Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AE8322

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-08-2002
Datum publicatie
03-10-2002
Zaaknummer
00-01935
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2002, 1456
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

vierde enkelvoudige belastingkamer

nummer 00/01935

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

ambtenaar : Inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren [P]

aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 12 september 2000 op bezwaar

betreft : aanslag inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen

jaar : 1998

aanslagnummer : [01.H86].

mondelinge behandeling : op 31 juli 2002 te Arnhem

waarbij verschenen : belanghebbende, vergezeld door haar echtgenoot, alsmede [de Inspecteur]

gronden:

1. Belanghebbende en haar echtgenoot hebben in 1997 een destijds 18-jarig Bulgaars meisje in hun gezin opgenomen teneinde haar, op hun kosten, in [Q] een 5-jarige Engelstalige HEAO-opleiding (international business) te laten volgen. Het meisje had een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Inmiddels heeft zij haar opleiding voltooid en heeft zij in Nederland een dienstbetrekking aanvaard. De band met haar ouders in Bulgarije is blijven bestaan. Deze ouders hadden in de praktijk echter weinig mogelijkheden hun dochter een goede beroepsopleiding te geven.

2. Het Hof is van oordeel dat in dit geval niet sprake is van een pleegkind als bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, sub 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Gezien de leeftijd van het meisje kan niet worden gezegd dat belanghebbende en haar echtgenoot haar als een eigen kind opvoedden. Ook de omstandigheid dat de band met de natuurlijke ouders is blijven bestaan, staat eraan in de weg haar als pleegkind in vorenbedoelde zin aan te merken. Hetgeen belanghebbende aanvoert doet aan deze oordelen niet af.

3. Het beroep van belanghebbende is niet gegrond.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2002 door mr. Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Vermeulen-Post als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(I.B. Vermeulen-Post) (T.J. Matthijssen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 21 augustus 2002

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.