Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AF3382

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-12-2002
Datum publicatie
27-01-2003
Zaaknummer
00-01135
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2003-0239
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

tweede meervoudige belastingkamer

nummer 00/01135 (inkomstenbelasting)

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen [P]

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1995

nummer :[01.H56]

mondelinge behandeling : op 4 september 2002 en op 20 november 2002 te Arnhem

waarbij verschenen : op 4 september 2002 [belanghebbendes gemachtigde, alsmede de Inspecteur]

op 20 november 2002 belanghebbende alsmede voornoemde personen

gronden:

1. In de heden gedane uitspraken in de zaken met rolnummers 00/01136 en 00/01137 inzake het beroep van Holding [A] BV en het beroep van [X] Beheer BV tegen de hen voor het jaar 1995 opgelegde aanslagen in de vennootschapsbelasting, heeft het Hof geoordeeld (kort gezegd) dat genoemde vennootschappen met betrekking tot de vorderingen van [B] een belastbare winst van (in totaal) ƒ 1.300.000 hebben behaald. Hiermee heeft het Hof verworpen het standpunt van belanghebbendes gemachtigde dat deze vorderingen door [X] (de belanghebbende in dit geding) in privé zijn overgenomen.

2. In het kader van de onderhavige inkomstenbelastingprocedure heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat bedoeld bedrag van ƒ 1.300.000 in 1995 door de vennootschappen is uitgedeeld aan belanghebbende in zijn hoedanigheid van aandeelhouder van deze vennootschappen. Nu de betrokkenen zich daarvan bewust waren, dient dit bedrag van de uitdeling volgens de Inspecteur in 1995 in de heffing van de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen te worden betrokken.

3. Ter zitting van 20 november 2002 heeft de gemachtigde van belanghebbende

- desgevraagd - erkend dat de vennootschap(pen) belanghebbendes rekening-courant voor dit bedrag van ƒ 1.300.000 heeft (hebben) gecrediteerd. Genoemd bedrag is in 1995 derhalve in de beschikkingsmacht van belanghebbende gekomen.

4. In het licht van de hiervóór onder 1 vermelde uitspraken, kan - gelijk de Inspecteur betoogt - niet anders worden geconcludeerd dan dat zulks zonder enige zakelijke grond is geschied. Belanghebbende had, nu hij de vorderingen niet in privé heeft overgenomen, immers geen enkele aanspraak op het behaalde voordeel van ƒ 1.300.000.

5. Gelet op de omvang van het bedrag van de creditering (ƒ 1.300.000) alsook op de aard van de transactie - het Hof onderschrijft in dit verband het betoog van de Inspecteur zoals verwoord in onderdeel 16 van zijn ter zitting van 20 november 2002 overgelegde pleitnota - , moet worden aangenomen dat belanghebbende en de vennootschappen zich ervan bewust zijn geweest dat belanghebbende door de gang van zaken (in zijn hoedanigheid van aandeelhouder) werd bevoordeeld door de vennootschappen voor een bedrag ƒ 1.300.000.

6. Belanghebbendes andersluidende visie dient te worden verworpen.

7. De Inspecteur heeft terecht het bedrag van ƒ 1.300.000 als verkapt dividend in de onderhavige aanslag begrepen.

slotsom:

Het beroep is ongegrond.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. Lamens, vice-president, mr. Den Ouden en mr. Ettema, raadsheren, en op 4 december 2002 in het openbaar uitgesproken door mr. Lamens, in tegenwoordigheid van mr. Nuboer als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter,

(M.M. Nuboer) (J. Lamens)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 18 december 2002

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.