Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AF5050

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-02-2003
Datum publicatie
26-02-2003
Zaaknummer
02-00947
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2003, 436

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

vijfde enkelvoudige belastingkamer

nummer 02/00947 (inkomstenbelasting)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

ambtenaar : Inspecteur/Belastingdienst Particulieren [P]

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift

soort belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

jaar : 1999

mondelinge behandeling : op 21 januari 2003 te Arnhem

waarbij verschenen : belanghebbende, alsmede [de Inspecteur]

gronden:

1. Het onderscheid dat de wetgever heeft gemaakt in de hoogte van het arbeidskostenforfait bij aanwezigheid van inkomsten uit tegenwoordige arbeid (forfait f 3.174) en inkomsten uit vroegere arbeid (forfait f 1.055) gaat uit van de veronderstelling, dat op de inkomsten van hen die nog werken meer kosten van verwerving drukken dan op de inkomsten van hen die niet meer werken. Dit vormt een onderscheid dat berust op objectieve en redelijke gronden. Van verboden discriminatie in strijd met enige rechtsregel is geen sprake.

2. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat zijn voor aftrek in aanmerking komende kosten hoger zijn dan het bedrag van f 1.055.

3. Belanghebbende heeft in dit geding met betrekking tot de kosten van zijn PC geen bewijs geleverd voor de stelling dat sprake zou zijn van voor aftrek in aanmerking komende giften.

4. Ter zitting heeft belanghebbende zijn grief inzake de bijtelling van rente laten varen.

5. De Inspecteur heeft ter zitting gesteld dat de aanslag, in verband met fouten van de fiscus bij de berekening van de drempels voor buitengewone lasten en giften, eerder te laag dan te hoog is vastgesteld.

slotsom:

Het beroep van belanghebbende is niet gegrond.

proceskosten:

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht vindt het hof geen termen aanwezig.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de bestreden uitspraak.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2003 door mr Röben, vice-president, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Jansen, als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(D.N.N. Jansen) (J.B.H. Röben)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 5 februari 2003

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.