Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2003:AF4567

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-01-2003
Datum publicatie
18-02-2003
Zaaknummer
02-00838
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

twaalfde enkelvoudige belastingkamer

nummer 02/00838 (ozb)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Almere (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : aanslag onroerende-zaakbelasting

nummer : [01]

mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2001 wegens het feitelijk gebruik van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [a-weg 1 te Q], een aanslag in de onroerende-zaakbelasting van de gemeente Almere opgelegd naar een bedrag van € 239,68.

2. De onroerende zaak werd bij het begin van het onderhavige jaar door belanghebbende en [A] gezamenlijk bewoond. Beiden stonden vanaf 1 februari 2000 op genoemd adres als ingezetenen ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Almere.

3. Belanghebbende die de juistheid van de aanslag op zichzelf niet betwist, bepleit dat ieder van de genoemde gebruikers van de onderhavige zaak in de belasting wordt betrokken voor de helft van het onder 1 genoemde bedrag.

4. Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt ingevolge artikel 1, lid 2, onderdeel a van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2001 van de gemeente Almere gebruik door de leden van een huishouding aangemerkt als gebruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

5. De Ambtenaar voert het beleid dat bij gelijktijdige inschrijving in de basisadministratie het oudste lid van de huishouding als gebruiker van de onroerende zaak in de heffing van de onroerende-zaakbelasting wordt betrokken.

6. Nu belanghebbende bij het begin van het onderhavige jaar de oudste in leeftijd was, is de onderhavige aanslag terecht aan hem opgelegd. Het is aan belanghebbende zelf om tot een onderlinge verrekening van de belastingschuld te komen.

slotsom:

Het beroep is ongegrond.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan op 24 januari 2003 door mr. J.A. Monsma, lid van de twaalfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(J.L.M. Egberts) (J.A. Monsma)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 24 januari 2003

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.