Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AF7116

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-02-2003
Datum publicatie
11-04-2003
Zaaknummer
02-01514
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2003, 714
FutD 2003-0738

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

eerste enkelvoudige belastingkamer

nummer 02/01514 (inkomstenbelasting)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

Belanghebbende : [X]

te : [Z]

Verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren [P]

Aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

Nummer : [...H06]

Mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. Belanghebbende is universitair afgestudeerd in de sociale wetenschappen en is gespecialiseerd in de hulpverlening aan vrouwen. Zij werkt in het onderhavige jaar als junior trainer/adviseur/onderzoeker en project-medewerker in de non profit-sector.

2. In september 2000 is belanghebbende begonnen aan een vier-jarige opleiding aan de school voor sjamanisme te [Q]. In de folder van deze school wordt de opleiding aangemerkt als een aanvullende beroepsopleiding die in feite bestemd is voor ieder spiritueel ingesteld mens die zijn ervaringen tijdens de opleiding opgedaan, wil integreren in zijn leven, werk of toekomstig werk. De docenten die aan de school verbonden zijn, hebben veelal een eigen praktijk en werken vanuit hun specifieke kwaliteit met sjamanistische kennis.

3. Belanghebbende heeft in aanvulling op haar aangifte ter zake van voornoemde opleiding een bedrag van ƒ 3.629 aan buitengewone lasten (studiekosten) opgevoerd, welke kosten door de Inspecteur niet in aftrek zijn toegelaten.

4. Ter verdediging van haar standpunt dat de kosten aftrekbaar zijn op grond van artikel 46, lid 1, letter c, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, voert belanghebbende aan dat de opleiding sjamanisme een opleiding is voor een toekomstig beroep en in haar geval ook voor een economische en financiële verbetering kan zorgen. In eerste instantie staat haar daarbij voor ogen dat zij naast haar bestaande werk als sjamanistisch trainer en begeleider in de weekends workshops zal geven waaruit extra inkomsten vloeien en waarbij zij tevens ervaring opdoet met sjamanistische technieken. Na verloop van tijd wil zij deze technieken toepassen in haar werk als trainer/adviseur/onderzoeker en projectmedewerker om op lange termijn als zelfstandig gevestigd sjamanistisch trainer en begeleider haar inkomen te verdienen. Zij geeft daarbij aan dat sjamanistische trainers die weekenden geven tijdens de opleiding per dagdeel € 160 (beginnend trainer) of € 227 (ervaren trainers) verdienen.

5. Alvorens het Hof toekomt aan de beoordeling of een bepaalde opleiding de maatschappelijke en financiële positie van een cursist kan verbeteren, zal de vraag moeten worden beantwoord of de kwalificatie sjamaan naar maatschappelijke maatstaven beoordeeld als een (zelfstandig) beroep kan worden aangemerkt dan wel of deze kwalificatie staat voor een bepaalde levenshouding.

6. In de tot de gedingstukken behorende folders wordt met betrekking tot de basiscursus Sjamanisme onder meer vermeld:

" In de tradities van vele volkeren over de hele wereld kom je de persoon van de Sjamaan ……tegen. Het zijn de medicijnman of vrouw, de druïdes. Wijze mensen die "het evenwicht herstellen".

(…)

Door de eeuwen heen hebben sjamanen, hun technieken slechts overgedragen op hun opvolger. Tegenwoordig is het voor ieder die dat wenst mogelijk om deze technieken aan te leren als middel van persoonlijke groei".

Voorts wordt met betrekking tot de opleiding gesteld:

"Een sjamaan weet dat ieder mens over helende en zelfhelende vermogens beschikt.

(…)

Via de opleiding willen we je leren je eigen kracht, de krachten van de natuur en de krachten uit andere dimensies op een bewuste manier met alles wat er is te verbinden en met respect te gebruiken.

(…)

Sjamanisme is geen religie. Sjamanisme kan ook niet worden onderwezen. Het volgen van deze opleiding maakt geen sjamaan van je. Wel zal de kwaliteit van je leven verbeteren, als je bereid bent in contact te treden met de wereld van de sjamaan (…)

Het doel van de Stichting School voor Sjamanisme is mensen die zich tot het bovenstaande voelen aangetrokken een opleidingsmogelijkheid te bieden zich hierin te specialiseren, zodat dit bewustzijn opnieuw een plek kan krijgen binnen onze cultuur.

De opleiding is een aanvullende beroepsopleiding en dus voor iedereen die zich via de school verder wil ontwikkelen en wat je daar hebt ervaren wil integreren in zijn op haar leven, werk of toekomstig werk. In feite voor iedereen die een spiritueel ingesteld mens is".

7. Uit de omschrijving en de doelstelling van de cursus/opleiding zoals weergegeven onder punt 6 leidt het Hof af dat deze primair is gericht op de verbetering van de persoonlijke levenssfeer respectievelijk levenshouding van de cursist met name op het zich bewust worden van reeds in de mens zelf aanwezige en daar buiten gelegen krachten. Dat een persoon die dit bewustzijn in zijn leven integreert die levenshouding tevens uitstraalt in zijn werk of er zelfs uitdrukkelijk voor kiest om voor deze levenshouding een belangrijke plaats in te ruimen bij de uitoefening van het door hem uitgeoefende beroep of discipline, maakt van die levenshouding als zodanig echter nog geen beroep.

8. Het Hof merkt in dit verband op dat de docenten die aan de school verbonden zijn veelal reeds een eigen praktijk als therapeut hebben en vanuit die specifieke kwaliteit met sjamanistische kennis werken. Dit is ook hetgeen belanghebbende voor ogen staat: het aanwenden van haar opgedane ervaringen met het sjamanisme in haar huidige werk als trainer en in de toekomst - onder het opgeven van haar huidige dienstbetrekking - als zelfstandig trainer/therapeut. De omstandigheid dat zij in de beginfase van haar opleiding tot sjamaan tijdens weekends workshops wil begeleiden die voor haar extra verdiensten opleveren, brengt daar naar het oordeel van het Hof geen verandering in, nu zij over de mogelijke netto-opbrengst van deze verdiensten niets heeft gesteld en deze activiteiten binnen het kader van de opleiding worden verricht.

9. Belanghebbende heeft ook overigens tegenover de betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat redelijkerwijs van het volgen van de onderhavige opleiding op den duur - na de voltooiing daarvan - een verbetering van haar financieel-economische positie valt te verwachten.

10. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel onder verwijzing naar andere - niet met name genoemde - cursisten bij wie de kosten van de opleiding wel in aftrek zijn toegelaten, is te vaag en algemeen om daaruit de conclusie te trekken dat de Inspecteur het gelijkheidsbeginsel zou hebben geschonden door die aftrek bij belanghebbende niet toe te staan.

slotsom:

Het beroep is ongegrond.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan op 25 februari 2003 door mr. M.C.M. de Kroon, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Sitsen als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(J.M. Sitsen) (M.C.M. de Kroon)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 6 maart 2003

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.