Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AE7238

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-06-2002
Datum publicatie
09-09-2002
Zaaknummer
00-01155
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2002, 1367
FutD 2002-1777
Belastingblad 2002/1147

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

eerste enkelvoudige belastingkamer

nummer 00/01155

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : aanslag onroerende zaak belasting (gebruikersdeel) 1997

nummer : [01]

mondelinge behandeling : op 11 juni 2002 te Arnhem

waarbij verschenen : belanghebbende

waarbij niet verschenen : de Ambtenaar, die overeenkomstig de wet is opgeroepen

gronden:

1. Belanghebbendes echtgenote heeft in 1990 de eigendom verworven van de onroerende zaak met het adres [a-straat 1 te Q], welke zaak bestond uit een woonhuis met een tuin uitkomend op de [b-straat 2 te Q]. De tuin is vervolgens volgebouwd met een grote garage, eveneens uitkomend op de [b-straat]. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem (B&W) heeft aan laatstgenoemd bouwwerk het adres [b-straat 2] toegekend. Het geheel is door belanghebbende en zijn echtgenote bewoond/gebruikt tot aan de verkoop in mei 1997.

2. Omdat belanghebbende per 1 januari 1997 in de registers van de Kamer van Koophandel stond ingeschreven als gebruiker van het adres [b-straat 2] is hem voor het jaar 1997 met dagtekening 30 november 1998 een aanslag onroerend zaakbelasting wegens gebruik opgelegd ten bedrage van ƒ 367,08 uitgaande van een economische waarde van ƒ 140.000 van voornoemd object.

3. Belanghebbende verdedigt dat de adressen [a-straat 1 en b-straat 2] één onroerende zaak vormen en dat de waarde van de [b-straat] blijkens de door B&W op 21 februari 1997 afgegeven WOZ-beschikking is begrepen in de waarde van het object [a-straat 1], welke waarde blijkens die beschikking per peildatum 1 januari 1995 op ƒ 316.000 is vastgesteld. Ter ondersteuning van zijn standpunt verwijst belanghebbende tevens naar de uitspraak op het bezwaarschrift van 2 mei 1994 van het Hoofd bureau belastingen van de gemeente Arnhem inzake de onroerendgoed-/hondenbelasting 1992 met het nummer[02], waarin met betrekking tot de objecten [a-straat 1 en b-straat 2] eveneens van één object wordt uitgegaan.

4. Op voornoemde WOZ beschikking met het kennisgevingsnummer [03] staat - voor zover te dezen van belang - vermeld:

"Specificatie Objec(ten) Belang Waarde in guldens

[04] [a-straat1] Gebruik 316.000

INCL.[b-straat2][05]

[b-straat 2] Gebruik 140.000

OPGENOMEN IN

[a-straat 1]

5. In voornoemde uitspraak op bezwaar van 2 mei 1994 van de gemeente wordt met betrekking tot de objectafbakening het volgende opgemerkt:

"Bij een ingesteld onderzoek is gebleken dat u als gevolg van een onjuiste objectafbakening over het jaar 1992 ten onrechte bent aangeslagen voor de onroerendgoedbelastingen "OGBG" voor het object [a-straat 1 en b-straat 2] "

Binnenkort ontvangt u een aanslag met een juiste objectafbakening voor een economische waarde van ƒ 236.000,=. Hierbij is het object [b-straat 2] als één object samen met [a-straat 1] getaxeerd. Doordat er diverse verbouwingen hebben plaats gehad wordt m.i.v. 01-01-1994 de economische huurwaarde van het object [a-straat 1] ƒ 267.000."

6. De Ambtenaar neemt het standpunt in dat te dezen sprake is van twee afzonderlijke objecten omdat het pand [a-straat 1] als woonhuis en het pand [b-straat 2] als bedrijfspand wordt gebruikt en omdat beide panden afzonderlijk afsluitbaar zijn.

7. Aan de verwijzing van belanghebbende naar de onder 3 en 5 genoemde uitspraak op het bezwaarschrift inzake de onroerendgoedbelasting 1992 komt volgens de Ambtenaar geen betekenis toe omdat genoemde uitspraak slechts betrekking heeft op het jaar 1992 en er door een latere verbouwing een nieuwe situatie is ontstaan.

8. Voorts stelt de Ambtenaar dat geen betekenis kan worden toegekend aan de op 27 februari 1997 afgegeven WOZ-beschikking voor zover die uitgaat van één onroerende zaak, omdat in het kader van de herwaardering voor de WOZ wel degelijk is geconstateerd dat sprake is van twee afzonderlijke objecten. Slechts door een systeemfout is naar zijn mening helaas in de objectomschrijving van de [a-straat 1] ten onrechte "inclusief [b-straat 2]" blijven staan.

9. Ter zitting heeft belanghebbende bestreden dat er tussen 1994 en de datum van de verkoop in 1997 nog een verbouwing heeft plaatsgevonden.

10. Het Hof kan de Ambtenaar niet volgen in zijn betoog. Nog afgezien van het door de Ambtenaar te leveren bewijs dat er na de onder 5 genoemde verbouwingen, die gelet op hetgeen aldaar wordt vermeld, kennelijk vóór 1 januari 1994 hebben plaatsgevonden, nog een verbouwing heeft plaatsgevonden waardoor voortaan sprake was van twee afzonderlijke onroerende zaken, alsmede het door hem te leveren bewijs dat dit in het kader van de herwaardering voor de WOZ is vastgesteld, mag een op de WOZ-beschikking gebaseerde aanslag onroerende zaakbelasting voor wat betreft de objectafbakening niet afwijken van wat daaromtrent in de WOZ-beschikking is vastgelegd. Gesteld noch gebleken is dat voornoemde WOZ-beschikking van 21 februari 1997 is vernietigd en vervangen door een nieuwe WOZ-beschikking zodat te dezen moet worden uitgegaan van de beschikking van 21 februari 1997. In die WOZ-beschikking wordt, zoals blijkt uit hetgeen daaromtrent onder 4 is opgenomen, expliciet en ondubbelzinnig aangegeven dat met betrekking tot de daarin genoemde onroerende zaken sprake is van één onroerende zaak. Een systeemfout in de objectomschrijving acht het Hof niet aannemelijk. Eén en ander brengt mee dat de onderhavige - op de onderliggende WOZ-beschikking gebaseerde - aanslag niet in stand kan blijven.

slotsom:

Het beroep van belanghebbende is gegrond.

proceskosten:

Het Hof berekent belanghebbendes proceskosten op € 5 (ƒ 11,02).

beslissing:

Het Gerechtshof

- vernietigt de uitspraak van de Ambtenaar, alsmede de daarbij gehandhaafde aanslag;

- gelast de Ambtenaar aan belanghebbende te vergoeden het door hem gestorte griffierecht ad € 27,23 (ƒ 60);

- veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende € 5 (ƒ 11,02) te vergoeden door B&W.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2002 door mr. M.C.M. de Kroon, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Gankema als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(J.J. Gankema) (M.C.M. de Kroon)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 4 juli 2002

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.