Inspecteur dit verzoek afgewezen. Zijns inziens is voor de zonneboiler, die is betaald op 21 mei 2001, de aanvraag bij het energiebedrijf binnengekomen op 4 september 2001 en dus te laat, en is het PV-systeem in week 38 geïnstalleerd door de aannemer doch diende het, om voor premie in aanmerking te komen, te zijn geïnstalleerd door 'een installateur conform REI 1994', aan welke eis de aannemer, volgens de aan de Inspecteur ter beschikking staande gegevens, niet voldeed.

3.10. De zo-even genoemde brief van 30 oktober 2001 is in kopie als bijlage 3 bij het verweerschrift overgelegd. Deze brief verwijst naar een daar genoemde bijlage 4, die eveneens in kopie is overgelegd en waarin de aannemer onder dagtekening 25 september 2001 aan belanghebbende bevestigt

dat de uiteindelijke afronding van de werkzaamheden aan het PV-systeem heeft plaatsgevonden in week 38 van 2001.

Tot deze week heeft het PV-systeem niet gewerkt en hebben wij werkzaamheden door onze installateur laten verrichten om het PV-systeem werkend te laten maken. Dit betekent dat als installatiedatum week 38 van 2001 gezien dient te worden.

3.11. Als bijlage 5 bij belanghebbendes brief van 30 oktober 2001 is een installatie-verklaring van [de installateur] van 19 oktober 2001 overgelegd. Deze vermeldt van de zonneboiler het merk Atag en het type Econorm Horizontaal 2,83 m² alsmede de datum van installatie, 29 januari 2001. Bij het verweerschrift in de onder 2.3. vermelde beroepszaak is als derde bijlage van bijlage 1 bovendien een bevestiging van de aannemer aan [bewoner-1] voormeld overgelegd

dat de uiteindelijke afronding van de werkzaamheden aan het zonneboilersysteem heeft plaatsgevonden in week 34 van 2001.

Tot deze week heeft het zonneboilersysteem niet gewerkt en hebben wij werkzaamheden door onze installateur laten verrichten om het zonneboilersysteem werkend te laten maken. Dit betekent dat als installatiedatum week 34 van 2001 gezien dient te worden.

3.12. Bij de aangevallen uitspraak heeft de Inspecteur de beschikking gehandhaafd, omdat een aanvraag binnen dertien weken na de aanschaf bij het energiebedrijf moet zijn binnengekomen, hij de datum van officiële oplevering van nieuwbouwwoningen beschouwt als het moment waarop de aanschaf plaatsheeft, de woningen aan de e[a-weg, b-weg en c-weg] in januari en februari 2001 zijn opgeleverd en toen de PV-systemen en zonneboilers reeds waren geïnstalleerd, 'zij het dat ze nog niet in werking waren gesteld'.

3.13. De aanvragen voor [a-weg 1, 2 en 6], [b-weg 7 en 8] en [c-weg 10] zijn volledig toegewezen en die voor [c-weg 11] gedeeltelijk (tot een bedrag van ƒ 3 000). Afgewezen zijn die voor [a-weg 3] (belanghebbende), [a-weg 4 en 5] alsmede [c-weg 9 en 11] [belanghebbende] voornoemd).

4. Het geschil en de standpunten van partijen

4.1. Partijen houdt verdeeld,

4.1.1. of belanghebbende de energiepremie tijdig heeft aangevraagd en, zo neen,

4.1.2. of de Inspecteur het gelijkheidsbeginsel schendt door de aanvraag af te wijzen.

4.2. Belanghebbende beantwoordt beide vragen bevestigend, de Inspecteur ontken-nend.

4.3. Elk van de partijen heeft voor haar standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van haar afkomstige stukken.

4.4. Daaraan is mondeling, behalve de inhoud van de voormelde pleitnotities, toegevoegd - zakelijk weergegeven -

4.4.1. door belanghebbende:

4.4.1.1. De aanvraag van de bewoner van [c-weg 9] is inmiddels afgewezen.

4.4.1.2. Hij heeft het lange wachten op de aangekondigde beslissing op zijn verzoek om heroverweging in het kader van het gelijkheidsbeginsel niet als prettig ervaren, maar wil er geen juridische gevolgen aan verbinden.

4.4.2. en namens de Inspecteur:

4.4.2.1. De meerderheidsregel is in deze groep van gevallen niet van toepassing.

4.4.2.2. De Regeling Energiepremies 2001 kent geen vooraanvraag en geen collectieve (voor)aanvraag. Als deze wordt gedaan, is dat geen aanvraag en dus ook niet een die in de zin van artikel 5 van die regeling niet compleet zou kunnen zijn.

4.4.2.3. Er is geen reden de feitelijke ingebruikneming op een ander tijdstip te leggen dan bij de oplevering met sleuteloverdracht.

4.4.2.4. De betaling van de laatste termijn aan de notaris is de volledige afbetaling, die samen met de oplevering de aanschaf volledig maakt.

4.4.2.5. De Belastingdienst staat voor de taak die bij het energiebedrijf is gelegd. Idealiter zou het bedrijf op de collectieve vooraanvraag hebben gereageerd met een brief waarin belanghebbende was gewezen op het belang van een tijdige en ook naar de vorm juiste indiening van een aanvraag. In de praktijk was het succes van de energiepremies zo veel groter dan tevoren ingeschat, dat voorrang moest worden gegeven aan bewaking van de procedures van reeds ingediende aanvragen. Dat die keuze moest worden gemaakt, kan de Belastingdienst niet worden tegengeworpen. Aan niet als aanvraag onderkende brieven kon geen tijd worden besteed.

4.4.2.6. Hij kan niet de beweegreden van [het energiebedrijf] nagaan om enkel de ontvangst te bevestigen en de indieners niet te wijzen op de te volgen aanvraagprocedure.

4.4.2.7. Oplevering en ingebruikname is in principe hetzelfde. Als belanghebbende eerst na de oplevering wil verhuizen, is dat zijn keus.

4.4.2.8. De brief van de aannemer van 25 september 2001 (bijlage 4 bij bijlage 3 van het verweerschrift) is eerst achteraf opgesteld en is hier niet van belang.

4.5. Belanghebbende verzoekt in beroep - naar het Hof verstaat - alsnog in aanmer-king te komen voor de gevraagde energiepremie met betrekking tot het PV-systeem en de zonneboiler.

4.6. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van zijn uitspraak.

5. Beoordeling van het geschil

5.1. Volgens artikel 8n, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag (Stcrt. 1994, 251, zoals gewijzigd bij besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 22 december 1999, Stcrt. 1999, 250, blz. 23; hierna: Ubm) wordt het verzoek om toekenning van energiepremie als bedoeld in artikel 36p, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag gedaan bij de belastingplichtige die aardgas of elektriciteit levert aan de als woning gebruikte onroerende zaak ten behoeve waarvan het apparaat of de voorziening is aangeschaft. Volgens het derde lid wordt het verzoek gedaan met gebruikmaking van een formulier dat in overeenstemming is met één van de in de bijlage bij de Ubm opgenomen modellen.

5.2. Naar van algemene bekendheid is, liep de onder 3.10. genoemde week 38 vanaf maandag 17 tot en met zondag 23 september 2001 en de onder 3.11. genoemde week 34 vanaf maandag 20 tot en met zondag 26 augustus 2001. Uit de aldaar weergegeven bevestigingen van de aannemer wordt voldoende aannemelijk, dat het PV-systeem en de zonneboiler niet reeds werkten op de onder 3.8. vermelde datum van de laatste betaling maar eerst werkten en in gebruik genomen konden zijn op 17 september onderscheidenlijk 20 augustus 2001. Hieraan doet, anders dan de Inspecteur meent, niet af dat de eerste bevestiging eerst achteraf is opgesteld. De datum ervan, 25 september 2001, was de eerste dinsdag na de genoemde week 38. Voorts wordt de inhoudelijke juistheid van de bevestigingen door de Inspecteur niet gemotiveerd betwist.

5.3. Volgens de hiervoor onder 3.7. aangehaalde artikelen 1, tweede lid, en 11, eerste lid, van de Regeling Energiepremies 2001 bepaalt het tijdstip waarop de voorziening in gebruik is genomen mede of de aanvraag tijdig is ingediend. Gelet hierop verdedigt de Inspecteur ten onrechte dat belanghebbende het verzoek om toekenning van energiepremie te laat heeft gedaan, immers niet binnen dertien weken na de oplevering van de woning op 22 februari 2001.

5.4. Hierbij valt op te merken dat de Regeling Energiepremies 2001 kennelijk speciaal met het oog op gebruik door particulieren is geschreven en naar inhoud en vormgeving de indruk kan wekken een officiële, door de overheid vastgestelde of erkende regeling te zijn. Noch in haar tekst, noch in de brochure waarin zij is opgenomen, noch op het aanvraagformulier staat een clausule of waarschuwing dat aan die Regeling geen rechten kunnen worden ontleend indien en voor zover zij afwijkt van de Ubm. Ook bij het verweerschrift is een overdruk van de brochure met de daarin opgenomen Regeling overgelegd. Die Regeling is dan ook kennelijk met goedvinden of medeweten van de Belastingdienst openbaar gemaakt. Zij leent zich er dan ook toe tussen de betrokkenen als rechtsregels te worden toegepast.

5.5. De onder 4.1.1. geformuleerde vraag wordt bevestigend beantwoord. Het punt van geschil onder 4.1.2. behoeft dan geen beantwoording meer.

6. Slotsom

Het beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak en de daarbij gehandhaafde beschikking kunnen niet in stand blijven. Belanghebbende heeft recht op energiepremie van (450 Wpiek à ƒ 7,50 ofwel) ƒ 3 375 voor het PV-systeem en ƒ 1 500 voor de zonneboiler, in totaal derhalve ƒ 4 875 ofwel € 2 212,18.

7. Proceskosten

De proceskosten van belanghebbende zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op zijn reis- en verblijfkosten van € 23 en zijn verletkosten, ter zitting zonder bezwaar van de Inspecteur begroot op (4 uur à € 40 ofwel) € 160, samen derhalve € 183.

8. Beslissing

Het Gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak van de Inspecteur;

- wijst het verzoek om energiepremie toe voor een bedrag van € 2 212,18;

- gelast de Staat aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van € 109 te vergoeden;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 183, te vergoeden door de Staat.

Aldus gedaan te Arnhem op 20 mei 2003 door mr. Röben, voorzitter, mr. Kooijmans en mr.drs. Spek in tegenwoordigheid van mr. Snoijink als griffier.

De griffier is verhinderd de uitspraak mede te ondertekenen.

(J.B.H. Röben)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 20 mei 2003

Ieder van de partijen kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

De partij die beroep in cassatie instelt, is een griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.