Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AI1683

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-06-2002
Datum publicatie
25-07-2018
Zaaknummer
2001/724
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet meewerken aan conservatoir derdenbeslag op aandelen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2003, 404
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 juni 2002

tweede civiele kamer

rolnummer 01/724

G E R E C H T S H O F T E A R N H E M

Arrest

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Club Cruise Entertainment & Travelling Services Europe B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Eltek Telecom B.V.,

gevestigd te Barneveld,

appellanten,

procureur: mr. J.M.J. Huver,

tegen:

de naamloze vennootschap Bewijk N.V.

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

niet verschenen.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor de procedures in eerste aanleg wordt verwezen naar de inhoud van de vonnissen van 19 juli 2001 die de rechtbank te Arnhem tussen appellanten (hierna ook te noemen: Club en Eltek) als gedaagden onder rolnummer 00-1868 resp. 00-1866 en geïntimeerde (hierna ook te noemen: Bewijk) als eiseres heeft gewezen; van die vonnissen is een fotocopie aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Club respectievelijk Eltek heeft bij exploot van 24 augustus 2001 Bewijk aangezegd van die vonnissen in hoger beroep te komen, met dagvaarding van Bewijk voor dit hof. Tegen Bewijk is verstek verleend.

2.2

Bij memorie van grieven hebben Club en Eltek een grief tegen de

bestreden vonnissen aangevoerd en toegelicht, hebben zij vijf nieuwe producties in het geding gebracht, en hebben zij gevorderd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende,

primair: Bewijk zal veroordelen in de kosten van beide instanties;

subsidiair: de proceskosten in eerste aanleg zal compenseren en Bewijk zal veroordelen in de kosten van het hoger beroep;

meer subsidiair: de proceskostenveroordeling in eerste aanleg zal matigen tot de kosten der dagvaardingen in eerste aanleg, met veroordeling van Bewijk in de kosten van het hoger beroep;

uiterst subsidiair: de proceskosten in eerste aanleg zal matigen tot een bedrag als het hof zal vermenen te behoren met compensatie van de kosten van het hoger beroep.

2.3

Vervolgens hebben Club en Eltek de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

3 De grief

Voor de inhoud van de grief van Club en Eltek verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4 De vaststaande feiten

De rechtbank heeft in de bestreden vonnissen onder 1.1 tot en met 1.4 feiten vastgesteld. Aangezien daartegen als zodanig geen grieven zijn aangevoerd of bezwaren zijn geuit, zal het hof in hoger beroep ook van die feiten uitgaan. Club en Eltek hebben in hoger beroep hieraan toegevoegd (produktie 5 bij memorie van grieven), dat bij vonnis van de rechtbank te Arnhem van 20 december 2001, rolnummer 00-1672 de vorderingen van Bewijk tegen [bestuurder] zijn afgewezen.

5 De beoordeling van het hoger beroep

5.1

In verband met een vordering die Bewijk op [bestuurder] als bestuurder van Triathlon Telecom Services B.V. heeft, heeft zij conservatoir derdenbeslag gelegd op de aandelen van Club en Eltek waarvan [bestuurder] rechthebbende is. Op 24 respectievelijk 26 oktober 2000 heeft de deurwaarder proces-verbaal opgemaakt van haar constatering dat Club respectievelijk Eltek niet heeft voldaan aan de sommatie in het door haar betekende exploit van 17 respectievelijk 19 oktober 2000 om op 18 oktober 2000 om 11.00 uur, respectievelijk 25 oktober 2000 om 10.00 uur, ten kantore van de deurwaarder deze haar register van aandeelhouders te tonen en de deurwaarder terstond de daarin geplaatste aantekening namens die vennootschappen van de datum en tijdstip van dit beslag, de naam van de beslaglegger en het getal en (zo mogelijk) de nummers van de in beslag genomen aandelen mede te laten ondertekenen. Op 7 november 2000 heeft Bewijk de inleidende dagvaarding op grond van art. 444b Rv. aan Club en Eltek doen betekenen. Op 10 november 2000 hebben Club en Eltek alsnog het register met de daarin vereiste aantekening namens hen aan de deurwaarder getoond, welke registers vervolgens door de deurwaarder mede zijn ondertekend.

5.2

Bewijk heeft in de onderhavige procedures op grond van de artikelen 474c leden 4, 5 alsmede 7 jo 444b Rv. van Club en Eltek, gevorderd dat zij zullen worden veroordeeld het bedrag van de vordering waarvoor de beslagen zijn gelegd (met rente en kosten) te voldoen, alsmede de kosten van de onderhavige procedures, waaronder mede begrepen de kosten van de conservatoire derdenbeslagen. Bewijk stelt dat Club en Eltek niet hebben voldaan aan hun verplichting om medewerking te verlenen aan de beslagen door (onder meer) het beslag in de registers van aandeelhouders terstond in te schrijven. De rechtbank heeft de vordering van Bewijk jegens Club en Eltek tot schadevergoeding afgewezen, maar heeft Club en Eltek wel veroordeeld in de kosten van de onderhavige procedures (waartoe volgens de rechtbank niet de kosten van beslaglegging behoren).

5.3

De grieven richten zich tegen de door de rechtbank uitgesproken kostenveroordelingen ten laste van Club en Eltek. Club en Eltek voeren aan dat:

  1. aantekening in het register van aandeelhouders geen constitutief vereiste is voor de rechtsgeldigheid van het gelegde beslag;

  2. de respectievelijke registers van aandeelhouders niet konden worden getoond in verband met een verhuizing van Club en Eltek;

  3. Bewijk jegens [bestuurder] in eerste aanleg in het ongelijk is gesteld;

  4. Bewijk de proceskosten onnodig heeft gemaakt, omdat zij de zaak op 16 november 2000 heeft aangebracht, terwijl Club en Eltek reeds op 10 november 2000 aan hun verplichtingen hebben voldaan;

  5. de proceskosten alleen de kosten van de gelijkluidende dagvaardingen kunnen betreffen;

  6. Bewijk nodeloos ‘met een kanon op een mug’ heeft geschoten.

5.4

Het hof oordeelt te dien aanzien het volgende.

5.5

In geval van conservatoir beslag op aandelen dient terstond in het aandeelhoudersregister een namens de vennootschap ondertekende en door de deurwaarder mede-ondertekende aantekening geplaatst te worden betreffende - kort gezegd – een aantal beslaggegevens (art. 474c lid 4 jo 702 Rv.). Voor zover thans van belang is de vennootschap verplicht haar medewerking te verlenen aan het zojuist vermelde (art. 474c lid 5 Rv.). Indien de vennootschap die medewerking niet verleent, dan kan zij met toepassing van art. 444b lid 1 Rv. worden veroordeeld tot voldoening van het bedrag waarvoor het beslag wordt gelegd, met rente en kosten (art. 474c lid 7 Rv.).

5.6

Ingevolge voornoemde bepalingen is vereist dat Club en Eltek ‘terstond’, dat wil zeggen onmiddellijk, hun medewerking verlenen om de bedoelde aantekening van het beslag te plaatsen en door de deurwaarder mede te laten ondertekenen. De deurwaarder heeft in de desbetreffende exploten Club en Eltek nog enig respijt gegeven. Club en Eltek hebben ook binnen de in die sommaties genoemde termijnen niet voldaan aan hun genoemde verplichtingen. Dat de aantekening in het register van aandeelhouders geen constitutief vereiste is voor de rechtsgeldigheid van het gelegde beslag, doet niet af aan de wettelijke verplichting van Club en Eltek om de bewuste medewerking terstond te verlenen.

5.7

Dat Club en Eltek het aandeelhoudersregister niet konden tonen, omdat de vennootschappen waren verhuisd, doet aan hun zojuist genoemde verplichting niet af. Ingevolge art. 2:194 BW dient het aandeelhoudersregister ten kantore van de vennootschap te worden bewaard. Dat het register van beide vennootschappen als gevolg van een verhuizing enige tijd zoek was, is een omstandigheid die in beginsel voor risico van Club en Eltek komt. Zij dienen hun administratieve organisatie zo te hebben ingericht dat aan de onderhavige wettelijke verplichting tot het terstond ter hand kunnen stellen van de aandeelhoudersregisters kan worden voldaan. Feiten of omstandigheden die voor dit geval aanleiding zouden geven tot een ander oordeel zijn door Club en Eltek niet gesteld.

5.8

Nu Club en Eltek niet – zoals ingevolge art. 474c lid 4 jo lid 5 Rv. is vereist – hun medewerking hebben verleend om ‘terstond’, dat wil zeggen onmiddellijk, de bedoelde aantekening van het beslag te plaatsen en door de deurwaarder mede te laten ondertekenen, hebben zij Bewijk aanleiding gegeven de onderhavige procedure jegens hen te beginnen. Op 7 november 2000 heeft Bewijk de inleidende dagvaardingen doen betekenen tot het verkrijgen van schadevergoeding van Club en Eltek wegens het niet voldoen aan de onderhavige verplichtingen. Eerst op 10 november 2000 hebben Club, respectievelijk Eltek, aan die verplichtingen voldaan. Aldus hebben Club en Eltek aanleiding gegeven tot de onderhavige procedures, ook al hebben zij in de loop van die procedures aan hun verplichtingen voldaan en heeft de rechtbank op die grond de vordering van Bewijk jegen hen afgewezen. Club en Eltek zijn aldus te beschouwen als de partijen die in het ongelijk zijn gesteld in de zin van art. 56 lid 1 oud Rv., thans art. 237 lid 1 Rv, en die deswege in de proceskosten kunnen worden veroordeeld. Hieraan doet niet af dat de vordering van Bewijk tot schadevergoeding is afgewezen, evenmin als daaraan afdoet de (mogelijke) omstandigheid dat uiteindelijk de vordering van Bewijk op [bestuurder] is afgewezen.

5.9

Behoudens hetgeen in 5.10 zal worden overwogen, hebben Club en Eltek onvoldoende gesteld en is ook niet gebleken dat Bewijk onnodige proceskosten heeft gemaakt. Na het uitbrengen van de inleidende dagvaardingen hebben Club en Eltek Bewijk niet verzocht, hetgeen op hun weg had gelegen, de zaken niet aan te brengen. Aldus zijn Club en Eltek ook kosten verschuldigd wegens salaris van de procureur. Voor zover Club en Eltek met hun standpunt, dat Bewijk “nodeloos met een kanon op een mug (heeft) geschoten”, hebben willen betogen dat Bewijk (anderszins) haar bevoegdheid tot het instellen van de onderhavige vorderingen heeft misbruikt, hebben zij daartoe onvoldoende gesteld.

5.10

Voor zover de grief betrekking heeft op de omvang van de door de rechtbank toegewezen proceskosten, slaagt zij. In deze zaken gaat het om een belang van afgerond fl. 8.300.000,--.

Ingevolge het Liquidatietarief, tarief VIII, wordt ieder punt gewaardeerd met fl. 6.100,--. De rechtbank stelde het salaris van de procureur van Bewijk in iedere zaak vast op f. 12.200,--. Het hof ziet evenwel redenen een lager bedrag vast te stellen. Deze redenen zijn de navolgende:

  • -

    i) de procedures in eerste aanleg zijn blijkens de gedingstukken niet erg bewerkelijk geweest. In beide procedures zijn gelijkluidende stellingen ontwikkeld.

  • -

    ii) in de procedure van Bewijk tegen [bestuurder] had niet meer kunnen worden toegewezen dan door Bewijk was gevorderd. De procedures van Bewijk tegen Club respectievelijk Eltek hadden via de weg van art. 444b Rv. kunnen leiden tot twee toewijzingen van de beslagen vordering met dito proceskostenveroordelingen. Er valt echter geen te honoreren reden te bedenken op grond waarvan twee procedures in plaats van één procedure aanhangig werden gemaakt. In casu leidden die procedures tot twee kostenveroordelingen, waarvan de hoogte telkens was gerelateerd aan die ene beslagen vordering. Het hof acht zulks disproportioneel.

  • -

    iii) de procedure in eerste aanleg betrof meer de vraag welke rechtsgevolgen er verbonden zijn aan de toepassing van art. 474c en 444b Rv. dan de toewijzing van de hoofdvordering van afgerond f. 8.300.000,--.

Het hof stelt het salaris voor de procureur van Bewijk in eerste aanleg in beide zaken daarom vast op (thans) EUR 780,50, hetgeen in iedere zaak EUR 390,25 is.

6 Slotsom

De grief slaagt waar zij betrekking heeft op de omvang van de door de rechtbank toegewezen proceskostenveroordelingen. Alleen in zoverre moeten de bestreden vonnissen worden vernietigd. Voor het overige faalt de grief en moeten de bestreden vonnissen, voor zover zij in hoger beroep ter discussie zijn gesteld, worden bekrachtigd. Nu de partijen in hoger beroep over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

7 De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt het tussen Bewijk en Club gewezen vonnis van de rechtbank te Arnhem van 19 juli 2001, rolnummer 00-1868, voor zover in dit hoger beroep aan de orde, met dien verstande dat in de proceskostenveroordeling de post wegens salaris van de procureur wordt gesteld op EUR 390,25 in plaats van f. 12.200,--, waartoe het vonnis in zoverre wordt vernietigd;

bekrachtigt het tussen Bewijk en Eltek gewezen vonnis van de rechtbank te Arnhem van 19 juli 2001, rolnummer 00-1866, voor zover in dit hoger beroep aan de orde, met dien verstande dat in de proceskostenveroordeling de post wegens salaris van de procureur wordt gesteld op EUR 390,25 in plaats van f. 12.200,--, waartoe het vonnis in zoverre wordt vernietigd;

compenseert de proceskosten in hoger beroep in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door mrs Heisterkamp, Tjittes en Hillen en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2002.