Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AF3390

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-12-2002
Datum publicatie
27-01-2003
Zaaknummer
02/00460
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2003-0222
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

vierde enkelvoudige belastingkamer

nummer 02/00460 (inkomstenbelasting)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

ambtenaar : Inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren [P]

aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 27 december 2001 op bezwaar

navorderingsaanslag nummer : 210.47.765.H.07

soort belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

jaar : 2000

mondelinge behandeling : op 19 november 2002 te Arnhem door mr. Matthijssen, raadsheer, in tegenwoordigheid van mevrouw Vermeulen-Post en mevrouw Grob, griffiers

waarbij verschenen : belanghebbende en [belanghebbendes adviseur, alsmede de Inspecteur]

gronden:

1. Belanghebbende is geboren op 18 augustus 1935. Hij is gehuwd met mevrouw [X-Y], geboren op 21 april 1938. In het jaar 2000 heeft hij van drie inhoudingsplichtigen een bruto-inkomen genoten. Het betreft achtereenvolgens:

1. in de periode 1 januari tot en met 31 juli een WAO/AWW-uitkering van [A] Pensioenverzekeringen N.V. voor een bedrag van ƒ 56.763,- loonheffing ƒ 19.160,-;

2. in de periode 1 augustus tot en met 31 december een AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank voor een bedrag van ƒ 12.149,-, loonheffing ƒ 2.168,-;

3. in de periode 1 augustus tot en met 31 december een pensioen-uitkering van [A] Pensioenverzekeringen Nieuw N.V. voor een bedrag van ƒ 22.743,-, loonheffing ƒ 2.530,-.

Belanghebbende was tot zijn vervroegde uittreding in 1993 werkzaam als bedrijfsleider van een zuivelfabriek. Sinds 1993 ontvangt hij zijn VUT-uitkering en zijn pensioen van [A] Pensioenverzekeringen N.V.

2. Met dagtekening 17 juli 2001 is aan belanghebbende een definitieve aanslag opgelegd naar het aangegeven belastbaar inkomen van ƒ 68.848,-.

3. In het door belanghebbende ingediende aangiftebiljet was de pensioenuitkering ten bedrage van ƒ 22.743,- niet opgenomen. In het aangiftebiljet was als einddatum van de VUT-uitkering 31 juli 2000 vermeld.

4. Op 18 augustus 2001 heeft de Inspecteur een opgave van belanghebbendes loon-gegevens ontvangen waaruit bleek dat belanghebbende met ingang van 1 augustus 2000 een ouderdomspensioen heeft ontvangen dat door [A] was uitgekeerd.

5. De Inspecteur heeft de te weinig geheven belasting nagevorderd met een boete van 25%.

6. Belanghebbende heeft ter zitting medegedeeld dat hij in februari 2001 wel over een opgave van het pensioen beschikte maar dat hij door romslomp rondom de verbouwing van zijn woning heeft verzuimd deze, samen met de overige voor de aangifte van belang zijnde bescheiden, aan zijn adviseur, de heer Heister, te overhandigen.

7. De Inspecteur maakt met hetgeen hij aanvoert aannemelijk dat het aan grove schuld van belanghebbende is te wijten dat aanvankelijk te weinig belasting is geheven. Belanghebbende en zijn adviseur hadden, mede gezien het feit dat belanghebbende in de loop van het aangiftejaar de leeftijd van 65 jaar had bereikt en de VUT-uitkering op 31 juli 2000 was beëindigd, meer aandacht dienen te geven aan door belanghebbende na 1 augustus 2000 ontvangen inkomsten.

8. Hetgeen belanghebbende aanvoert doet aan het vorenstaande niet af. Ook de omstandigheid dat de definitieve aanslag in dit geval reeds op 17 juli 2001 is opgelegd waardoor de correctie niet in de fase van de aanslagregeling maar in de navorderingsfase moest worden aangebracht, behoefde de Inspecteur niet van het opleggen van een boete te weerhouden. Het Hof acht de boete tot het vastgestelde bedrag (ƒ 2.210,-) in dit geval passend en geboden.

9. Het beroep van belanghebbende is ongegrond.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2002 door mr. Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mw. Vermeulen-Post als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(I.B. Vermeulen-Post) (T.J. Matthijssen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 16 december 2002

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.