Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AF8754

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-01-2003
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
2002/715
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Wijziging van omstandigheden rechtvaardigen opnieuw een toelating tot de schuldsaneringsregeling binnen één jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

Arrest

in de zaak van:

E,

wonende te Zutphen,

appellante,

procureur: mr A.F.M. van Vlijmen.

1. Het geding in eerste aanleg

Bij vonnis van de rechtbank te Zutphen van 4 november 2002 is het verzoek van appellante (hierna te noemen: E) tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.

Het hof verwijst naar voornoemd vonnis, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij ter griffie van het hof op 11 november 2002 ingekomen verzoekschrift is E in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis en heeft zij het hof verzocht het voormelde vonnis te vernietigen en alsnog het verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling toe te wijzen.

2.2 Het hof heeft kennisgenomen van de bij het verzoekschrift behorende stukken.

2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 december 2002, waarbij E is verschenen in persoon, bijgestaan door mr J.H. van den Sigtenhorst, advocaat te Zutphen.

3. De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.

3.2 Ten aanzien van E en haar toenmalige echtgenoot de heer B (hierna te noemen: B) is bij vonnissen van de rechtbank te Zwolle van 6 juni 2000 de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard. Bij vonnissen van 28 september 2001 van die rechtbank zijn de schuldsaneringsregelingen van E en B tussentijds beëindigd, omdat zij tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling nieuwe bovenmatige schulden hebben laten ontstaan. E en B zijn van rechtswege in staat van faillissement komen te verkeren bij het in kracht van gewijsde gaan van laatstgenoemd vonnis.

Op 16 januari 2002 zijn de faillissementen van E en B bij gebrek aan baten opgeheven.

3.3 E heeft opnieuw toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling aangevraagd. Volgens haar heeft zich sinds de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregelingen een zodanige wijziging van omstandigheden voorgedaan dat toewijzing van haar vordering gerechtvaardigd zou zijn. Hiertoe heeft E onder meer het volgende aangevoerd. Op 14 januari 2002 is het huwelijk tussen B en haar door echtscheiding ontbonden. Sindsdien heeft zij geen nieuwe schulden laten ontstaan. De schuld aan de fiscus betreffende de motorrijtuigenbelasting voor de op haar naam staande auto heeft zij betaald. Hoewel zij in verband met haar gevorderde leeftijd – zij is 61 jaar oud – geen vaste dienstbetrekking kan vinden en hoewel zij wegens psychische klachten, ontstaan door huwelijkse problemen, nog steeds onder behandeling is, verricht zij mede ten behoeve van haar schuldeisers regelmatig via uitzendbureaus productiewerkzaamheden.

3.4 Naar het oordeel van het hof is voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden als door E bedoeld. Toen zij nog met B gehuwd was, kon E zich er niet tegen verzetten dat deze ten laste van de tussen hen bestaande algehele gemeenschap van goederen schulden maakte, omdat B haar in die periode lichamelijk en geestelijk mishandelde. Door de echtscheiding heeft E aan die situatie een einde gemaakt. Dat E sinds de echtscheiding (zelf) geen nieuwe schulden heeft gemaakt, acht het hof voldoende aannemelijk. In het feit dat E zich inzet om, ondanks het feit dat het wegens de door haar genoemde omstandigheden niet mogelijk is een vaste werkkring te vinden en ondanks het feit dat zij nog steeds psychische klachten heeft, werkzaamheden te verrichten die veelal niet licht zijn, ziet het hof voldoende aanwijzing dat E bereid is zich in te spannen om haar schulden zoveel als in redelijkheid mogelijk is, te betalen. Ook het feit dat E inmiddels de door haar bedoelde schuld aan de fiscus heeft voldaan, wijst daarop.

Het hof zal daarom het vonnis waarvan beroep vernietigen en de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaren.

4. De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank te Zutphen van 4 november 2002 en, opnieuw rechtdoende:

verklaart de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing ten aanzien van E.

Dit arrest is gewezen door mrs Steeg, Van Wijland-Kalkman en Wefers Bettink en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2003.